Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Koningen 7

De Syriërs vluchten

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Elisa voorspelt goedkoop voedsel
Elisa zei: Luister naar het woord van de HEERE.
Zo zegt de HEERE: Morgen rond deze tijd kost in de poort van Samaria 7 liter fijn meel ongeveer 11 gram zilver.
Voor datzelfde bedrag koop je dan 14 liter gerst.

Maar de officier op wiens arm de koning leunde, reageerde.
Hij zei tegen de man van God: Zelfs als de HEERE ramen in de hemel maakte, kan dat dan gebeuren?
Elisa zei: Je zult het met eigen ogen zien, maar je zult er niet van eten.
Vier melaatsen vinden het kamp leeg
Bij de ingang van de stadspoort zaten vier melaatse mannen.
Zij zeiden tegen elkaar: Waarom blijven wij hier zitten tot wij sterven?
Als wij de stad in gaan, sterven wij daar van de honger.
Als wij hier blijven, sterven wij ook.
Laten wij daarom naar het kamp van de Syriërs gaan.
Als zij ons laten leven, dan leven wij.
Als zij ons doden, dan sterven wij maar.

Bij het vallen van de avond stonden zij op om naar het kamp van de Syriërs te gaan.
Toen zij bij de rand van het kamp kwamen, was er niemand.
Want de HEERE had het Syrische leger een geluid laten horen van wagens en paarden, het geluid van een groot leger.
Toen zeiden zij tegen elkaar: Kijk, de koning van Israël heeft de koningen van de Hethieten en van Egypte ingehuurd om ons aan te vallen!
Daarom waren zij bij het vallen van de avond gevlucht.
Zij lieten hun tenten, paarden en ezels achter, en het kamp zoals het was.
Zij waren gevlucht om hun leven te redden.
Toen deze melaatsen bij de rand van het kamp kwamen, gingen zij een tent binnen.
Zij aten en dronken en namen zilver, goud en kleren mee.
Die gingen zij verstoppen.
Daarna kwamen zij terug, gingen een andere tent binnen, namen daar ook dingen uit en verstopten die.
Toen zeiden zij tegen elkaar: Wij doen niet goed.
Vandaag is een dag van goed nieuws, en wij houden het voor ons.
Als wij wachten tot het licht wordt, zal de straf ons treffen.
Kom, laten wij het in het paleis van de koning gaan vertellen.

Zij gingen naar de stad, riepen de poortwachters en vertelden hun: Wij zijn in het kamp van de Syriërs geweest.
Er was niemand, en er was geen mens te horen.
Alleen de paarden en ezels stonden vastgebonden, en de tenten stonden er nog zoals ze waren.

De poortwachters riepen het door, en het nieuws werd binnen in het paleis van de koning verteld.
Het volk plundert het kamp
De koning stond midden in de nacht op en zei tegen zijn dienaren: Ik zal jullie vertellen wat de Syriërs met ons van plan zijn.
Zij weten dat wij honger hebben.
Daarom hebben zij het kamp verlaten en zich in het veld verstopt.
Zij denken: Als zij de stad uit komen, grijpen wij hen levend en gaan wij de stad binnen.

Een van zijn dienaren antwoordde: Laten wij vijf van de paarden nemen die hier nog over zijn.
Het vergaat hun toch net als alle Israëlieten die hier nog zijn, of die al zijn omgekomen.
Laten wij hen sturen om te kijken.

Zij namen twee wagens met paarden.
De koning stuurde hen achter het Syrische leger aan en zei: Ga kijken wat er aan de hand is.
Zij volgden hen tot aan de Jordaan.
De hele weg lag vol met kleren en spullen die de Syriërs in hun haast hadden weggegooid.
De boden gingen terug en vertelden het aan de koning.
Toen trok het volk de stad uit en plunderde het kamp van de Syriërs.
Voor ongeveer 11 gram zilver kon je 7 liter fijn meel kopen, of 14 liter gerst, zoals de HEERE gezegd had.
De koning had de officier op wiens arm hij leunde, het toezicht over de poort gegeven.
Maar het volk vertrapte hem in de poort, zodat hij stierf.
Zo gebeurde wat de man van God gezegd had, toen de koning bij hem kwam.
Want de man van God had het de koning voorzegd.
Hij had gezegd: Morgen rond deze tijd kost in de poort van Samaria 14 liter gerst ongeveer 11 gram zilver.
Zoveel kost dan ook 7 liter fijn meel.

De officier had de man van God geantwoord: Zelfs als de HEERE ramen in de hemel maakte, kan dat dan gebeuren?
En Elisa had gezegd: Je zult het met eigen ogen zien, maar je zult er niet van eten.
Zo is het hem ook gegaan.
Het volk vertrapte hem in de poort, en hij stierf.

Download hoofdstuk als tekstbestand