Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Koningen 2
Elia wordt opgenomen in de hemel
Elia en Elisa op weg
De HEERE zou Elia in een storm naar de hemel opnemen.
In die tijd gingen Elia en Elisa samen weg uit Gilgal.
In die tijd gingen Elia en Elisa samen weg uit Gilgal.
Elia zei tegen Elisa: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Bethel gestuurd.
Maar Elisa zei: Zo waar de HEERE leeft en zo waar u leeft: ik laat u niet alleen!
Zo gingen zij samen naar Bethel.
Maar Elisa zei: Zo waar de HEERE leeft en zo waar u leeft: ik laat u niet alleen!
Zo gingen zij samen naar Bethel.
De profetenleerlingen in Bethel kwamen naar Elisa toe en vroegen: Weet u dat de HEERE vandaag uw meester van u zal wegnemen?
Hij zei: Ja, dat weet ik.
Zeg er maar niets over.
Hij zei: Ja, dat weet ik.
Zeg er maar niets over.
Elia zei tegen hem: Elisa, blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Jericho gestuurd.
Maar hij zei: Zo waar de HEERE leeft en zo waar u leeft: ik laat u niet alleen!
Zo kwamen zij in Jericho.
Maar hij zei: Zo waar de HEERE leeft en zo waar u leeft: ik laat u niet alleen!
Zo kwamen zij in Jericho.
De profetenleerlingen in Jericho kwamen naar Elisa toe en vroegen: Weet u dat de HEERE vandaag uw meester van u zal wegnemen?
Hij zei: Ja, dat weet ik.
Zeg er maar niets over.
Hij zei: Ja, dat weet ik.
Zeg er maar niets over.
Elia zei tegen hem: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar de Jordaan gestuurd.
Maar hij zei: Zo waar de HEERE leeft en zo waar u leeft: ik laat u niet alleen!
Zo gingen zij samen verder.
Maar hij zei: Zo waar de HEERE leeft en zo waar u leeft: ik laat u niet alleen!
Zo gingen zij samen verder.
Er gingen ook 50 profetenleerlingen mee.
Zij bleven op een afstand staan, terwijl Elia en Elisa bij de Jordaan stonden.
Zij bleven op een afstand staan, terwijl Elia en Elisa bij de Jordaan stonden.
Toen nam Elia zijn mantel, rolde hem op en sloeg op het water.
Het water week naar links en naar rechts.
Zo liepen zij samen over droge grond naar de overkant.
Het water week naar links en naar rechts.
Zo liepen zij samen over droge grond naar de overkant.
Elia wordt opgenomen
Toen zij aan de overkant waren, zei Elia tegen Elisa: Vraag wat ik voor je moet doen, voordat ik bij je weggenomen word.
Elisa zei: Laat mij toch een dubbel deel van uw geest krijgen!
Elisa zei: Laat mij toch een dubbel deel van uw geest krijgen!
Elia zei: Je vraagt iets moeilijks.
Als je mij ziet wanneer ik bij je weggenomen word, dan zul je het krijgen.
Zo niet, dan niet.
Als je mij ziet wanneer ik bij je weggenomen word, dan zul je het krijgen.
Zo niet, dan niet.
Zij liepen verder en praatten met elkaar.
Plotseling verscheen er een wagen van vuur met paarden van vuur, die hen van elkaar scheidden.
Zo ging Elia in een storm naar de hemel.
Plotseling verscheen er een wagen van vuur met paarden van vuur, die hen van elkaar scheidden.
Zo ging Elia in een storm naar de hemel.
Elisa zag het en riep: Mijn vader, mijn vader!
De wagens van Israël en zijn ruiters!
Toen zag hij hem niet meer.
Hij greep zijn kleren en scheurde ze in twee stukken.
De wagens van Israël en zijn ruiters!
Toen zag hij hem niet meer.
Hij greep zijn kleren en scheurde ze in twee stukken.
