Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Kronieken 21

Joram en de brief van Elia

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Joram doodt zijn broers
Josafat stierf en werd bij zijn voorouders begraven in de Stad van David.
Zijn zoon Joram werd koning in zijn plaats.
Joram had broers, de zonen van Josafat: Azarja, Jehiël, Zecharja, Azarjahu, Michaël en Sefatja.
Zij waren allemaal zonen van Josafat, de koning van Israël.
Hun vader had hun veel gegeven: zilver, goud en kostbaarheden, en versterkte steden in Juda.
Maar het koningschap gaf hij aan Joram, omdat die de oudste was.
Toen Joram het koningschap van zijn vader overnam en sterk stond, doodde hij al zijn broers met het zwaard.
Ook doodde hij een aantal leiders van Israël.
Joram was tweeëndertig jaar toen hij koning werd, en hij regeerde acht jaar in Jeruzalem.
Hij ging de weg van de koningen van Israël, zoals het huis van Achab deed, want hij was met een dochter van Achab getrouwd.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE.
Toch wilde de HEERE het huis van David niet vernietigen, vanwege het verbond dat Hij met David gesloten had.
Hij had beloofd hem en zijn zonen altijd een lamp te geven.
Edom en Libna komen in opstand
In zijn tijd kwamen de Edomieten in opstand tegen Juda en stelden een eigen koning aan.
Daarom trok Joram met zijn aanvoerders en al zijn wagens op.
Hij stond 's nachts op en versloeg de Edomieten die hem omsingeld hadden, met hun wagenaanvoerders.
Toch bleven de Edomieten in opstand tegen Juda, tot vandaag toe.
In die tijd kwam ook Libna in opstand tegen hem, want hij had de HEERE, de God van zijn voorouders, verlaten.
Ook maakte hij offerhoogten in het bergland van Juda.
Hij verleidde de inwoners van Jeruzalem tot ontrouw en bracht Juda daartoe.
De brief van Elia
Toen kwam er een brief van de profeet Elia bij hem: De HEERE, de God van uw vader David, zegt het volgende.
U hebt niet geleefd zoals uw vader Josafat en zoals Asa, de koning van Juda.

U hebt de weg van de koningen van Israël gevolgd.
U hebt Juda en de inwoners van Jeruzalem tot ontrouw gebracht, zoals het huis van Achab deed.
Ook hebt u uw broers gedood, uit het huis van uw vader, terwijl zij beter waren dan u.

Kijk, de HEERE zal uw volk zwaar treffen, en ook uw kinderen, uw vrouwen en al uw bezit.
Zelf zult u heel ziek worden, met een ziekte aan uw ingewanden.
Jaar na jaar zal die erger worden, tot uw ingewanden naar buiten komen.

Het einde van Joram
De HEERE zette de Filistijnen en de Arabieren die naast de Nubiërs wonen tegen Joram op.
Zij trokken op naar Juda, drongen het binnen en voerden alles weg wat zij in het paleis vonden.
Ook namen zij zijn kinderen en zijn vrouwen mee.
Alleen Joahaz bleef hem over, zijn jongste zoon.
Na dit alles trof de HEERE hem met een ongeneeslijke ziekte in zijn ingewanden.
Dat ging jaar na jaar door.
Toen er twee jaar om waren, kwamen zijn ingewanden door de ziekte naar buiten, en hij stierf onder zware pijnen.
Zijn volk ontstak voor hem geen vuur, zoals bij zijn voorouders.
Hij was tweeëndertig jaar toen hij koning werd, en hij regeerde acht jaar in Jeruzalem.
Hij ging heen zonder dat iemand hem miste.
Zij begroeven hem in de Stad van David, maar niet in de graven van de koningen.

Download hoofdstuk als tekstbestand