Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Kronieken 12
Sisak trekt op tegen Jeruzalem
Sisak komt naar Juda
Toen Rehabeams koningschap sterk stond en hij machtig geworden was, verliet hij de wet van de HEERE.
Heel Israël deed met hem mee.
Heel Israël deed met hem mee.
In het vijfde jaar van koning Rehabeam trok Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem.
Zij waren namelijk ontrouw geweest aan de HEERE.
Zij waren namelijk ontrouw geweest aan de HEERE.
Hij kwam met 1.200 wagens en 60.000 ruiters.
Het volk dat met hem uit Egypte meekwam, was niet te tellen: Libiërs, Sukkieten en Nubiërs.
Het volk dat met hem uit Egypte meekwam, was niet te tellen: Libiërs, Sukkieten en Nubiërs.
Hij nam de versterkte steden van Juda in en kwam tot bij Jeruzalem.
Semaja en de nederigheid van de leiders
Toen kwam de profeet Semaja bij Rehabeam en de leiders van Juda, die zich vanwege Sisak in Jeruzalem verzameld hadden.
Hij zei tegen hen: De HEERE zegt: jullie hebben mij verlaten, daarom heb ik jullie overgelaten aan Sisak.
Hij zei tegen hen: De HEERE zegt: jullie hebben mij verlaten, daarom heb ik jullie overgelaten aan Sisak.
Toen werden de leiders van Israël en de koning nederig en zeiden: De HEERE is rechtvaardig.
De HEERE zag dat zij nederig werden.
Daarom kwam het woord van de HEERE tot Semaja: Zij zijn nederig geworden.
Ik zal hen niet vernietigen, maar hun binnenkort redding geven.
Mijn woede zal niet door Sisak over Jeruzalem uitgestort worden.
Daarom kwam het woord van de HEERE tot Semaja: Zij zijn nederig geworden.
Ik zal hen niet vernietigen, maar hun binnenkort redding geven.
Mijn woede zal niet door Sisak over Jeruzalem uitgestort worden.
Toch zullen zij zijn dienaren worden.
Dan zullen zij het verschil leren tussen mij dienen en de koninkrijken van de landen dienen.
Dan zullen zij het verschil leren tussen mij dienen en de koninkrijken van de landen dienen.
De schatten worden weggehaald
Sisak, de koning van Egypte, trok op tegen Jeruzalem.
Hij nam de schatten van het huis van de HEERE en van het paleis mee.
Hij nam alles mee, ook alle gouden schilden die Salomo gemaakt had.
Hij nam de schatten van het huis van de HEERE en van het paleis mee.
Hij nam alles mee, ook alle gouden schilden die Salomo gemaakt had.
Koning Rehabeam maakte in plaats daarvan koperen schilden.
Die gaf hij in bewaring aan de bevelhebbers van de lijfwacht, die de ingang van het paleis bewaakten.
Die gaf hij in bewaring aan de bevelhebbers van de lijfwacht, die de ingang van het paleis bewaakten.
Telkens als de koning naar het huis van de HEERE ging, kwam de lijfwacht de schilden dragen.
Daarna brachten zij die terug naar de wachtkamer.
Daarna brachten zij die terug naar de wachtkamer.
Omdat hij nederig werd, keerde de toorn van de HEERE zich van hem af.
Hij werd niet helemaal vernietigd, en in Juda waren ook nog goede dingen.
Hij werd niet helemaal vernietigd, en in Juda waren ook nog goede dingen.
Het einde van Rehabeam
Koning Rehabeam stond sterk in Jeruzalem en regeerde daar.
Hij was eenenveertig jaar toen hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaar in Jeruzalem.
Die stad had de HEERE uit alle stammen van Israël uitgekozen om er zijn naam te vestigen.
Zijn moeder heette Naäma en kwam uit Ammon.
Hij was eenenveertig jaar toen hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaar in Jeruzalem.
Die stad had de HEERE uit alle stammen van Israël uitgekozen om er zijn naam te vestigen.
Zijn moeder heette Naäma en kwam uit Ammon.
Hij deed wat slecht was, want hij zette zijn hart er niet op om de HEERE te zoeken.
De geschiedenis van Rehabeam staat van begin tot eind beschreven bij de profeet Semaja en bij de ziener Iddo, in de geslachtsregisters.
Ook de oorlogen tussen Rehabeam en Jerobeam staan daar, zolang zij leefden.
Ook de oorlogen tussen Rehabeam en Jerobeam staan daar, zolang zij leefden.
Toen stierf Rehabeam, en hij werd begraven in de Stad van David.
Zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.
Zijn zoon Abia werd koning in zijn plaats.