Elisa neemt de plaats van Elia in
Hij raapte de mantel van Elia op, die van hem was afgevallen.
Hij ging terug en bleef aan de oever van de Jordaan staan.
Hij ging terug en bleef aan de oever van de Jordaan staan.
Hij nam de mantel van Elia en sloeg op het water.
Hij zei: Waar is de HEERE, de God van Elia?
Ja, waar is Hij?
Toen hij op het water sloeg, week het naar links en naar rechts.
Zo ging Elisa erdoor.
Hij zei: Waar is de HEERE, de God van Elia?
Ja, waar is Hij?
Toen hij op het water sloeg, week het naar links en naar rechts.
Zo ging Elisa erdoor.
De profetenleerlingen uit Jericho stonden aan de overkant en zagen hem.
Zij zeiden: De geest van Elia rust op Elisa.
Zij gingen hem tegemoet en bogen zich voor hem neer tot op de grond.
Zij zeiden: De geest van Elia rust op Elisa.
Zij gingen hem tegemoet en bogen zich voor hem neer tot op de grond.
Zij zeiden tegen hem: Kijk, er zijn hier bij uw dienaren 50 sterke mannen.
Laat hen toch uw meester gaan zoeken.
Misschien heeft de Geest van de HEERE hem opgenomen en ergens op een berg of in een dal neergeworpen.
Maar hij zei: Stuur hen niet.
Laat hen toch uw meester gaan zoeken.
Misschien heeft de Geest van de HEERE hem opgenomen en ergens op een berg of in een dal neergeworpen.
Maar hij zei: Stuur hen niet.
Maar zij bleven aandringen, tot hij niet meer kon weigeren.
Toen zei hij: Stuur hen dan maar.
Zij stuurden 50 mannen.
Die zochten drie dagen lang, maar vonden hem niet.
Toen zei hij: Stuur hen dan maar.
Zij stuurden 50 mannen.
Die zochten drie dagen lang, maar vonden hem niet.
Zij kwamen terug bij Elisa, die in Jericho gebleven was.
Hij zei tegen hen: Heb ik jullie niet gezegd dat jullie niet moesten gaan?
Hij zei tegen hen: Heb ik jullie niet gezegd dat jullie niet moesten gaan?
Elisa maakt het water gezond
De mannen van de stad zeiden tegen Elisa: Kijk, deze stad ligt mooi, zoals u zelf ziet.
Maar het water is slecht en het land is onvruchtbaar.
Maar het water is slecht en het land is onvruchtbaar.
Hij zei: Breng mij een nieuwe schaal en doe er zout in.
Zij brachten hem die.
Zij brachten hem die.
Toen ging hij naar de bron en gooide het zout erin.
Hij zei: Zo zegt de HEERE: Ik heb dit water gezond gemaakt.
Er zal geen dood en geen onvruchtbaarheid meer uit voortkomen.
Hij zei: Zo zegt de HEERE: Ik heb dit water gezond gemaakt.
Er zal geen dood en geen onvruchtbaarheid meer uit voortkomen.
Zo werd het water gezond, tot op de dag van vandaag, zoals Elisa gezegd had.
De spotters bij Bethel
Van daar ging hij naar Bethel.
Toen hij de weg omhoog liep, kwamen er jongens uit de stad.
Zij bespotten hem en riepen: Ga omhoog, kaalkop!
Ga omhoog, kaalkop!
Toen hij de weg omhoog liep, kwamen er jongens uit de stad.
Zij bespotten hem en riepen: Ga omhoog, kaalkop!
Ga omhoog, kaalkop!
Hij draaide zich om, keek naar hen en vervloekte hen in de naam van de HEERE.
Toen kwamen er twee beren uit het bos.
Die verscheurden 42 van de jongens.
Toen kwamen er twee beren uit het bos.
Die verscheurden 42 van de jongens.
Van daar ging hij naar de berg Karmel, en daarvandaan ging hij terug naar Samaria.