Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Kronieken 11
Rehabeam versterkt Juda
Semaja houdt de oorlog tegen
Toen Rehabeam in Jeruzalem kwam, riep hij Juda en Benjamin bijeen: 180.000 geoefende soldaten.
Zij moesten tegen Israël strijden om het koninkrijk voor Rehabeam terug te winnen.
Zij moesten tegen Israël strijden om het koninkrijk voor Rehabeam terug te winnen.
Maar het woord van de HEERE kwam tot Semaja, de man van God:
Zeg tegen Rehabeam, de zoon van Salomo, de koning van Juda, en tegen heel Israël in Juda en Benjamin:
De HEERE zegt: trek niet op en vecht niet tegen jullie broers.
Laat iedereen naar huis gaan, want dit is door mij gebeurd.
Zij luisterden naar de woorden van de HEERE en zagen af van de tocht tegen Jerobeam.
Laat iedereen naar huis gaan, want dit is door mij gebeurd.
Zij luisterden naar de woorden van de HEERE en zagen af van de tocht tegen Jerobeam.
De vestingsteden van Rehabeam
Rehabeam bleef in Jeruzalem wonen.
Hij bouwde steden in Juda uit tot vestingen.
Hij bouwde steden in Juda uit tot vestingen.
Hij versterkte Bethlehem, Etham en Thekoa,
Beth-Zur, Socho en Adullam,
Gath, Maresa en Zif,
Adoraïm, Lachis en Azeka,
Zora, Ajalon en Hebron.
Dat waren de versterkte steden in Juda en Benjamin.
Dat waren de versterkte steden in Juda en Benjamin.
Hij maakte de vestingen sterk, stelde er bevelhebbers aan en legde er voorraden voedsel, olie en wijn neer.
In elke stad legde hij grote schilden en speren neer en maakte die heel sterk.
Zo waren Juda en Benjamin van hem.
Zo waren Juda en Benjamin van hem.
Priesters en Levieten komen naar Juda
De priesters en de Levieten in heel Israël sloten zich bij hem aan, uit hun hele gebied.
De Levieten verlieten hun weidegronden en hun bezit en kwamen naar Juda en Jeruzalem.
Jerobeam en zijn zonen hadden hen namelijk weggestuurd, zodat zij de HEERE niet meer als priester konden dienen.
Jerobeam en zijn zonen hadden hen namelijk weggestuurd, zodat zij de HEERE niet meer als priester konden dienen.
Jerobeam had zelf priesters aangesteld voor de offerhoogten, voor de bokgoden en voor de kalveren die hij gemaakt had.
Uit alle stammen van Israël kwamen er mensen achter hen aan naar Jeruzalem.
Zij wilden met heel hun hart de HEERE zoeken, de God van Israël, en Hem offers brengen.
Zij wilden met heel hun hart de HEERE zoeken, de God van Israël, en Hem offers brengen.
Zo maakten zij het koninkrijk Juda sterk.
Drie jaar lang steunden zij Rehabeam, de zoon van Salomo, want drie jaar lang leefden zij zoals David en Salomo.
Drie jaar lang steunden zij Rehabeam, de zoon van Salomo, want drie jaar lang leefden zij zoals David en Salomo.
De familie van Rehabeam
Rehabeam trouwde met Mahalath, de dochter van Jerimoth, de zoon van David.
Ook trouwde hij met Abihaïl, de dochter van Eliab, de zoon van Isaï.
Ook trouwde hij met Abihaïl, de dochter van Eliab, de zoon van Isaï.
Zij kreeg voor hem de zonen Jeüs, Semaria en Zaham.
Daarna trouwde hij met Maächa, de dochter van Absalom.
Zij kreeg voor hem Abia, Attai, Ziza en Selomith.
Zij kreeg voor hem Abia, Attai, Ziza en Selomith.
Rehabeam hield meer van Maächa, de dochter van Absalom, dan van al zijn andere vrouwen en bijvrouwen.
Hij had achttien vrouwen en zestig bijvrouwen, en hij kreeg achtentwintig zonen en zestig dochters.
Hij had achttien vrouwen en zestig bijvrouwen, en hij kreeg achtentwintig zonen en zestig dochters.
Rehabeam maakte Abia, de zoon van Maächa, tot hoofd en leider onder zijn broers, want hij wilde hem koning maken.
Hij pakte het verstandig aan.
Hij verspreidde zijn zonen over alle streken van Juda en Benjamin, in alle versterkte steden.
Hij gaf hun volop voedsel en zocht voor hen veel vrouwen.
Hij verspreidde zijn zonen over alle streken van Juda en Benjamin, in alle versterkte steden.
Hij gaf hun volop voedsel en zocht voor hen veel vrouwen.