Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Koningen 1
Elia en koning Ahazia
Ahazia raadpleegt Baäl-Zebub
Na de dood van Achab kwam Moab in opstand tegen Israël.
Ahazia viel in Samaria door het traliewerk van zijn bovenkamer en werd ziek.
Hij stuurde boden weg en zei tegen hen: Ga naar Baäl-Zebub, de god van Ekron.
Vraag hem of ik van deze ziekte zal genezen.
Hij stuurde boden weg en zei tegen hen: Ga naar Baäl-Zebub, de god van Ekron.
Vraag hem of ik van deze ziekte zal genezen.
Maar de engel van de HEERE zei tegen Elia, de Thisbiet: Sta op en ga de boden van de koning van Samaria tegemoet.
Zeg tegen hen: Is er soms geen God in Israël?
Waarom gaan jullie Baäl-Zebub raadplegen, de god van Ekron?
Zeg tegen hen: Is er soms geen God in Israël?
Waarom gaan jullie Baäl-Zebub raadplegen, de god van Ekron?
Daarom zegt de HEERE: Van het bed waarop je bent gaan liggen, zul je niet meer opstaan.
Je zult zeker sterven.
Toen ging Elia weg.
Je zult zeker sterven.
Toen ging Elia weg.
De boden kwamen terug bij de koning.
Hij vroeg hun: Waarom zijn jullie teruggekomen?
Hij vroeg hun: Waarom zijn jullie teruggekomen?
Zij antwoordden: Er kwam een man naar ons toe.
Hij zei: Ga terug naar de koning die jullie gestuurd heeft.
Zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE: Is er soms geen God in Israël?
Waarom stuur je boden om Baäl-Zebub te raadplegen, de god van Ekron?
Daarom zul je niet meer opstaan van het bed waarop je bent gaan liggen.
Je zult zeker sterven.
Hij zei: Ga terug naar de koning die jullie gestuurd heeft.
Zeg tegen hem: Zo zegt de HEERE: Is er soms geen God in Israël?
Waarom stuur je boden om Baäl-Zebub te raadplegen, de god van Ekron?
Daarom zul je niet meer opstaan van het bed waarop je bent gaan liggen.
Je zult zeker sterven.
De koning vroeg hun: Hoe zag die man eruit die jullie tegemoet kwam en dit tegen jullie zei?
Zij antwoordden: Hij was een man met een kleed van haar, en hij had een leren gordel om zijn middel.
Toen zei de koning: Dat is Elia, de Thisbiet.
Toen zei de koning: Dat is Elia, de Thisbiet.
Vuur uit de hemel
Toen stuurde de koning een aanvoerder met zijn 50 man naar Elia.
Elia zat boven op een berg.
De aanvoerder ging naar hem toe en zei: Man van God, de koning zegt: Kom naar beneden!
Elia zat boven op een berg.
De aanvoerder ging naar hem toe en zei: Man van God, de koning zegt: Kom naar beneden!
Elia antwoordde de aanvoerder: Als ik een man van God ben, dan komt er vuur uit de hemel dat jou en je 50 man verteert.
Toen kwam er vuur uit de hemel neer.
Het verteerde hem en zijn 50 man.
Toen kwam er vuur uit de hemel neer.
Het verteerde hem en zijn 50 man.
De koning stuurde opnieuw een aanvoerder met zijn 50 man naar Elia.
Die zei tegen hem: Man van God, zo zegt de koning: Kom snel naar beneden!
Die zei tegen hem: Man van God, zo zegt de koning: Kom snel naar beneden!
Elia antwoordde hem: Als ik een man van God ben, dan komt er vuur uit de hemel dat jou en je 50 man verteert.
Toen kwam het vuur van God uit de hemel neer.
Het verteerde hem en zijn 50 man.
Toen kwam het vuur van God uit de hemel neer.
Het verteerde hem en zijn 50 man.
Voor de derde keer stuurde de koning een aanvoerder met zijn 50 man.
Deze derde aanvoerder ging naar boven.
Hij viel voor Elia op zijn knieën.
Hij smeekte hem: Man van God, laat mijn leven toch kostbaar zijn in uw ogen, en ook het leven van deze 50 dienaren van u!
Deze derde aanvoerder ging naar boven.
Hij viel voor Elia op zijn knieën.
Hij smeekte hem: Man van God, laat mijn leven toch kostbaar zijn in uw ogen, en ook het leven van deze 50 dienaren van u!
Kijk, er is vuur uit de hemel neergekomen.
Het heeft de eerste twee aanvoerders met hun 50 man verteerd.
Maar laat mijn leven nu kostbaar zijn in uw ogen!
Het heeft de eerste twee aanvoerders met hun 50 man verteerd.
Maar laat mijn leven nu kostbaar zijn in uw ogen!
Toen zei de engel van de HEERE tegen Elia: Ga met hem mee naar beneden.
Wees niet bang voor hem.
Elia stond op en ging met hem mee naar de koning.
Wees niet bang voor hem.
Elia stond op en ging met hem mee naar de koning.
Hij zei tegen de koning: Zo zegt de HEERE: Je hebt boden gestuurd om Baäl-Zebub te raadplegen, de god van Ekron.
Is er soms geen God in Israël, bij wie je om raad kunt vragen?
Daarom zul je niet meer opstaan van het bed waarop je bent gaan liggen.
Je zult zeker sterven.
Is er soms geen God in Israël, bij wie je om raad kunt vragen?
Daarom zul je niet meer opstaan van het bed waarop je bent gaan liggen.
Je zult zeker sterven.
De dood van Ahazia
Zo stierf Ahazia, zoals de HEERE door Elia gezegd had.
Hij had geen zoon, en daarom werd Joram koning in zijn plaats.
Dat was in het tweede jaar van Joram, de zoon van Josafat, de koning van Juda.
Hij had geen zoon, en daarom werd Joram koning in zijn plaats.
Dat was in het tweede jaar van Joram, de zoon van Josafat, de koning van Juda.
Wat verder over Ahazia te vertellen is en wat hij gedaan heeft, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Israël.