Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

2 Korintiërs 1

De God van alle troost

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Troost in verdrukking
Van Paulus, apostel van Jezus Christus door de wil van God, en van Timotheüs, die bij ons hoort.
Aan de gemeenschap van God in Korinthe, met alle heiligen in heel Achaje.
Genade en vrede voor jullie, van God onze Vader en van de Heere Jezus Christus.
Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader vol barmhartigheid en de God van alle troost.
Hij troost ons bij alles wat wij meemaken.
Zo kunnen wij anderen troosten die het moeilijk hebben, met de troost die wij zelf van God krijgen.
Zoals het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo komt door Christus ook de troost overvloedig over ons.
Hebben wij het moeilijk, dan is dat tot troost en redding voor jullie.
Worden wij getroost, dan is dat ook tot jullie troost.
Die troost werkt door als jullie hetzelfde lijden geduldig dragen.
Onze hoop voor jullie staat vast.
Wij weten namelijk dat jullie delen in het lijden en daarom ook delen in de troost.
Broeders, wij willen dat jullie weten wat wij in Asia hebben meegemaakt.
Wij werden zo zwaar belast dat wij het niet aankonden.
Wij twijfelden zelfs of wij het zouden overleven.
Ja, wij hadden het gevoel dat ons doodvonnis al geveld was.
Zo leerden wij niet op onszelf te vertrouwen, maar op God, die de doden opwekt.
Hij heeft ons uit zo'n groot doodsgevaar gered en Hij redt ons nog.
Op Hem hopen wij, dat Hij ons zal blijven redden.
Ook jullie helpen daaraan mee met jullie gebed.
Zo zullen velen God danken voor de gunst die wij door de gebeden van velen gekregen hebben.
Waarom Paulus niet kwam
Onze roem is dit: ons geweten getuigt dat wij eerlijk en zuiver voor God geleefd hebben in de wereld, en vooral bij jullie.
Dat deden wij niet met menselijke wijsheid, maar door de genade van God.
Wij schrijven jullie niets anders dan wat jullie lezen en begrijpen.
En ik hoop dat jullie het tot het einde toe zullen begrijpen.
Jullie hebben al voor een deel begrepen dat wij jullie roem zijn, zoals jullie de onze zijn, op de dag van onze Heere Jezus.
In dat vertrouwen wilde ik eerst naar jullie toe komen, zodat jullie een tweede blijk van genade zouden krijgen.
Ik wilde via jullie stad naar Macedonië gaan en daarna weer bij jullie langs, om door jullie op weg geholpen te worden naar Judea.
Was ik lichtzinnig toen ik dat van plan was?
Of maak ik mijn plannen op menselijke manier, zodat ik tegelijk ja en nee zeg?
God is trouw: ons woord aan jullie was geen ja en nee tegelijk.
De Zoon van God, Jezus Christus, is bij jullie verkondigd door mij, Silvanus en Timotheüs.
Hij was geen ja en nee, maar in Hem is het ja.
Alle beloften van God zijn namelijk in Hem ja en in Hem amen.
Zo eren wij God.
God is het die ons samen met jullie vaststelt in Christus en die ons gezalfd heeft.
Hij heeft ons ook verzegeld en de Geest in ons hart gegeven als onderpand.
Ik roep God op als getuige van mijn ziel: ik ben nog niet naar Korinthe gekomen om jullie te sparen.
Wij willen niet heersen over jullie geloof.
Wij werken mee aan jullie blijdschap, want jullie staan vast door het geloof.

Download hoofdstuk als tekstbestand