Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Kronieken 13
Abia verslaat Jerobeam
Abia tegenover Jerobeam
In het achttiende jaar van koning Jerobeam werd Abia koning over Juda.
Hij regeerde drie jaar in Jeruzalem.
Zijn moeder heette Michaja en was de dochter van Uriël uit Gibea.
Tussen Abia en Jerobeam was er oorlog.
Zijn moeder heette Michaja en was de dochter van Uriël uit Gibea.
Tussen Abia en Jerobeam was er oorlog.
Abia begon de strijd met een leger van 400.000 uitgelezen, dappere mannen.
Jerobeam stelde zich tegenover hem op met 800.000 uitgelezen, dappere mannen.
Jerobeam stelde zich tegenover hem op met 800.000 uitgelezen, dappere mannen.
De toespraak van Abia
Abia ging boven op de berg Zemaraïm staan, in het bergland van Efraïm.
Hij riep: Luister naar mij, Jerobeam en heel Israël!
Hij riep: Luister naar mij, Jerobeam en heel Israël!
Weet u dan niet dat de HEERE, de God van Israël, het koningschap over Israël voor altijd aan David gegeven heeft?
Hij gaf het aan hem en zijn zonen, met een verbond van zout.
Hij gaf het aan hem en zijn zonen, met een verbond van zout.
Toch is Jerobeam, de zoon van Nebat, in opstand gekomen tegen zijn heer.
Hij was een dienaar van Salomo, de zoon van David.
Hij was een dienaar van Salomo, de zoon van David.
Er sloten zich leeglopers en slechte mannen bij hem aan.
Zij waren te sterk voor Rehabeam, de zoon van Salomo.
Rehabeam was nog jong en onzeker en kon hen niet aan.
Zij waren te sterk voor Rehabeam, de zoon van Salomo.
Rehabeam was nog jong en onzeker en kon hen niet aan.
En nu denkt u sterk te staan tegen het koninkrijk van de HEERE, dat in handen van Davids zonen is.
U bent met veel mensen, en u hebt de gouden kalveren bij u die Jerobeam als goden voor u gemaakt heeft.
U bent met veel mensen, en u hebt de gouden kalveren bij u die Jerobeam als goden voor u gemaakt heeft.
Hebt u de priesters van de HEERE niet verjaagd, de zonen van Aäron, en de Levieten?
Hebt u geen eigen priesters aangesteld, zoals de volken om u heen?
Wie met een jonge stier en zeven rammen komt, wordt bij u priester van goden die geen goden zijn.
Hebt u geen eigen priesters aangesteld, zoals de volken om u heen?
Wie met een jonge stier en zeven rammen komt, wordt bij u priester van goden die geen goden zijn.
Maar de HEERE is onze God, en wij hebben Hem niet verlaten.
De priesters die de HEERE dienen, zijn zonen van Aäron, en de Levieten doen hun werk.
De priesters die de HEERE dienen, zijn zonen van Aäron, en de Levieten doen hun werk.
Elke morgen en elke avond branden zij brandoffers en geurig reukwerk voor de HEERE.
Zij leggen het brood klaar op de reine tafel en steken elke avond de gouden kandelaar met zijn lampen aan.
Wij doen wat de HEERE ons opgedragen heeft, maar u hebt Hem verlaten.
Zij leggen het brood klaar op de reine tafel en steken elke avond de gouden kandelaar met zijn lampen aan.
Wij doen wat de HEERE ons opgedragen heeft, maar u hebt Hem verlaten.
Kijk, God gaat ons voorop, met zijn priesters en de trompetten die het signaal tegen u geven.
Israëlieten, vecht niet tegen de HEERE, de God van uw voorouders, want u zult niet winnen.
Israëlieten, vecht niet tegen de HEERE, de God van uw voorouders, want u zult niet winnen.
De slag en de afloop
Maar Jerobeam liet een groep om hen heen trekken, zodat die in hun rug kwam.
Zo stond het ene deel tegenover Juda en het andere in hun rug.
Zo stond het ene deel tegenover Juda en het andere in hun rug.
Juda keek om en zag dat de strijd van voren en van achteren kwam.
Toen riepen zij tot de HEERE, en de priesters bliezen op de trompetten.
Toen riepen zij tot de HEERE, en de priesters bliezen op de trompetten.
De mannen van Juda hieven de strijdkreet aan.
Terwijl zij dat deden, versloeg God Jerobeam en heel Israël, voor Abia en Juda uit.
Terwijl zij dat deden, versloeg God Jerobeam en heel Israël, voor Abia en Juda uit.
De Israëlieten vluchtten voor Juda, en God gaf hen in hun macht.
Abia en zijn leger brachten hun een zware slag toe.
Van Israël sneuvelden 500.000 uitgelezen mannen.
Van Israël sneuvelden 500.000 uitgelezen mannen.
Zo werden de Israëlieten in die tijd vernederd.
De mannen van Juda werden sterk, omdat zij op de HEERE, de God van hun voorouders, gesteund hadden.
De mannen van Juda werden sterk, omdat zij op de HEERE, de God van hun voorouders, gesteund hadden.
Abia achtervolgde Jerobeam en nam een aantal steden van hem in: Bethel, Jesana en Efron, met de plaatsen eromheen.
Jerobeam kwam zolang Abia leefde niet meer op krachten.
De HEERE trof hem, en hij stierf.
De HEERE trof hem, en hij stierf.
Abia werd steeds sterker.
Hij trouwde met veertien vrouwen en kreeg tweeëntwintig zonen en zestien dochters.
Hij trouwde met veertien vrouwen en kreeg tweeëntwintig zonen en zestien dochters.
De verdere geschiedenis van Abia, zijn daden en zijn woorden, staat beschreven in het verhaal van de profeet Iddo.