Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Koningen 19
De HEERE redt Jeruzalem
Hizkia vraagt Jesaja om raad
Toen koning Hizkia dat hoorde, scheurde hij zijn kleren.
Hij trok een rouwkleed aan en ging naar het huis van de HEERE.
Hij trok een rouwkleed aan en ging naar het huis van de HEERE.
Daarna stuurde hij Eljakim, de hofmeester, Sebna, de schrijver, en de oudste priesters naar de profeet Jesaja, de zoon van Amoz.
Ook zij droegen rouwkleren.
Ook zij droegen rouwkleren.
Zij zeiden tegen hem: Zo zegt Hizkia: Vandaag is een dag van nood, van straf en van schande.
De kinderen liggen klaar om geboren te worden, maar er is geen kracht om te baren.
De kinderen liggen klaar om geboren te worden, maar er is geen kracht om te baren.
Misschien hoort de HEERE, uw God, alle woorden van de opperschenker.
Zijn heer, de koning van Assyrië, heeft hem gestuurd om de levende God te beschimpen.
Misschien straft de HEERE, uw God, hem om die woorden.
Bid daarom voor de mensen die nog over zijn.
Zijn heer, de koning van Assyrië, heeft hem gestuurd om de levende God te beschimpen.
Misschien straft de HEERE, uw God, hem om die woorden.
Bid daarom voor de mensen die nog over zijn.
Zo kwamen de dienaren van koning Hizkia bij Jesaja.
Jesaja zei tegen hen: Zeg dit tegen jullie heer: Zo zegt de HEERE: Wees niet bang voor de woorden die je gehoord hebt.
Met die woorden hebben de knechten van de koning van Assyrië mij beschimpt.
Met die woorden hebben de knechten van de koning van Assyrië mij beschimpt.
Kijk, ik zal een geest in hem geven.
Hij zal een bericht horen en naar zijn eigen land terugkeren.
Daar zal ik hem door het zwaard laten vallen.
Hij zal een bericht horen en naar zijn eigen land terugkeren.
Daar zal ik hem door het zwaard laten vallen.
De brief van Sanherib
De opperschenker ging terug en trof de koning van Assyrië aan bij de strijd om Libna.
Hij had namelijk gehoord dat de koning uit Lachis vertrokken was.
Hij had namelijk gehoord dat de koning uit Lachis vertrokken was.
Toen hoorde de koning over Tirhaka, de koning van Cusch: Kijk, hij is uitgetrokken om tegen u te strijden.
Daarop stuurde hij opnieuw boden naar Hizkia met deze boodschap:
Daarop stuurde hij opnieuw boden naar Hizkia met deze boodschap:
Zeg dit tegen Hizkia, de koning van Juda: Laat je God, op wie je vertrouwt, je niet bedriegen.
Hij zegt: Jeruzalem zal niet in de macht van de koning van Assyrië komen.
Hij zegt: Jeruzalem zal niet in de macht van de koning van Assyrië komen.
Kijk, je hebt zelf gehoord wat de koningen van Assyrië met alle landen gedaan hebben.
Zij hebben alles vernietigd.
Zou jij dan gered worden?
Zij hebben alles vernietigd.
Zou jij dan gered worden?
Hebben de goden van de volken hen gered?
Mijn voorouders hebben Gozan, Haran en Rezef vernietigd, en ook de mensen van Eden die in Telassar woonden.
Mijn voorouders hebben Gozan, Haran en Rezef vernietigd, en ook de mensen van Eden die in Telassar woonden.
Waar is de koning van Hamath, de koning van Arpad, en de koning van de stad Sefarvaim, van Hena en Ivva?
Het gebed van Hizkia
Hizkia nam de brief van de boden aan en las hem.
Toen ging hij naar het huis van de HEERE en legde de brief daar open voor het aangezicht van de HEERE.
Toen ging hij naar het huis van de HEERE en legde de brief daar open voor het aangezicht van de HEERE.
Hizkia bad voor het aangezicht van de HEERE: HEERE, God van Israël, die tussen de cherubs troont!
U alleen bent God over alle koninkrijken op aarde.
U hebt de hemel en de aarde gemaakt.
U alleen bent God over alle koninkrijken op aarde.
U hebt de hemel en de aarde gemaakt.
HEERE, luister toch en hoor.
Open Uw ogen, HEERE, en zie.
Hoor de woorden van Sanherib, die deze boden gestuurd heeft om de levende God te beschimpen.
Open Uw ogen, HEERE, en zie.
Hoor de woorden van Sanherib, die deze boden gestuurd heeft om de levende God te beschimpen.
Het is waar, HEERE: de koningen van Assyrië hebben die volken en hun landen verwoest.
Zij hebben hun goden in het vuur gegooid.
Maar dat waren geen goden; het was werk van mensenhanden, hout en steen.
Daarom konden zij ze vernietigen.
Maar dat waren geen goden; het was werk van mensenhanden, hout en steen.
Daarom konden zij ze vernietigen.
Nu dan, HEERE, onze God, red ons toch uit zijn macht.
Dan zullen alle koninkrijken op aarde weten dat U, HEERE, alleen God bent.
