Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Kronieken 32

Sanherib voor Jeruzalem

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
Sanherib trekt op
Na deze trouwe daden kwam Sanherib, de koning van Assyrië.
Hij trok Juda binnen, belegerde de versterkte steden en dacht die te veroveren.
Jehizkia zag dat Sanherib kwam en dat hij Jeruzalem wilde aanvallen.
Hij overlegde met zijn leiders en helden om de bronnen buiten de stad dicht te stoppen, en zij hielpen hem.
Er kwam veel volk bijeen dat alle bronnen dichtstopte, ook de beek die midden door het gebied liep.
Zij zeiden: Waarom zouden de koningen van Assyrië hier komen en veel water vinden?
Hij maakte zich sterk.
Hij bouwde de hele muur op die gebroken was en trok die op tot aan de torens, met nog een muur daarbuiten.
Ook versterkte hij de Millo in de Stad van David en liet hij veel wapens en schilden maken.
Hij stelde legeraanvoerders over het volk aan en riep hen bij zich op het plein bij de stadspoort.
Hij sprak hen moed in en zei:
Wees sterk en houd moed.
Wees niet bang en schrik niet voor de koning van Assyrië en voor de hele menigte bij hem.
Met ons is er meer dan met hem.

Bij hem is een arm van vlees, maar bij ons is de HEERE, onze God.
Hij helpt ons en voert onze oorlogen.

Het volk steunde op de woorden van Jehizkia, de koning van Juda.
De woorden van Sanherib
Daarna stuurde Sanherib, de koning van Assyrië, zijn dienaren naar Jeruzalem.
Zelf lag hij met zijn hele macht voor Lachis.
Zij moesten tegen Jehizkia, de koning van Juda, en tegen heel Juda in Jeruzalem zeggen:
Sanherib, de koning van Assyrië, zegt: waarop vertrouwt u, dat u in de vesting Jeruzalem blijft?
Jehizkia praat u toch alleen maar om, zodat u van honger en dorst sterft?
Hij zegt: De HEERE, onze God, zal ons uit de hand van de koning van Assyrië redden.

Maar heeft diezelfde Jehizkia niet zijn offerhoogten en altaren weggehaald?
Hij zei tegen Juda en Jeruzalem: Voor dat ene altaar moet u buigen en daarop offeren.

Weet u niet wat ik en mijn voorouders met alle volken van de landen gedaan hebben?
Hebben de goden van die volken hun land uit mijn hand kunnen redden?

Wie van alle goden van die volken, die mijn voorouders vernietigd hebben, heeft zijn volk uit mijn hand kunnen redden?
Zou uw God u dan wel uit mijn hand kunnen redden?

Laat Jehizkia u dus niet bedriegen en niet zo ompraten.
Geloof hem niet.
Geen god van welk volk of koninkrijk ook heeft zijn volk uit mijn hand kunnen redden.
Uw God zal u dus zeker niet uit mijn hand redden.

Zijn dienaren spraken nog meer tegen God, de HEERE, en tegen zijn dienaar Jehizkia.
Ook schreef hij brieven om de HEERE, de God van Israël, te honen.
Daarin stond: De goden van de volken van de landen hebben hun volk niet uit mijn hand gered.
Zo zal ook de God van Jehizkia zijn volk niet uit mijn hand redden.

Zij riepen met luide stem in het Judees tegen de mensen van Jeruzalem die op de muur stonden.
Zo wilden zij hen bang maken en in verwarring brengen om de stad in te nemen.
Zij spraken over de God van Jeruzalem alsof Hij een van de goden van de volken op aarde was, een maaksel van mensenhanden.
De HEERE redt Jeruzalem
Maar koning Jehizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden hiertegen en riepen naar de hemel.
De HEERE stuurde een engel, die alle dappere strijders, leiders en aanvoerders in het leger van de koning van Assyrië vernietigde.
Beschaamd keerde hij terug naar zijn land.
Toen hij de tempel van zijn god binnenging, doodden zijn eigen zonen hem daar met het zwaard.
Zo redde de HEERE Jehizkia en de inwoners van Jeruzalem uit de hand van Sanherib, de koning van Assyrië.
Ook uit de hand van alle anderen redde Hij hen.
Hij gaf hun rust aan alle kanten.
Velen brachten geschenken voor de HEERE naar Jeruzalem en kostbaarheden voor Jehizkia, de koning van Juda.
Daarna stond hij hoog in aanzien bij alle volken.
Ziekte en rijkdom van Hizkia
In die tijd werd Jehizkia doodziek.
Hij bad tot de HEERE, en die antwoordde hem en gaf hem een wonderteken.
Maar Jehizkia deed niets terug voor wat hem gegeven was, want hij werd hoogmoedig.
Daarom kwam er grote toorn over hem, over Juda en over Jeruzalem.
Toen werd Jehizkia nederig over zijn hoogmoed, hij en de inwoners van Jeruzalem.
Daarom kwam de grote toorn van de HEERE niet over hen zolang Jehizkia leefde.
Jehizkia had heel veel rijkdom en eer.
Hij maakte schatkamers voor zilver, goud, edelstenen, specerijen, schilden en allerlei kostbare voorwerpen.
Ook maakte hij voorraadschuren voor de opbrengst van graan, nieuwe wijn en olie, en stallen voor allerlei vee en kooien voor de kudden.
Verder bouwde hij steden voor zichzelf en kreeg hij veel schapen en runderen, want God gaf hem heel veel bezit.
Jehizkia stopte ook de bovenste uitloop van het water van de Gihon dicht.
Hij leidde het naar beneden, naar de westkant van de Stad van David.
Alles wat Jehizkia deed, lukte hem.
Maar toen de gezanten van de leiders van Babel bij hem waren, liet God hem los.
Zij kwamen vragen naar het wonderteken dat in het land gebeurd was.
God stelde hem zo op de proef om te weten wat er in zijn hart was.
Het einde van Hizkia
De verdere geschiedenis van Jehizkia en zijn goede daden staan beschreven in het visioen van de profeet Jesaja, de zoon van Amoz.
Ook staan zij in het boek van de koningen van Juda en Israël.
Jehizkia stierf, en zij begroeven hem hoog bij de graven van de zonen van David.
Heel Juda en de inwoners van Jeruzalem bewezen hem eer bij zijn dood.
Zijn zoon Manasse werd koning in zijn plaats.

Download hoofdstuk als tekstbestand