Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Kronieken 25
Amazia en de goden van Seïr
Amazia wordt koning
Amazia was vijfentwintig jaar toen hij koning werd, en hij regeerde negenentwintig jaar in Jeruzalem.
Zijn moeder heette Joaddan en kwam uit Jeruzalem.
Zijn moeder heette Joaddan en kwam uit Jeruzalem.
Hij deed wat juist was in de ogen van de HEERE, maar niet met een toegewijd hart.
Toen zijn koningschap vaststond, doodde hij de dienaren die zijn vader, de koning, vermoord hadden.
Maar hun kinderen doodde hij niet.
Hij hield zich aan wat in de wet, in het boek van Mozes, staat.
Daar heeft de HEERE geboden: Vaders mogen niet sterven om wat hun kinderen deden, en kinderen niet om wat hun vaders deden.
Ieder sterft om zijn eigen zonde.
Hij hield zich aan wat in de wet, in het boek van Mozes, staat.
Daar heeft de HEERE geboden: Vaders mogen niet sterven om wat hun kinderen deden, en kinderen niet om wat hun vaders deden.
Ieder sterft om zijn eigen zonde.
De gehuurde troepen uit Israël
Amazia riep Juda bijeen.
Hij stelde per familie aanvoerders over duizend en over honderd man aan, in heel Juda en Benjamin.
Hij monsterde iedereen van twintig jaar en ouder: 300.000 uitgelezen mannen, klaar voor de strijd met speer en groot schild.
Hij stelde per familie aanvoerders over duizend en over honderd man aan, in heel Juda en Benjamin.
Hij monsterde iedereen van twintig jaar en ouder: 300.000 uitgelezen mannen, klaar voor de strijd met speer en groot schild.
Ook huurde hij uit Israël 100.000 dappere strijders, voor ongeveer 3,4 ton zilver.
Maar er kwam een man van God bij hem, die zei: Koning, laat het leger van Israël niet met u meegaan.
De HEERE is niet met Israël, niet met al die nakomelingen van Efraïm.
De HEERE is niet met Israël, niet met al die nakomelingen van Efraïm.
Ga gerust zelf en wees sterk in de strijd.
Maar God zal u laten vallen voor de vijand, want God heeft de kracht om te helpen en om te laten vallen.
Maar God zal u laten vallen voor de vijand, want God heeft de kracht om te helpen en om te laten vallen.
Amazia vroeg de man van God: Maar wat moet er dan met het zilver dat ik aan de troepen van Israël gegeven heb?
De man van God zei: De HEERE kan u veel meer geven dan dat.
De man van God zei: De HEERE kan u veel meer geven dan dat.
Toen stuurde Amazia de troepen uit Efraïm terug naar hun eigen plaats.
Zij werden woedend op Juda en gingen in grote woede naar huis.
Zij werden woedend op Juda en gingen in grote woede naar huis.
De overwinning op Edom
Amazia vatte moed en leidde zijn volk naar het Zoutdal.
Daar versloeg hij tienduizend man van Seïr.
Daar versloeg hij tienduizend man van Seïr.
De mannen van Juda namen ook tienduizend man levend gevangen.
Zij brachten hen boven op een rots en stortten hen van de top naar beneden, zodat zij allemaal te pletter vielen.
Zij brachten hen boven op een rots en stortten hen van de top naar beneden, zodat zij allemaal te pletter vielen.
Maar de troepen die Amazia had teruggestuurd, vielen de steden van Juda binnen, van Samaria tot Beth-Horon.
Zij doodden er drieduizend mensen en haalden veel buit weg.
Zij doodden er drieduizend mensen en haalden veel buit weg.
Toen Amazia terugkwam van zijn overwinning op de Edomieten, nam hij de goden van de mensen van Seïr mee.
Die stelde hij als zijn goden op.
Hij boog zich voor hen neer en offerde hun.
Die stelde hij als zijn goden op.
Hij boog zich voor hen neer en offerde hun.
Daarom werd de HEERE woedend op Amazia.
Hij stuurde een profeet naar hem toe, die zei: Waarom zoekt u de goden van dat volk?
Zij hebben hun eigen volk niet uit uw hand kunnen redden.
Hij stuurde een profeet naar hem toe, die zei: Waarom zoekt u de goden van dat volk?