Dan zullen alle koninkrijken op aarde weten dat U, HEERE, alleen God bent.
Het antwoord van de HEERE
Toen stuurde Jesaja, de zoon van Amoz, een bericht naar Hizkia.
Hij liet zeggen: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Ik heb je gebed over Sanherib gehoord.
Hij liet zeggen: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Ik heb je gebed over Sanherib gehoord.
Dit is het woord dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonge vrouw, de dochter Sion, kijkt op je neer en lacht om je.
De dochter Jeruzalem schudt haar hoofd achter je rug.
De dochter Jeruzalem schudt haar hoofd achter je rug.
Wie heb je beschimpt en belasterd?
Tegen wie heb je je stem verheven en je ogen hoog opgeslagen?
Tegen de Heilige van Israël!
Tegen wie heb je je stem verheven en je ogen hoog opgeslagen?
Tegen de Heilige van Israël!
Door je boden heb je de HEERE beschimpt.
Je zei: Met al mijn wagens ben ik de hoge bergen op gegaan, tot in het hart van de Libanon.
Ik heb daar de hoogste ceders en de mooiste cipressen omgehakt.
Ik ben tot in zijn verste hoek gekomen, in zijn dichte woud.
Je zei: Met al mijn wagens ben ik de hoge bergen op gegaan, tot in het hart van de Libanon.
Ik heb daar de hoogste ceders en de mooiste cipressen omgehakt.
Ik ben tot in zijn verste hoek gekomen, in zijn dichte woud.
Ik heb putten gegraven en water gedronken in vreemd land.
Met mijn voetzolen heb ik alle rivieren van Egypte drooggelegd.
Met mijn voetzolen heb ik alle rivieren van Egypte drooggelegd.
Heb je dan niet gehoord dat ik dit lang geleden al besloten heb?
Vanaf oude tijden heb ik het zo bedacht.
Nu heb ik het laten gebeuren: jij mocht vestingsteden verwoesten tot puinhopen.
Vanaf oude tijden heb ik het zo bedacht.
Nu heb ik het laten gebeuren: jij mocht vestingsteden verwoesten tot puinhopen.
Hun inwoners hadden geen kracht meer.
Zij schrokken en werden beschaamd.
Zij waren als gras op het veld en als jong groen, als gras op de daken, dat verdort voor het opschiet.
Zij schrokken en werden beschaamd.
Zij waren als gras op het veld en als jong groen, als gras op de daken, dat verdort voor het opschiet.
Maar ik weet waar je woont, wanneer je uitgaat en binnenkomt, en hoe je tegen mij tekeergaat.
Je gaat tegen mij tekeer, en je hoogmoed is mij ter ore gekomen.
Daarom sla ik mijn haak in je neus en leg ik mijn bit in je mond.
Dan stuur ik je terug langs dezelfde weg als waarlangs je gekomen bent.
Daarom sla ik mijn haak in je neus en leg ik mijn bit in je mond.
Dan stuur ik je terug langs dezelfde weg als waarlangs je gekomen bent.
Dit zal voor jou het teken zijn, Hizkia: dit jaar eten jullie wat vanzelf opkomt, en volgend jaar wat daaruit opschiet.
Maar in het derde jaar moeten jullie zaaien en oogsten, wijngaarden planten en de vruchten ervan eten.
Maar in het derde jaar moeten jullie zaaien en oogsten, wijngaarden planten en de vruchten ervan eten.
Wie van het huis van Juda ontkomen is en overgebleven, zal opnieuw wortel schieten en vrucht dragen.
Want uit Jeruzalem zal een rest komen, van de berg Sion wie ontkomen is.
De HEERE van de legermachten zal dat doen in Zijn ijver.
De HEERE van de legermachten zal dat doen in Zijn ijver.
Daarom zegt de HEERE dit over de koning van Assyrië: Hij zal deze stad niet binnenkomen en er geen pijl in schieten.
Hij zal er niet met een schild voor komen en er geen wal tegen opwerpen.
Hij zal er niet met een schild voor komen en er geen wal tegen opwerpen.
Langs dezelfde weg als waarlangs hij gekomen is, zal hij teruggaan.
Deze stad komt hij niet binnen, zegt de HEERE.
Deze stad komt hij niet binnen, zegt de HEERE.
Want ik zal deze stad beschermen en redden, om mijzelf en om mijn dienaar David.
Het einde van Sanherib
Diezelfde nacht ging de engel van de HEERE uit en doodde in het kamp van Assyrië 185.000 man.
Toen men vroeg in de morgen opstond, lagen daar alleen nog dode lichamen.
Toen men vroeg in de morgen opstond, lagen daar alleen nog dode lichamen.
Daarom brak Sanherib, de koning van Assyrië, op en ging terug.
Hij bleef in Ninevé.
Hij bleef in Ninevé.
Terwijl hij zich neerboog in de tempel van zijn god Nisroch, doodden zijn zonen Adramelech en Sarezer hem met het zwaard.
Zij vluchtten naar het land Ararat, en zijn zoon Esar-Haddon werd koning in zijn plaats.
Zij vluchtten naar het land Ararat, en zijn zoon Esar-Haddon werd koning in zijn plaats.