Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Koningen 8

Hazaël en de koningen van Juda

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
De vrouw uit Sunem krijgt haar land terug
Elisa had gesproken met de vrouw van wie hij de zoon weer levend had gemaakt.
Hij had gezegd: Ga weg met je gezin.
Ga als vreemdeling wonen waar je maar kunt.
Want de HEERE laat een hongersnood komen, en die zal zeven jaar in het land duren.

De vrouw had gedaan wat de man van God gezegd had.
Zij was met haar gezin vertrokken en had zeven jaar als vreemdeling in het land van de Filistijnen gewoond.
Na die zeven jaar kwam de vrouw terug uit het land van de Filistijnen.
Zij ging naar de koning om haar huis en haar land terug te vragen.
De koning was op dat moment in gesprek met Gehazi, de knecht van de man van God.
Hij zei: Vertel mij toch over alle grote dingen die Elisa gedaan heeft.
Gehazi vertelde de koning net hoe Elisa een dode weer levend had gemaakt.
Juist toen kwam de vrouw van wie hij de zoon levend had gemaakt, de koning om haar huis en haar land vragen.
Gehazi zei: Mijn heer de koning, dit is de vrouw, en dit is haar zoon, die Elisa levend heeft gemaakt.
De koning ondervroeg de vrouw, en zij vertelde het hem.
Toen gaf de koning haar een hofbeambte mee en zei: Zorg dat zij alles terugkrijgt wat van haar was.
Geef haar ook alle opbrengst van haar land, vanaf de dag dat zij het land verliet tot nu.

Elisa en Hazaël
Elisa kwam in Damaskus, toen Benhadad, de koning van Syrië, ziek was.
Men vertelde de koning: De man van God is hierheen gekomen.
De koning zei tegen Hazaël: Neem een geschenk mee en ga de man van God tegemoet.
Vraag door hem aan de HEERE: Zal ik van deze ziekte genezen?

Hazaël ging hem tegemoet.
Hij nam een geschenk mee, het beste van Damaskus, een vracht voor 40 kamelen.
Hij ging voor Elisa staan en zei: Uw zoon Benhadad, de koning van Syrië, heeft mij naar u gestuurd.
Hij vraagt: Zal ik van deze ziekte genezen?

Elisa zei tegen hem: Ga naar hem toe en zeg: U zult zeker genezen.
Maar de HEERE heeft mij laten zien dat hij zeker zal sterven.

Elisa keek hem strak aan, zo lang dat Hazaël er verlegen van werd.
Toen begon de man van God te huilen.
Hazaël vroeg: Waarom huilt mijn heer?
Elisa antwoordde: Omdat ik weet hoeveel kwaad jij de Israëlieten zult aandoen.
Je zult hun vestingen in brand steken en hun jonge mannen met het zwaard doden.
Je zult hun kleine kinderen verpletteren en hun zwangere vrouwen openrijten.

Hazaël zei: Maar wie is uw dienaar, die niet meer is dan een hond?
Hoe zou hij zulke grote dingen doen?

Elisa zei: De HEERE heeft mij laten zien dat jij koning over Syrië wordt.
Hazaël ging bij Elisa weg en kwam bij zijn heer.
Die vroeg hem: Wat heeft Elisa tegen je gezegd?
Hij antwoordde: Hij heeft mij gezegd dat u zeker zult genezen.
Maar de volgende dag nam Hazaël een deken, doopte die in water en spreidde die over het gezicht van de koning uit.
Zo stierf de koning, en Hazaël werd koning in zijn plaats.
Joram koning van Juda
In het vijfde jaar van Joram, de zoon van Achab, de koning van Israël, werd Jehoram koning.
Hij was de zoon van Josafat, die toen nog koning van Juda was.
Hij was 32 jaar toen hij koning werd, en hij regeerde acht jaar in Jeruzalem.
Hij volgde de weg van de koningen van Israël, zoals het huis van Achab gedaan had.
Want hij was getrouwd met een dochter van Achab.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE.
Toch wilde de HEERE Juda niet vernietigen, omwille van David, Zijn dienaar.
Hij had hem beloofd dat hij en zijn zonen altijd een lamp zouden hebben.
In zijn tijd kwam Edom in opstand tegen de heerschappij van Juda.
Zij kozen een eigen koning.
Daarom trok Joram met al zijn wagens naar Zaïr.
Midden in de nacht stond hij op en versloeg de Edomieten die hem omsingeld hadden, en ook de aanvoerders van de wagens.
Maar het volk vluchtte naar zijn tenten.
Toch bleef Edom onafhankelijk van Juda, tot op de dag van vandaag.
In diezelfde tijd kwam ook Libna in opstand.
Wat verder over Joram te vertellen is en alles wat hij gedaan heeft, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Juda.
Joram ging bij zijn voorouders te ruste en werd bij hen begraven in de stad van David.
Zijn zoon Ahazia werd koning in zijn plaats.
Ahazia koning van Juda
In het twaalfde jaar van Joram, de zoon van Achab, de koning van Israël, werd Ahazia koning.
Hij was de zoon van Jehoram, de koning van Juda.
Ahazia was 22 jaar toen hij koning werd, en hij regeerde één jaar in Jeruzalem.
Zijn moeder heette Athalia; zij was een dochter van Omri, de koning van Israël.
Hij volgde de weg van het huis van Achab.
Net als dat huis deed hij wat slecht was in de ogen van de HEERE.
Want hij was een schoonzoon van dat huis.
Hij trok met Joram, de zoon van Achab, ten strijde tegen Hazaël, de koning van Syrië, bij Ramoth in Gilead.
Daar verwondden de Syriërs Joram.
Koning Joram ging terug naar Jizreël om te genezen van de wonden die de Syriërs hem bij Rama hadden toegebracht.
Dat was in de strijd tegen Hazaël, de koning van Syrië.
Ahazia, de zoon van Jehoram, de koning van Juda, ging naar Jizreël om Joram te bezoeken, want die was ziek.

Download hoofdstuk als tekstbestand