Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Kronieken 22
Ahazia en Athalia
Ahazia volgt het huis van Achab
De inwoners van Jeruzalem maakten zijn jongste zoon Ahazia koning in zijn plaats.
Een bende die met de Arabieren het kamp binnengekomen was, had namelijk alle oudere zonen gedood.
Zo werd Ahazia, de zoon van Joram, koning van Juda.
Een bende die met de Arabieren het kamp binnengekomen was, had namelijk alle oudere zonen gedood.
Zo werd Ahazia, de zoon van Joram, koning van Juda.
Ahazia was tweeënveertig jaar toen hij koning werd, en hij regeerde één jaar in Jeruzalem.
Zijn moeder heette Athalia en was een dochter van Omri.
Zijn moeder heette Athalia en was een dochter van Omri.
Ook hij ging de wegen van het huis van Achab, want zijn moeder gaf hem raad om goddeloos te handelen.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, net als het huis van Achab.
Na de dood van zijn vader gaven zij hem raad, tot zijn ondergang.
Na de dood van zijn vader gaven zij hem raad, tot zijn ondergang.
Hij volgde hun raad op.
Met Joram, de zoon van Achab, de koning van Israël, trok hij ten strijde tegen Hazaël, de koning van Syrië, bij Ramoth in Gilead.
De Syriërs verwondden Joram.
Met Joram, de zoon van Achab, de koning van Israël, trok hij ten strijde tegen Hazaël, de koning van Syrië, bij Ramoth in Gilead.
De Syriërs verwondden Joram.
Joram ging terug naar Jizreël om te herstellen van de wonden die hij bij Rama had opgelopen in de strijd tegen Hazaël.
Ahazia, de zoon van Joram, de koning van Juda, ging naar Jizreël om Joram, de zoon van Achab, te bezoeken, want hij was ziek.
Ahazia, de zoon van Joram, de koning van Juda, ging naar Jizreël om Joram, de zoon van Achab, te bezoeken, want hij was ziek.
Jehu doodt Ahazia
Dat Ahazia bij Joram kwam, werd zijn ondergang, en dat kwam van God.
Want toen hij er was, trok hij met Joram op tegen Jehu, de zoon van Nimsi.
De HEERE had Jehu gezalfd om het huis van Achab uit te roeien.
Want toen hij er was, trok hij met Joram op tegen Jehu, de zoon van Nimsi.
De HEERE had Jehu gezalfd om het huis van Achab uit te roeien.
Terwijl Jehu het oordeel over het huis van Achab voltrok, vond hij de leiders van Juda en de neven van Ahazia die hem dienden.
Hij doodde hen.
Hij doodde hen.
Daarna zocht hij Ahazia.
Zij pakten hem op, want hij had zich in Samaria verstopt, en brachten hem bij Jehu.
Zij doodden hem en begroeven hem, want zij zeiden: Hij is een zoon van Josafat, die de HEERE met heel zijn hart gezocht heeft.
Zo bleef er in het huis van Ahazia niemand over die het koningschap kon overnemen.
Zij pakten hem op, want hij had zich in Samaria verstopt, en brachten hem bij Jehu.
Zij doodden hem en begroeven hem, want zij zeiden: Hij is een zoon van Josafat, die de HEERE met heel zijn hart gezocht heeft.
Zo bleef er in het huis van Ahazia niemand over die het koningschap kon overnemen.
Athalia grijpt de macht
Toen Athalia, de moeder van Ahazia, zag dat haar zoon dood was, bracht zij alle koningskinderen van het huis van Juda om.
Maar Jozabath, de dochter van de koning, nam Joas, de zoon van Ahazia, weg tussen de koningszonen die gedood werden.
Zij zette hem met zijn voedster in een slaapkamer.
Zo verborg Jozabath hem voor Athalia, zodat die hem niet kon doden.
Jozabath was de dochter van koning Joram, de vrouw van de priester Jojada en de zus van Ahazia.
Zij zette hem met zijn voedster in een slaapkamer.
Zo verborg Jozabath hem voor Athalia, zodat die hem niet kon doden.
Jozabath was de dochter van koning Joram, de vrouw van de priester Jojada en de zus van Ahazia.
Hij bleef zes jaar bij hen verborgen in het huis van God, terwijl Athalia over het land regeerde.