Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Koningen 3

Oorlog tegen Moab

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Joram koning van Israël
Joram, de zoon van Achab, werd koning over Israël in Samaria.
Dat was in het achttiende jaar van Josafat, de koning van Juda.
Hij regeerde twaalf jaar.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, maar niet zoals zijn vader en zijn moeder.
Hij haalde het opgerichte beeld van Baäl weg, dat zijn vader had gemaakt.
Toch bleef hij de zonden doen van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël tot zonde had gebracht.
Daar hield hij niet mee op.
Drie koningen trekken op tegen Moab
Mesa, de koning van Moab, fokte schapen.
Hij moest aan de koning van Israël 100.000 lammeren leveren en 100.000 rammen met hun wol.
Maar toen Achab gestorven was, kwam de koning van Moab in opstand tegen de koning van Israël.
Toen trok koning Joram uit Samaria weg en riep heel Israël op voor de strijd.
Hij liet Josafat, de koning van Juda, vragen: De koning van Moab is tegen mij in opstand gekomen.
Gaat u met mij mee ten strijde tegen Moab?

Josafat zei: Ik ga mee.
Ik ben als u, mijn volk als uw volk, mijn paarden als uw paarden.

Josafat vroeg: Langs welke weg zullen wij optrekken?
Joram antwoordde: Langs de weg door de woestijn van Edom.
Zo trokken de koning van Israël, de koning van Juda en de koning van Edom op.
Zij maakten een omweg van zeven dagen.
Toen was er geen water meer voor het leger en voor het vee dat met hen meeging.
De koning van Israël zei: Ach!
De HEERE heeft deze drie koningen bij elkaar geroepen om hen in de macht van Moab te geven!

Maar Josafat vroeg: Is hier geen profeet van de HEERE, zodat wij de HEERE door hem kunnen raadplegen?
Een van de dienaren van de koning van Israël antwoordde: Elisa, de zoon van Safat, is hier.
Hij goot vroeger water over de handen van Elia.

Josafat zei: Hij heeft het woord van de HEERE.
Toen gingen de koning van Israël, Josafat en de koning van Edom naar hem toe.
Elisa belooft water en overwinning
Maar Elisa zei tegen de koning van Israël: Wat heb ik met u te maken?
Ga maar naar de profeten van uw vader en de profeten van uw moeder.

De koning van Israël zei: Nee, want de HEERE heeft deze drie koningen hierheen geroepen om hen aan Moab over te leveren.
Elisa zei: Zo waar de HEERE van de legermachten leeft, voor wie ik sta: ik heb alleen ontzag voor Josafat, de koning van Juda.
Anders zou ik u niet eens aankijken!

Maar breng nu een harpspeler bij mij.
Terwijl de harpspeler speelde, kwam de hand van de HEERE op Elisa.
Hij zei: Zo zegt de HEERE: Graaf in dit dal overal kuilen.
Want zo zegt de HEERE: Jullie zullen geen wind zien en geen regen.
Toch zal dit dal vol water komen te staan.
Dan kunnen jullie drinken, jullie zelf, je vee en je lastdieren.

En dat is nog maar een kleinigheid in de ogen van de HEERE.
Hij zal ook Moab in jullie macht geven.

Jullie zullen alle versterkte steden en alle belangrijke steden veroveren.
Jullie zullen alle goede bomen omhakken en alle waterbronnen dichtgooien.
Alle goede akkers zullen jullie met stenen bederven.

De volgende morgen, op het uur van het graanoffer, kwam er plotseling water uit de richting van Edom.
Het hele land kwam vol water te staan.
Moab wordt verslagen
Alle Moabieten hoorden dat de koningen waren opgetrokken om tegen hen te strijden.
Daarom werden alle mannen opgeroepen die een wapen konden dragen, jong en oud.
Zij stelden zich op bij de grens.
Vroeg in de morgen stonden zij op.
De zon scheen op het water, en de Moabieten zagen het water aan de overkant rood als bloed.
Zij zeiden: Dat is bloed!
De koningen hebben elkaar zeker met het zwaard gedood.
Moabieten, op naar de buit!

Maar toen zij bij het kamp van Israël kwamen, stonden de Israëlieten op en versloegen de Moabieten.
Die vluchtten voor hen.
De Israëlieten drongen het land binnen en versloegen Moab verder.
Zij verwoestten de steden.
Iedereen gooide stenen op de goede akkers, tot die helemaal vol lagen.
Zij gooiden alle waterbronnen dicht en hakten alle goede bomen om.
Alleen de stenen muren van Kir-Hareseth bleven over, maar de slingeraars omsingelden de stad en vielen haar aan.
De koning van Moab zag dat hij de strijd verloor.
Hij nam 700 mannen met zwaarden mee om door te breken naar de koning van Edom, maar het lukte hun niet.
Toen nam hij zijn oudste zoon, die na hem koning zou worden, en offerde hem als brandoffer op de muur.
Er kwam grote toorn over Israël.
Daarom trokken zij bij hem weg en gingen terug naar hun land.

Download hoofdstuk als tekstbestand