Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
2 Koningen 14
Amazia van Juda en Jerobeam van Israël
Amazia koning van Juda
In het tweede jaar van Joas, de zoon van Joahaz, de koning van Israël, werd Amazia koning.
Hij was de zoon van Joas, de koning van Juda.
Hij was de zoon van Joas, de koning van Juda.
Hij was 25 jaar toen hij koning werd, en hij regeerde 29 jaar in Jeruzalem.
Zijn moeder heette Joaddan en kwam uit Jeruzalem.
Zijn moeder heette Joaddan en kwam uit Jeruzalem.
Hij deed wat juist was in de ogen van de HEERE, maar niet zoals zijn vader David.
Hij deed alles zoals zijn vader Joas het gedaan had.
Hij deed alles zoals zijn vader Joas het gedaan had.
Alleen werden de offerhoogten niet weggehaald.
Het volk bleef daar offeren en reukwerk branden.
Het volk bleef daar offeren en reukwerk branden.
Toen zijn koningschap stevig stond, doodde hij de dienaren die zijn vader, de koning, hadden gedood.
Maar de kinderen van die moordenaars doodde hij niet.
Want zo staat het in het wetboek van Mozes.
Daar heeft de HEERE geboden: Vaders mogen niet gedood worden om wat hun kinderen deden.
Kinderen mogen niet gedood worden om wat hun vaders deden.
Ieder moet sterven om zijn eigen zonde.
Want zo staat het in het wetboek van Mozes.
Daar heeft de HEERE geboden: Vaders mogen niet gedood worden om wat hun kinderen deden.
Kinderen mogen niet gedood worden om wat hun vaders deden.
Ieder moet sterven om zijn eigen zonde.
Hij versloeg 10.000 Edomieten in het Zoutdal.
Ook nam hij Sela in en noemde die stad Jokteël; zo heet die tot op de dag van vandaag.
Ook nam hij Sela in en noemde die stad Jokteël; zo heet die tot op de dag van vandaag.
Oorlog tussen Juda en Israël
Toen stuurde Amazia boden naar Joas, de zoon van Joahaz, de zoon van Jehu, de koning van Israël.
Hij liet zeggen: Kom, laten wij elkaar in de ogen kijken.
Hij liet zeggen: Kom, laten wij elkaar in de ogen kijken.
Maar Joas, de koning van Israël, stuurde Amazia dit antwoord: De distel op de Libanon stuurde een bode naar de ceder daar.
Hij liet zeggen: Geef je dochter aan mijn zoon als vrouw.
Maar de wilde dieren van de Libanon liepen voorbij en vertrapten de distel.
Hij liet zeggen: Geef je dochter aan mijn zoon als vrouw.
Maar de wilde dieren van de Libanon liepen voorbij en vertrapten de distel.
U hebt de Edomieten verslagen, en daardoor bent u hoogmoedig geworden.
Geniet van die eer en blijf thuis.
Waarom zou u onheil over uzelf afroepen?
Dan valt u, en Juda met u.
Geniet van die eer en blijf thuis.
Waarom zou u onheil over uzelf afroepen?
Dan valt u, en Juda met u.
Maar Amazia luisterde niet.
Daarom trok Joas, de koning van Israël, op.
Hij en Amazia, de koning van Juda, keken elkaar in de ogen bij Beth-Semes, dat in Juda ligt.
Daarom trok Joas, de koning van Israël, op.
Hij en Amazia, de koning van Juda, keken elkaar in de ogen bij Beth-Semes, dat in Juda ligt.
Juda werd door Israël verslagen, en iedereen vluchtte naar zijn tent.
Joas, de koning van Israël, nam Amazia, de koning van Juda, gevangen bij Beth-Semes.
Amazia was de zoon van Joas, de zoon van Ahazia.
Joas kwam naar Jeruzalem en brak de muur af van de Efraïmpoort tot aan de Hoekpoort, ongeveer 180 meter.
Amazia was de zoon van Joas, de zoon van Ahazia.
