Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Koningen 13

Joahaz en Joas van Israël; de dood van Elisa

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Joahaz koning van Israël
In het drieëntwintigste jaar van Joas, de zoon van Ahazia, de koning van Juda, werd Joahaz koning over Israël in Samaria.
Hij was de zoon van Jehu en regeerde zeventien jaar.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE.
Hij volgde de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël tot zonde had gebracht.
Daar brak hij niet mee.
Daarom ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Israël.
Hij gaf hen al die tijd in de macht van Hazaël, de koning van Syrië, en van Benhadad, de zoon van Hazaël.
Maar Joahaz smeekte de HEERE om hulp, en de HEERE verhoorde hem.
Want Hij zag hoe de koning van Syrië Israël onderdrukte.
De HEERE gaf Israël een redder, zodat zij uit de macht van de Syriërs kwamen.
De Israëlieten woonden weer in hun tenten, zoals vroeger.
Toch braken zij niet met de zonden van het huis van Jerobeam, die Israël tot zonde had gebracht.
Zij bleven daarin leven, en de gewijde paal bleef ook in Samaria staan.
Van het leger van Joahaz waren alleen 50 ruiters, tien wagens en 10.000 man voetvolk over.
De koning van Syrië had de rest vernietigd; hij had hen vertrapt als stof.
Wat verder over Joahaz en zijn macht te vertellen is, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Israël.
Joahaz ging bij zijn voorouders te ruste, en men begroef hem in Samaria.
Zijn zoon Joas werd koning in zijn plaats.
Joas koning van Israël
In het zevenendertigste jaar van Joas, de koning van Juda, werd Joas, de zoon van Joahaz, koning over Israël in Samaria.
Hij regeerde zestien jaar.
Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE.
Hij brak niet met de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël tot zonde had gebracht, maar bleef daarin leven.
Joas streed tegen Amazia, de koning van Juda.
Wat verder over hem en zijn macht te vertellen is, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Israël.
Joas ging bij zijn voorouders te ruste, en Jerobeam kwam op zijn troon.
Joas werd in Samaria begraven, bij de koningen van Israël.
De laatste woorden van Elisa
Elisa werd ziek, en aan die ziekte zou hij sterven.
Joas, de koning van Israël, kwam naar hem toe.
Hij huilde bij hem en zei: Mijn vader, mijn vader!
De wagens van Israël en zijn ruiters!

Elisa zei tegen hem: Neem een boog en pijlen.
Hij nam een boog en pijlen.
Toen zei hij tegen de koning van Israël: Leg uw hand aan de boog.
Hij legde zijn hand eraan, en Elisa legde zijn handen op de handen van de koning.
Hij zei: Doe het venster naar het oosten open.
Hij deed het open.
Elisa zei: Schiet!
Hij schoot.
Toen zei Elisa: Dit is een pijl van redding van de HEERE, een pijl van redding tegen de Syriërs.
U zult de Syriërs bij Afek verslaan, tot zij vernietigd zijn.

Daarna zei hij: Neem de pijlen.
Hij nam ze.
Toen zei hij tegen de koning van Israël: Sla op de grond.
Hij sloeg drie keer en hield toen op.
De man van God werd boos op hem en zei: U had vijf of zes keer moeten slaan.
Dan zou u de Syriërs verslagen hebben tot zij vernietigd waren.
Nu zult u de Syriërs maar drie keer verslaan.

Elisa stierf, en men begroef hem.
Aan het begin van het jaar kwamen er benden Moabieten in het land.
Terwijl men een man begroef, zagen zij zo'n bende aankomen.
Zij gooiden de man in het graf van Elisa.
Toen de man de beenderen van Elisa raakte, werd hij weer levend en ging hij op zijn voeten staan.
De HEERE ontfermt zich over Israël
Hazaël, de koning van Syrië, onderdrukte Israël zolang Joahaz leefde.
Maar de HEERE was hun genadig en ontfermde zich over hen.
Hij wendde zich naar hen toe vanwege Zijn verbond met Abraham, Izak en Jakob.
Hij wilde hen niet vernietigen en heeft hen tot nu toe niet van zich weggestuurd.
Hazaël, de koning van Syrië, stierf, en zijn zoon Benhadad werd koning in zijn plaats.
Joas, de zoon van Joahaz, nam de steden terug van Benhadad, de zoon van Hazaël.
Die had ze in de oorlog van zijn vader Joahaz afgenomen.
Joas versloeg hem drie keer en bracht de steden terug aan Israël.

Download hoofdstuk als tekstbestand