Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Kronieken 24
Joas knapt de tempel op
Geld voor het huis van de HEERE
Joas was zeven jaar toen hij koning werd, en hij regeerde veertig jaar in Jeruzalem.
Zijn moeder heette Zibja en kwam uit Berseba.
Zijn moeder heette Zibja en kwam uit Berseba.
Joas deed wat juist was in de ogen van de HEERE, zolang de priester Jojada leefde.
Jojada koos twee vrouwen voor hem, en hij kreeg zonen en dochters.
Daarna nam Joas zich voor het huis van de HEERE op te knappen.
Hij riep de priesters en de Levieten bijeen en zei tegen hen: Ga naar de steden van Juda en haal bij heel Israël geld op.
Daarmee kunt u elk jaar het huis van uw God herstellen.
Doe dat snel.
Maar de Levieten haastten zich niet.
Daarmee kunt u elk jaar het huis van uw God herstellen.
Doe dat snel.
Maar de Levieten haastten zich niet.
Toen riep de koning Jojada, het hoofd, en vroeg hem: Waarom hebt u de Levieten er niet op aangesproken?
Zij moeten uit Juda en Jeruzalem de bijdrage inzamelen voor de tent van de getuigenis.
Die heeft Mozes, de dienaar van de HEERE, aan de vergadering van Israël opgelegd.
Zij moeten uit Juda en Jeruzalem de bijdrage inzamelen voor de tent van de getuigenis.
Die heeft Mozes, de dienaar van de HEERE, aan de vergadering van Israël opgelegd.
Onder de goddeloze Athalia hadden haar zonen het huis van God opengebroken.
Zij hadden zelfs alle gewijde voorwerpen van het huis van de HEERE aan de Baäls besteed.
Zij hadden zelfs alle gewijde voorwerpen van het huis van de HEERE aan de Baäls besteed.
De koning gaf opdracht een kist te maken, en die zetten zij buiten bij de poort van het huis van de HEERE.
In Juda en Jeruzalem werd omgeroepen dat men de bijdrage voor de HEERE moest brengen.
Mozes, de dienaar van God, had die in de woestijn aan Israël opgelegd.
Mozes, de dienaar van God, had die in de woestijn aan Israël opgelegd.
Alle leiders en het hele volk waren blij.
Zij brachten hun bijdrage en wierpen die in de kist, tot die vol was.
Zij brachten hun bijdrage en wierpen die in de kist, tot die vol was.
Het herstel van de tempel
Telkens als de Levieten de kist bij de koning brachten, zagen zij dat er veel geld in zat.
Dan kwamen de schrijver van de koning en de gevolmachtigde van de hogepriester.
Zij maakten de kist leeg, tilden hem op en zetten hem terug op zijn plaats.
Zo deden zij dag na dag, en zij zamelden veel geld in.
Dan kwamen de schrijver van de koning en de gevolmachtigde van de hogepriester.
Zij maakten de kist leeg, tilden hem op en zetten hem terug op zijn plaats.
Zo deden zij dag na dag, en zij zamelden veel geld in.
De koning en Jojada gaven het aan de mensen die het werk aan het huis van de HEERE leidden.
Zij huurden steenhouwers en timmerlieden in om het huis van de HEERE op te knappen.
Ook huurden zij smeden in ijzer en koper in.
Zij huurden steenhouwers en timmerlieden in om het huis van de HEERE op te knappen.
Ook huurden zij smeden in ijzer en koper in.
De werkers deden hun werk, en het herstel vorderde onder hun handen.
Zij brachten het huis van God weer in zijn oude staat en maakten het stevig.
Zij brachten het huis van God weer in zijn oude staat en maakten het stevig.
Toen zij klaar waren, brachten zij het overgebleven geld bij de koning en Jojada.
Daarvan liet hij voorwerpen maken voor het huis van de HEERE: gerei voor de dienst en voor de offers, schalen, en gouden en zilveren voorwerpen.
Zolang Jojada leefde, werden er steeds brandoffers gebracht in het huis van de HEERE.