Joas kwam naar Jeruzalem en brak de muur af van de Efraïmpoort tot aan de Hoekpoort, ongeveer 180 meter.
Hij nam al het goud en zilver mee.
Ook nam hij alle voorwerpen uit het huis van de HEERE en uit de schatkamers van het paleis.
Daarnaast nam hij gijzelaars mee.
Toen ging hij terug naar Samaria.
Ook nam hij alle voorwerpen uit het huis van de HEERE en uit de schatkamers van het paleis.
Daarnaast nam hij gijzelaars mee.
Toen ging hij terug naar Samaria.
Joas streed tegen Amazia, de koning van Juda.
Wat verder over hem en zijn macht te vertellen is, staat in het boek van de kronieken van Israël.
Wat verder over hem en zijn macht te vertellen is, staat in het boek van de kronieken van Israël.
Joas ging bij zijn voorouders te ruste en werd in Samaria begraven, bij de koningen van Israël.
Zijn zoon Jerobeam werd koning in zijn plaats.
Zijn zoon Jerobeam werd koning in zijn plaats.
De dood van Amazia
Amazia, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde nog vijftien jaar.
Dat was na de dood van Joas, de zoon van Joahaz, de koning van Israël.
Dat was na de dood van Joas, de zoon van Joahaz, de koning van Israël.
Wat verder over Amazia te vertellen is, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Juda.
In Jeruzalem smeedden zij een samenzwering tegen hem.
Hij vluchtte naar Lachis, maar zij stuurden mannen achter hem aan en doodden hem daar.
Hij vluchtte naar Lachis, maar zij stuurden mannen achter hem aan en doodden hem daar.
Zij brachten hem op paarden terug.
Hij werd in Jeruzalem begraven, bij zijn voorouders in de stad van David.
Hij werd in Jeruzalem begraven, bij zijn voorouders in de stad van David.
Het hele volk van Juda nam Azaria, die toen zestien jaar was, en maakte hem koning in de plaats van zijn vader Amazia.
Hij herbouwde Elath en bracht die stad terug bij Juda, nadat de koning bij zijn voorouders te ruste was gegaan.
Jerobeam koning van Israël
In het vijftiende jaar van Amazia, de zoon van Joas, de koning van Juda, werd Jerobeam koning over Israël in Samaria.
Hij was de zoon van Joas en regeerde 41 jaar.
Hij was de zoon van Joas en regeerde 41 jaar.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE.
Hij brak niet met de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël tot zonde had gebracht.
Hij brak niet met de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël tot zonde had gebracht.
Hij bracht de grens van Israël terug, van de weg naar Hamath tot aan de zee van de Vlakte.
Zo was het woord van de HEERE, de God van Israël.
Hij had dat gesproken door Zijn dienaar Jona, de zoon van Amitthai, de profeet uit Gath-Hefer.
Zo was het woord van de HEERE, de God van Israël.
Hij had dat gesproken door Zijn dienaar Jona, de zoon van Amitthai, de profeet uit Gath-Hefer.
Want de HEERE zag hoe bitter de ellende van Israël was.
Er was niemand meer over, slaaf noch vrije, en Israël had geen helper.
Er was niemand meer over, slaaf noch vrije, en Israël had geen helper.
De HEERE had niet gezegd dat Hij de naam van Israël onder de hemel zou uitwissen.
Daarom redde Hij hen door Jerobeam, de zoon van Joas.
Daarom redde Hij hen door Jerobeam, de zoon van Joas.
Wat verder over Jerobeam te vertellen is, met zijn macht en zijn oorlogen, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Israël.
Ook hoe hij Damaskus en Hamath, die bij Juda hoorden, weer bij Israël bracht.
Ook hoe hij Damaskus en Hamath, die bij Juda hoorden, weer bij Israël bracht.
Jerobeam ging bij zijn voorouders te ruste, bij de koningen van Israël.
Zijn zoon Zacharia werd koning in zijn plaats.
Zijn zoon Zacharia werd koning in zijn plaats.