Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Koningen 16
Achaz koning van Juda
Achaz doet wat slecht is
In het zeventiende jaar van Pekah, de zoon van Remalia, werd Achaz koning.
Hij was de zoon van Jotham, de koning van Juda.
Hij was de zoon van Jotham, de koning van Juda.
Achaz was twintig jaar toen hij koning werd, en hij regeerde zestien jaar in Jeruzalem.
Hij deed niet wat juist was in de ogen van de HEERE, zijn God, zoals zijn vader David.
Hij deed niet wat juist was in de ogen van de HEERE, zijn God, zoals zijn vader David.
Hij volgde de weg van de koningen van Israël.
Hij liet zelfs zijn zoon door het vuur gaan.
Dat was een gruwel van de volken die de HEERE voor de Israëlieten verdreven had.
Hij liet zelfs zijn zoon door het vuur gaan.
Dat was een gruwel van de volken die de HEERE voor de Israëlieten verdreven had.
Hij offerde ook en brandde reukwerk op de offerhoogten, op de heuvels en onder elke bladerrijke boom.
Toen trokken Rezin, de koning van Syrië, en Pekah, de zoon van Remalia, de koning van Israël, op naar Jeruzalem.
Zij belegerden Achaz, maar zij konden hem niet verslaan.
Zij belegerden Achaz, maar zij konden hem niet verslaan.
In die tijd bracht Rezin, de koning van Syrië, Elath terug bij Syrië.
Hij verjoeg de Judeeërs uit Elath.
De Syriërs kwamen in Elath wonen, tot op de dag van vandaag.
Hij verjoeg de Judeeërs uit Elath.
De Syriërs kwamen in Elath wonen, tot op de dag van vandaag.
Achaz vraagt Assyrië om hulp
Achaz stuurde boden naar Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië.
Hij liet zeggen: Ik ben uw dienaar en uw zoon.
Kom en red mij uit de macht van de koning van Syrië en van de koning van Israël, die mij aanvallen.
Hij liet zeggen: Ik ben uw dienaar en uw zoon.
Kom en red mij uit de macht van de koning van Syrië en van de koning van Israël, die mij aanvallen.
Achaz nam het zilver en het goud dat in het huis van de HEERE en in de schatkamers van het paleis lag.
Dat stuurde hij als geschenk naar de koning van Assyrië.
Dat stuurde hij als geschenk naar de koning van Assyrië.
De koning van Assyrië luisterde naar hem.
Hij trok op tegen Damaskus, nam de stad in en voerde de bewoners weg naar Kir.
Rezin doodde hij.
Hij trok op tegen Damaskus, nam de stad in en voerde de bewoners weg naar Kir.
Rezin doodde hij.
Een altaar naar het voorbeeld van Damaskus
Koning Achaz ging naar Damaskus om Tiglath-Pilezer, de koning van Assyrië, te ontmoeten.
Daar zag hij een altaar.
Hij stuurde de priester Uria een tekening van dat altaar, met de maten en de hele opbouw.
Daar zag hij een altaar.
Hij stuurde de priester Uria een tekening van dat altaar, met de maten en de hele opbouw.
De priester Uria bouwde een altaar, precies zoals koning Achaz het hem vanuit Damaskus had laten weten.
Hij was ermee klaar voordat koning Achaz terugkwam.
Hij was ermee klaar voordat koning Achaz terugkwam.
Toen de koning uit Damaskus terugkwam, zag hij het altaar.
Hij ging naar het altaar toe en offerde erop.
Hij ging naar het altaar toe en offerde erop.
Hij bracht er zijn brandoffer en zijn graanoffer, goot zijn drankoffer uit en sprenkelde het bloed van zijn dankoffers op dat altaar.
Het koperen altaar dat voor het aangezicht van de HEERE stond, haalde hij weg van de voorkant van het huis.
Het stond tussen zijn eigen altaar en het huis van de HEERE.
Hij zette het aan de noordkant van zijn altaar.
Het stond tussen zijn eigen altaar en het huis van de HEERE.
Hij zette het aan de noordkant van zijn altaar.
Koning Achaz gaf de priester Uria bevel: Breng op het grote altaar het brandoffer van de morgen en het graanoffer van de avond.
Breng er ook het brandoffer en het graanoffer van de koning, en het brandoffer, het graanoffer en de drankoffers van het hele volk.
Sprenkel daar al het bloed van de brandoffers en van de slachtoffers op.
Het koperen altaar houd ik om raad te vragen.
Breng er ook het brandoffer en het graanoffer van de koning, en het brandoffer, het graanoffer en de drankoffers van het hele volk.
Sprenkel daar al het bloed van de brandoffers en van de slachtoffers op.
Het koperen altaar houd ik om raad te vragen.
De priester Uria deed alles wat koning Achaz hem bevolen had.
Koning Achaz sneed de lijsten van de onderstellen af en haalde de wasbekkens eraf.
Hij haalde de zee van de koperen runderen af en zette die op een stenen vloer.
Hij haalde de zee van de koperen runderen af en zette die op een stenen vloer.
Ook de overdekte gang voor de sabbat, die zij bij het huis gebouwd hadden, haalde hij weg.
Hetzelfde deed hij met de buitenste ingang van de koning bij het huis van de HEERE.
Dat deed hij vanwege de koning van Assyrië.
Hetzelfde deed hij met de buitenste ingang van de koning bij het huis van de HEERE.
Dat deed hij vanwege de koning van Assyrië.
Wat verder over Achaz te vertellen is en alles wat hij deed, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Juda.
Achaz ging bij zijn voorouders te ruste en werd bij hen begraven in de stad van David.
Zijn zoon Hizkia werd koning in zijn plaats.
Zijn zoon Hizkia werd koning in zijn plaats.