Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Koningen 24

Juda komt onder Babel

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Jojakim en de opstand tegen Babel
In zijn tijd trok Nebukadnezar, de koning van Babel, op.
Jojakim werd drie jaar zijn onderdaan.
Daarna keerde hij zich om en kwam tegen hem in opstand.
De HEERE stuurde benden Chaldeeën, Syriërs, Moabieten en Ammonieten op hem af.
Hij stuurde hen tegen Juda om het te vernietigen.
Zo ging het woord van de HEERE in vervulling, dat Hij gesproken had door Zijn dienaren, de profeten.
Dit gebeurde met Juda op bevel van de HEERE.
Hij stuurde hen bij zich weg om de zonden van Manasse, om alles wat die gedaan had.
Ook het onschuldige bloed telde mee dat Manasse vergoten had, waarmee hij Jeruzalem gevuld had.
Daarom wilde de HEERE niet vergeven.
Wat verder over Jojakim te vertellen is en alles wat hij deed, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Juda.
Jojakim ging bij zijn voorouders te ruste, en zijn zoon Jojachin werd koning in zijn plaats.
De koning van Egypte trok niet meer uit zijn land.
De koning van Babel had namelijk alles ingenomen wat van de koning van Egypte was, van de beek van Egypte tot de rivier de Eufraat.
Jojachin wordt weggevoerd
Jojachin was achttien jaar toen hij koning werd, en hij regeerde drie maanden in Jeruzalem.
Zijn moeder heette Nehusta en was een dochter van Elnathan uit Jeruzalem.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, net als zijn vader.
In die tijd trokken de dienaren van Nebukadnezar, de koning van Babel, op naar Jeruzalem.
De stad werd belegerd.
Terwijl zijn dienaren de stad belegerden, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, er zelf ook naartoe.
Toen gaf Jojachin, de koning van Juda, zich over aan de koning van Babel.
Ook zijn moeder, zijn dienaren, zijn hooggeplaatsten en zijn hovelingen gingen mee.
De koning van Babel nam hem gevangen in het achtste jaar van zijn regering.
Hij haalde alle schatten uit het huis van de HEERE en uit het paleis weg.
Hij sloeg alle gouden voorwerpen stuk die Salomo, de koning van Israël, voor de tempel van de HEERE gemaakt had, zoals de HEERE gezegd had.
Hij voerde heel Jeruzalem weg: alle hooggeplaatsten, alle dappere strijders, 10.000 gevangenen, en alle timmerlieden en smeden.
Alleen de armste mensen van het land bleven achter.
Zo voerde hij Jojachin weg naar Babel, met de moeder van de koning, zijn vrouwen en zijn hovelingen.
Ook de machtige mannen van het land bracht hij als gevangenen van Jeruzalem naar Babel.
Verder voerde de koning van Babel 7.000 sterke mannen weg, en 1.000 timmerlieden en smeden.
Het waren allemaal mannen die goed konden vechten.
Hij bracht hen als gevangenen naar Babel.
De koning van Babel maakte Mattanja, de oom van Jojachin, koning in zijn plaats.
Hij veranderde zijn naam in Zedekia.
Zedekia koning van Juda
Zedekia was 21 jaar toen hij koning werd, en hij regeerde elf jaar in Jeruzalem.
Zijn moeder heette Hamutal en was een dochter van Jeremia uit Libna.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE, net als Jojakim.
Dit gebeurde door de toorn van de HEERE tegen Jeruzalem en Juda, tot Hij hen bij zich weggooide.
En Zedekia kwam in opstand tegen de koning van Babel.

Download hoofdstuk als tekstbestand