Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Kronieken 26

Uzzia wordt sterk en hoogmoedig

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Uzzia zoekt God
Het hele volk van Juda nam Uzzia, die zestien jaar was, en maakte hem koning in de plaats van zijn vader Amazia.
Hij bouwde Eloth weer op en bracht het terug bij Juda, nadat de koning bij zijn voorouders te ruste was gegaan.
Uzzia was zestien jaar toen hij koning werd, en hij regeerde tweeënvijftig jaar in Jeruzalem.
Zijn moeder heette Jecholia en kwam uit Jeruzalem.
Hij deed wat juist was in de ogen van de HEERE, net als zijn vader Amazia.
Hij zocht God in de tijd van Zacharia, die verstand had van de visioenen van God.
Zolang hij de HEERE zocht, liet God het hem goed gaan.
Zijn overwinningen en bouwwerken
Hij trok uit en streed tegen de Filistijnen.
Hij brak de muren van Gath, Jabne en Asdod af, en hij bouwde steden bij Asdod en in het gebied van de Filistijnen.
God hielp hem tegen de Filistijnen, tegen de Arabieren die in Gur-Baäl woonden en tegen de Meünieten.
De Ammonieten brachten Uzzia geschenken.
Zijn naam drong door tot aan de grens van Egypte, want hij werd heel sterk.
Uzzia bouwde torens in Jeruzalem, bij de Hoekpoort, bij de Dalpoort en bij de hoek van de muur, en hij versterkte die.
Ook bouwde hij torens in de woestijn en hakte veel putten uit, want hij had veel vee in de laagvlakte en op de hoogvlakte.
Hij had boeren en wijnbouwers in het bergland en op het vruchtbare land, want hij hield van landbouw.
Uzzia had ook een leger van geoefende soldaten, dat in afdelingen ten strijde trok.
Jeïel, de schrijver, en Mahaseja, de ambtenaar, hadden hen geteld, onder leiding van Hananja, een van de leiders van de koning.
In totaal waren er 2.600 familiehoofden van dappere strijders.
Onder hun leiding stond een leger van 307.500 man.
Zij oefenden met grote kracht voor de oorlog om de koning tegen de vijand te helpen.
Uzzia zorgde voor het hele leger voor schilden, speren, helmen, pantsers, bogen en slingerstenen.
In Jeruzalem liet hij ook oorlogstuig maken, bedacht door vakmensen.
Dat kwam op de torens en op de hoeken te staan om pijlen en grote stenen te schieten.
Zo werd zijn naam wijd en zijd bekend, want hij werd wonderlijk geholpen tot hij sterk was.
Uzzia in de tempel
Maar toen hij sterk geworden was, werd hij hoogmoedig, en dat werd zijn ondergang.
Hij werd ontrouw aan de HEERE, zijn God, en ging de tempel van de HEERE binnen om op het reukaltaar te offeren.
De priester Azaria ging achter hem aan, met tachtig dappere priesters van de HEERE.
Zij hielden koning Uzzia tegen en zeiden: Het is niet aan u, Uzzia, om voor de HEERE reukwerk te branden.
Dat is aan de priesters, de zonen van Aäron, die daarvoor geheiligd zijn.
Ga het heiligdom uit, want u bent ontrouw.
Dit brengt u geen eer bij de HEERE God.

Toen werd Uzzia boos.
Hij had het wierookvat al in zijn hand om te offeren.
Terwijl hij tegen de priesters uitviel, brak er melaatsheid uit op zijn voorhoofd.
De priesters stonden erbij, bij het reukaltaar in het huis van de HEERE.
De hogepriester Azaria en alle priesters keken hem aan, en daar was hij melaats aan zijn voorhoofd.
Zij stuurden hem snel weg, en hij haastte zich ook zelf naar buiten, omdat de HEERE hem getroffen had.
Koning Uzzia bleef melaats tot de dag van zijn dood.
Als melaatse woonde hij in een apart huis, want hij was afgesneden van het huis van de HEERE.
Zijn zoon Jotham had de leiding over het paleis en sprak recht over het volk van het land.
Het einde van Uzzia
De verdere geschiedenis van Uzzia, van begin tot eind, is beschreven door de profeet Jesaja, de zoon van Amos.
Uzzia stierf, en zij begroeven hem bij zijn voorouders, op het veld bij de graven van de koningen.
Zij zeiden namelijk: Hij is melaats.
Zijn zoon Jotham werd koning in zijn plaats.

Download hoofdstuk als tekstbestand