Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Kronieken 23
Jojada maakt Joas koning
Het verbond van Jojada
In het zevende jaar vatte Jojada moed.
Hij sloot een verbond met de aanvoerders over honderd man.
Dat waren Azarja, de zoon van Jeroham, Ismaël, de zoon van Johanan, en Azarja, de zoon van Obed.
Ook Maäseja, de zoon van Adaja, en Elisafat, de zoon van Zichri, deden mee.
Hij sloot een verbond met de aanvoerders over honderd man.
Dat waren Azarja, de zoon van Jeroham, Ismaël, de zoon van Johanan, en Azarja, de zoon van Obed.
Ook Maäseja, de zoon van Adaja, en Elisafat, de zoon van Zichri, deden mee.
Zij trokken Juda door en riepen de Levieten uit alle steden van Juda bijeen, met de familiehoofden van Israël.
Zij kwamen naar Jeruzalem.
Zij kwamen naar Jeruzalem.
De hele vergadering sloot in het huis van God een verbond met de koning.
Jojada zei tegen hen: Kijk, de zoon van de koning zal koning zijn, zoals de HEERE over de zonen van David gesproken heeft.
Jojada zei tegen hen: Kijk, de zoon van de koning zal koning zijn, zoals de HEERE over de zonen van David gesproken heeft.
Dit moet u doen.
Een derde van u die op de sabbat dienst krijgt, priesters en Levieten, wordt wachter bij de drempels.
Een derde van u die op de sabbat dienst krijgt, priesters en Levieten, wordt wachter bij de drempels.
Een derde komt bij het paleis en een derde bij de Fundamentpoort.
Al het volk staat in de voorhoven van het huis van de HEERE.
Al het volk staat in de voorhoven van het huis van de HEERE.
Niemand mag het huis van de HEERE binnengaan, behalve de priesters en de dienstdoende Levieten.
Zij mogen naar binnen, want zij zijn geheiligd.
Al het volk moet de wacht van de HEERE houden.
Zij mogen naar binnen, want zij zijn geheiligd.
Al het volk moet de wacht van de HEERE houden.
De Levieten gaan rondom de koning staan, ieder met zijn wapens in de hand.
Wie het huis binnenkomt, wordt gedood.
Blijf bij de koning als hij naar binnen gaat en als hij naar buiten komt.
Wie het huis binnenkomt, wordt gedood.
Blijf bij de koning als hij naar binnen gaat en als hij naar buiten komt.
Joas wordt gekroond
De Levieten en heel Juda deden alles wat de priester Jojada bevolen had.
Ieder nam zijn mannen mee, zowel die op de sabbat dienst kregen als die aflosten, want de priester Jojada liet de groepen niet weggaan.
Ieder nam zijn mannen mee, zowel die op de sabbat dienst kregen als die aflosten, want de priester Jojada liet de groepen niet weggaan.
De priester Jojada gaf de aanvoerders over honderd man de speren en de grote en kleine schilden van koning David.
Die lagen in het huis van God.
Die lagen in het huis van God.
Hij stelde het hele volk op, ieder met zijn wapen in de hand.
Zij stonden van de rechterkant van het huis tot de linkerkant, bij het altaar en bij het huis, rondom de koning.
Zij stonden van de rechterkant van het huis tot de linkerkant, bij het altaar en bij het huis, rondom de koning.
Toen brachten zij de zoon van de koning naar buiten.
Zij zetten hem de kroon op, gaven hem de getuigenis en maakten hem koning.
Jojada en zijn zonen zalfden hem en riepen: Leve de koning!
Zij zetten hem de kroon op, gaven hem de getuigenis en maakten hem koning.
Jojada en zijn zonen zalfden hem en riepen: Leve de koning!
Het einde van Athalia
Athalia hoorde het volk toelopen en de koning toejuichen.
Zij kwam naar het volk in het huis van de HEERE.
Zij kwam naar het volk in het huis van de HEERE.
Zij keek, en daar stond de koning bij zijn zuil, aan de ingang.
De aanvoerders en de trompetblazers stonden bij de koning, en het hele volk van het land was blij en blies op de trompetten.
De zangers met hun instrumenten gaven het teken voor de lofzang.
Toen scheurde Athalia haar kleren en riep: Verraad, verraad!
De aanvoerders en de trompetblazers stonden bij de koning, en het hele volk van het land was blij en blies op de trompetten.
De zangers met hun instrumenten gaven het teken voor de lofzang.
Toen scheurde Athalia haar kleren en riep: Verraad, verraad!
Maar de priester Jojada liet de aanvoerders over honderd man, die over het leger gingen, naar voren komen.
Hij zei tegen hen: Breng haar tussen de rijen door naar buiten.
Wie haar volgt, wordt met het zwaard gedood.
De priester had namelijk gezegd dat zij haar niet in het huis van de HEERE mochten doden.
Hij zei tegen hen: Breng haar tussen de rijen door naar buiten.
Wie haar volgt, wordt met het zwaard gedood.
De priester had namelijk gezegd dat zij haar niet in het huis van de HEERE mochten doden.
Zij grepen haar.
Toen zij bij de ingang van de Paardenpoort naar het paleis kwam, doodden zij haar daar.
Toen zij bij de ingang van de Paardenpoort naar het paleis kwam, doodden zij haar daar.
Het verbond met de HEERE
Jojada sloot een verbond tussen de HEERE, het hele volk en de koning, dat zij een volk voor de HEERE zouden zijn.
Daarna ging het hele volk naar de tempel van Baäl en brak die af.
Zij sloegen zijn altaren en beelden kapot en doodden Matthan, de priester van Baäl, voor de altaren.
Zij sloegen zijn altaren en beelden kapot en doodden Matthan, de priester van Baäl, voor de altaren.
Jojada regelde de diensten in het huis van de HEERE weer.
Hij legde die in handen van de Levitische priesters, die David in het huis van de HEERE had ingedeeld.
Zij moesten de brandoffers van de HEERE brengen, zoals in de wet van Mozes staat, met blijdschap en gezang zoals David het ingesteld had.
Hij legde die in handen van de Levitische priesters, die David in het huis van de HEERE had ingedeeld.
Zij moesten de brandoffers van de HEERE brengen, zoals in de wet van Mozes staat, met blijdschap en gezang zoals David het ingesteld had.
Hij zette de poortwachters bij de poorten van het huis van de HEERE.
Zo kon niemand naar binnen die op de een of andere manier onrein was.
Zo kon niemand naar binnen die op de een of andere manier onrein was.
Hij nam de aanvoerders over honderd man mee, met de machtigen, de leiders van het volk en het hele volk van het land.
Zij brachten de koning uit het huis van de HEERE naar beneden en gingen door de hoge poort het paleis binnen.
Daar zetten zij de koning op de koningstroon.
Zij brachten de koning uit het huis van de HEERE naar beneden en gingen door de hoge poort het paleis binnen.
Daar zetten zij de koning op de koningstroon.
Het hele volk van het land was blij, en de stad kwam tot rust.
Athalia was immers met het zwaard gedood.
Athalia was immers met het zwaard gedood.