Daarvan liet hij voorwerpen maken voor het huis van de HEERE: gerei voor de dienst en voor de offers, schalen, en gouden en zilveren voorwerpen.
Zolang Jojada leefde, werden er steeds brandoffers gebracht in het huis van de HEERE.
Na de dood van Jojada
Jojada werd oud en verzadigd van het leven, en hij stierf.
Hij was honderddertig jaar toen hij stierf.
Hij was honderddertig jaar toen hij stierf.
Zij begroeven hem in de Stad van David, bij de koningen.
Hij had namelijk goed gedaan in Israël, voor God en voor zijn huis.
Hij had namelijk goed gedaan in Israël, voor God en voor zijn huis.
Na de dood van Jojada kwamen de leiders van Juda zich voor de koning buigen, en de koning luisterde naar hen.
Zij verlieten het huis van de HEERE, de God van hun voorouders, en dienden de gewijde palen en de afgoden.
Door die schuld kwam er grote toorn over Juda en Jeruzalem.
Door die schuld kwam er grote toorn over Juda en Jeruzalem.
Toch stuurde Hij profeten naar hen toe om hen bij de HEERE terug te brengen.
Die waarschuwden hen, maar zij wilden niet luisteren.
Die waarschuwden hen, maar zij wilden niet luisteren.
Toen kwam de Geest van God over Zacharia, de zoon van de priester Jojada.
Hij ging voor het volk staan en zei: God zegt: waarom overtreedt u de geboden van de HEERE?
Daarom zal het u niet lukken.
Omdat u de HEERE verlaten hebt, zal Hij u verlaten.
Hij ging voor het volk staan en zei: God zegt: waarom overtreedt u de geboden van de HEERE?
Daarom zal het u niet lukken.
Omdat u de HEERE verlaten hebt, zal Hij u verlaten.
Zij spanden tegen hem samen en stenigden hem op bevel van de koning, in de voorhof van het huis van de HEERE.
Koning Joas dacht niet meer aan de trouw die Jojada hem bewezen had, en doodde zijn zoon.
Toen die stierf, zei hij: De HEERE zal het zien en vergelden!
Toen die stierf, zei hij: De HEERE zal het zien en vergelden!
Het einde van Joas
Bij de jaarwisseling trok het leger van Syrië tegen hem op.
Zij kwamen in Juda en Jeruzalem en doodden alle leiders van het volk.
Alle buit stuurden zij naar de koning van Damascus.
Zij kwamen in Juda en Jeruzalem en doodden alle leiders van het volk.
Alle buit stuurden zij naar de koning van Damascus.
Het leger van Syrië was maar klein, maar de HEERE gaf hun toch een heel groot leger in handen.
Dat kwam doordat Juda de HEERE, de God van hun voorouders, verlaten had.
Zo voltrokken zij het oordeel over Joas.
Dat kwam doordat Juda de HEERE, de God van hun voorouders, verlaten had.
Zo voltrokken zij het oordeel over Joas.
Toen zij van hem wegtrokken, lieten zij hem zwaargewond achter.
Zijn dienaren spanden tegen hem samen vanwege het bloed van de zonen van de priester Jojada.
Zij sloegen hem dood op zijn bed.
Zij begroeven hem in de Stad van David, maar niet in de graven van de koningen.
Zijn dienaren spanden tegen hem samen vanwege het bloed van de zonen van de priester Jojada.
Zij sloegen hem dood op zijn bed.
Zij begroeven hem in de Stad van David, maar niet in de graven van de koningen.
Dit zijn de mannen die tegen hem samenspanden: Zabad, de zoon van Simeath uit Ammon, en Jozabad, de zoon van Simrith uit Moab.
Over zijn zonen, de zware last die hem opgelegd werd en de herbouw van het huis van God staat meer geschreven.
Dat staat in het verhaal van het boek van de koningen.
Zijn zoon Amazia werd koning in zijn plaats.
Dat staat in het verhaal van het boek van de koningen.
Zijn zoon Amazia werd koning in zijn plaats.