Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Koningen 6

Elisa en de Syriërs

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
De bijl in het water
De profetenleerlingen zeiden tegen Elisa: Kijk, de plaats waar wij bij u wonen, is te klein voor ons.
Laten wij naar de Jordaan gaan.
Daar kan ieder van ons een balk halen, en dan bouwen wij daar een plek om te wonen.

Hij zei: Ga maar.
Een van hen zei: Wilt u toch met uw dienaren meegaan?
Hij zei: Ik ga mee.
Zo ging hij met hen mee.
Toen zij bij de Jordaan kwamen, hakten zij bomen om.
Terwijl een van hen een boom velde, viel het ijzer van zijn bijl in het water.
Hij riep: Ach, mijn heer!
Die bijl was nog wel geleend!

De man van God vroeg: Waar is het gevallen?
Hij wees hem de plek.
Toen sneed Elisa een stuk hout af en gooide het daarheen.
Toen kwam het ijzer boven drijven.
Hij zei: Pak het maar.
De man stak zijn hand uit en pakte het.
Elisa en het Syrische leger
De koning van Syrië voerde oorlog tegen Israël.
Hij overlegde met zijn dienaren en zei: Op die en die plaats sla ik mijn kamp op.
Maar de man van God liet de koning van Israël zeggen: Trek niet langs die plaats, want de Syriërs komen daar naartoe.
De koning van Israël stuurde mannen naar de plaats waarvoor de man van God hem gewaarschuwd had.
Zo was hij daar op zijn hoede, en dat niet één of twee keer.
De koning van Syrië raakte daardoor erg verontrust.
Hij riep zijn dienaren bij zich en vroeg: Wie van ons staat aan de kant van de koning van Israël?
Zeg het mij!

Een van zijn dienaren zei: Niemand, mijn heer de koning!
Maar Elisa, de profeet in Israël, vertelt de koning van Israël zelfs wat u in uw slaapkamer zegt.

De koning zei: Ga kijken waar hij is, dan laat ik hem halen.
Men vertelde hem: Hij is in Dothan.
Toen stuurde hij paarden, wagens en een groot leger daarheen.
Zij kwamen 's nachts en omsingelden de stad.
De dienaar van de man van God stond heel vroeg op en ging naar buiten.
Hij zag dat een leger met paarden en wagens de stad omsingeld had.
Hij zei tegen Elisa: Ach, mijn heer, wat moeten wij doen?
Elisa zei: Wees niet bang.
Er zijn er meer bij ons dan bij hen.

Elisa bad: HEERE, open toch zijn ogen, zodat hij kan zien!
De HEERE opende de ogen van de jongen, en hij zag het.
De berg rondom Elisa was vol paarden en wagens van vuur.
Toen de Syriërs op hem afkwamen, bad Elisa tot de HEERE: Sla deze mensen toch met blindheid.
De HEERE sloeg hen met blindheid, zoals Elisa gevraagd had.
Elisa zei tegen hen: Dit is niet de goede weg en niet de goede stad.
Volg mij, dan breng ik jullie naar de man die jullie zoeken.

Hij bracht hen naar Samaria.
Toen zij in Samaria gekomen waren, zei Elisa: HEERE, open de ogen van deze mannen, zodat zij kunnen zien!
De HEERE opende hun ogen, en zij zagen dat zij midden in Samaria waren.
Toen de koning van Israël hen zag, vroeg hij Elisa: Zal ik hen doden?
Zal ik hen doden, mijn vader?

Maar Elisa zei: Nee, dat moet u niet doen.
Zou u mensen doden die u zelf met uw zwaard en boog gevangen hebt?
Geef hun brood en water.
Laat hen eten en drinken en dan teruggaan naar hun heer.

De koning liet een groot feestmaal voor hen klaarmaken.
Zij aten en dronken, en daarna liet hij hen gaan.
Zij gingen terug naar hun heer.
Daarna kwamen er geen Syrische benden meer in het land van Israël.
Hongersnood in Samaria
Enige tijd later riep Benhadad, de koning van Syrië, zijn hele leger bijeen.
Hij trok op en belegerde Samaria.
Door die belegering ontstond er een grote hongersnood in Samaria.
Een ezelskop kostte bijna een kilo zilver, en een kwart liter duivenmest ongeveer 55 gram zilver.
Toen de koning eens over de stadsmuur liep, riep een vrouw naar hem: Help mij, mijn heer de koning!
Hij zei: Als de HEERE je niet helpt, hoe kan ik je dan helpen?
Met graan van de dorsvloer of met wijn uit de pers?

De koning vroeg haar: Wat is er met je?
Zij zei: Deze vrouw zei tegen mij: Geef je zoon, dan eten wij hem vandaag op.
Morgen eten wij dan mijn zoon.

Toen hebben wij mijn zoon gekookt en opgegeten.
De volgende dag zei ik tegen haar: Geef je zoon, dan eten wij hem op.
Maar zij heeft haar zoon verstopt.

Toen de koning hoorde wat de vrouw zei, scheurde hij zijn kleren.
Hij liep over de muur, en het volk zag dat hij onder zijn kleren een rouwkleed op zijn lichaam droeg.
Hij zei: God mag mij zwaar straffen als het hoofd van Elisa, de zoon van Safat, vandaag nog op zijn romp blijft!
Elisa zat in zijn huis, en de oudsten zaten bij hem.
De koning stuurde een man voor zich uit.
Maar voordat de bode aankwam, zei Elisa tegen de oudsten: Zien jullie hoe die moordenaarszoon iemand stuurt om mijn hoofd af te hakken?
Let op: als de bode komt, doe dan de deur dicht en houd hem tegen.
Hoor ik zijn heer daar niet al achter hem aan komen?

Terwijl hij nog met hen sprak, kwam de bode al bij hem.
De koning zei: Kijk, deze ellende komt van de HEERE.
Waarom zou ik nog langer op de HEERE wachten?

Download hoofdstuk als tekstbestand