Zij hebben hun eigen volk niet uit uw hand kunnen redden.
Terwijl hij sprak, zei de koning tegen hem: Hebben wij u soms tot raadgever van de koning gemaakt?
Hou op!
Waarom zouden zij u doodslaan?
De profeet hield op, maar zei nog: Ik merk dat God besloten heeft u te vernietigen.
U hebt dit gedaan en niet naar mijn raad geluisterd.
Hou op!
Waarom zouden zij u doodslaan?
De profeet hield op, maar zei nog: Ik merk dat God besloten heeft u te vernietigen.
U hebt dit gedaan en niet naar mijn raad geluisterd.
Oorlog met Israël
Amazia, de koning van Juda, liet zich adviseren en stuurde een bericht naar Joas, de koning van Israël.
Joas was de zoon van Joahaz, de zoon van Jehu.
Hij liet zeggen: Kom, laten wij elkaar in de ogen kijken.
Joas was de zoon van Joahaz, de zoon van Jehu.
Hij liet zeggen: Kom, laten wij elkaar in de ogen kijken.
Maar Joas, de koning van Israël, stuurde Amazia, de koning van Juda, dit antwoord: Op de Libanon stond een distel.
Die zei tegen de ceder op de Libanon: Geef uw dochter aan mijn zoon tot vrouw.
Maar een wild dier van de Libanon kwam voorbij en vertrapte de distel.
Die zei tegen de ceder op de Libanon: Geef uw dochter aan mijn zoon tot vrouw.
Maar een wild dier van de Libanon kwam voorbij en vertrapte de distel.
U zegt: Kijk, ik heb de Edomieten verslagen.
Daardoor bent u trots geworden en gaat u opscheppen.
Blijf nu maar thuis.
Waarom zou u het onheil over uzelf afroepen, en over Juda met u?
Daardoor bent u trots geworden en gaat u opscheppen.
Blijf nu maar thuis.
Waarom zou u het onheil over uzelf afroepen, en over Juda met u?
Maar Amazia luisterde niet.
Dat kwam van God, want Hij wilde hen overgeven omdat zij de goden van Edom gezocht hadden.
Dat kwam van God, want Hij wilde hen overgeven omdat zij de goden van Edom gezocht hadden.
Joas, de koning van Israël, trok op.
Hij en Amazia, de koning van Juda, keken elkaar in de ogen bij Beth-Semes in Juda.
Hij en Amazia, de koning van Juda, keken elkaar in de ogen bij Beth-Semes in Juda.
Juda werd door Israël verslagen, en iedereen vluchtte naar huis.
Joas, de koning van Israël, nam Amazia, de koning van Juda, gevangen bij Beth-Semes.
Amazia was de zoon van Joas, de zoon van Joahaz.
Joas bracht hem naar Jeruzalem en brak de muur van Jeruzalem af over 180 meter, van de Efraïmpoort tot de Hoekpoort.
Amazia was de zoon van Joas, de zoon van Joahaz.
Joas bracht hem naar Jeruzalem en brak de muur van Jeruzalem af over 180 meter, van de Efraïmpoort tot de Hoekpoort.
Hij nam al het goud en zilver mee en alle voorwerpen die in het huis van God bij Obed-Edom lagen.
Ook nam hij de schatten van het paleis en gijzelaars mee, en hij ging terug naar Samaria.
Ook nam hij de schatten van het paleis en gijzelaars mee, en hij ging terug naar Samaria.
Het einde van Amazia
Amazia, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde nog vijftien jaar na de dood van Joas.
Die Joas was de zoon van Joahaz en koning van Israël.
Die Joas was de zoon van Joahaz en koning van Israël.
De verdere geschiedenis van Amazia, van begin tot eind, staat beschreven in het boek van de koningen van Juda en Israël.
Vanaf het moment dat Amazia zich van de HEERE afkeerde, spanden zij in Jeruzalem tegen hem samen.
Hij vluchtte naar Lachis, maar zij stuurden mannen achter hem aan en doodden hem daar.
Hij vluchtte naar Lachis, maar zij stuurden mannen achter hem aan en doodden hem daar.
Zij brachten hem op paarden terug en begroeven hem bij zijn voorouders in de stad van Juda.