Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Samuel 28

Saul en de vrouw in Endor

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Achis neemt David mee
In die tijd verzamelden de Filistijnen hun legers voor de strijd tegen Israël.
Achis zei tegen David: Je moet goed weten dat jij met mij ten strijde trekt, jij en je mannen.
David zei tegen Achis: Dan zult u zien wat uw dienaar doen kan.
Achis zei tegen David: Daarom maak ik je voor altijd mijn lijfwacht.
Saul raadpleegt een waarzegster
Samuël was gestorven, en heel Israël had om hem gerouwd.
Zij hadden hem begraven in Rama, zijn stad.
Saul had de waarzeggers en de geestenbezweerders uit het land verdreven.
De Filistijnen verzamelden zich en sloegen hun kamp op in Sunem.
Saul verzamelde heel Israël, en zij sloegen hun kamp op bij de Gilboa.
Toen Saul het leger van de Filistijnen zag, werd hij bang, en zijn hart beefde hevig.
Saul vroeg de HEERE om raad, maar de HEERE antwoordde hem niet, niet door dromen, niet door de urim en niet door de profeten.
Toen zei Saul tegen zijn dienaren: Zoek voor mij een vrouw met een waarzeggende geest.
Dan ga ik naar haar toe en raadpleeg ik haar.

Zijn dienaren zeiden tegen hem: Kijk, in Endor is een vrouw met een waarzeggende geest.
Saul vermomde zich en trok andere kleren aan.
Hij ging met twee mannen op weg, en 's nachts kwamen zij bij de vrouw.
Hij zei: Voorspel mij toch door de waarzeggende geest.
Laat de persoon opkomen die ik je noem.

Maar de vrouw zei tegen hem: Kijk, u weet toch wat Saul gedaan heeft?
Hij heeft de waarzeggers en de geestenbezweerders uit het land heeft uitgeroeid.
Waarom zet u een val voor mij om mij te laten doden?

Saul zwoer haar bij de HEERE: Zo waar de HEERE leeft, je zult hiervoor niet gestraft worden!
De vrouw vroeg: Wie moet ik voor u laten opkomen?
Hij zei: Laat Samuël voor mij opkomen.
Toen de vrouw Samuël zag, schreeuwde zij het uit.
De vrouw zei tegen Saul: Waarom hebt u mij bedrogen?
U bent Saul!

De koning zei tegen haar: Wees niet bang.
Maar wat zie je?

De vrouw zei tegen Saul: Ik zie goden uit de aarde opkomen.
Hij vroeg haar: Hoe ziet hij eruit?
Zij zei: Er komt een oude man op, gehuld in een mantel.
Toen begreep Saul dat het Samuël was.
Hij boog zich met zijn gezicht ter aarde en wierp zich neer.
Samuël zei tegen Saul: Waarom hebt u mij verstoord door mij te laten opkomen?
Saul zei: Ik ben in grote nood.
De Filistijnen voeren oorlog tegen mij, en God is van mij geweken.
Hij antwoordt mij niet meer, niet door de profeten en niet door dromen.
Daarom heb ik u geroepen, om mij te laten weten wat ik moet doen.

Samuël zei: Waarom vraagt u het mij, nu de HEERE van u geweken is en uw vijand is geworden?
De HEERE heeft gedaan wat Hij door mij gezegd heeft.
Hij heeft het koningschap uit uw hand gescheurd en het aan een ander gegeven, aan David.

Omdat u niet naar de HEERE geluisterd hebt en Zijn brandende toorn niet op Amalek hebt uitgevoerd, daarom heeft de HEERE u dit vandaag aangedaan.
De HEERE zal ook Israël samen met u aan de Filistijnen uitleveren.
Morgen zullen u en uw zonen bij mij zijn.
Ook het leger van Israël zal de HEERE aan de Filistijnen uitleveren.

Toen viel Saul plotseling languit op de grond, want hij was zeer bang door de woorden van Samuël.
Er was ook geen kracht meer in hem, want hij had de hele dag en de hele nacht niets gegeten.
De vrouw kwam bij Saul en zag dat hij helemaal ontdaan was.
Zij zei tegen hem: Kijk, uw dienares heeft naar u geluisterd.
Ik heb mijn leven gewaagd en gedaan wat u mij zei.

Luister nu dan ook naar uw dienares.
Laat mij u een stuk brood voorzetten, en eet.
Dan hebt u kracht om verder te gaan.

Maar hij weigerde en zei: Ik eet niet.
Maar zijn dienaren en ook de vrouw drongen bij hem aan.
Toen luisterde hij naar hen.
Hij stond op van de grond en ging op het bed zitten.
De vrouw had een gemest kalf in huis.
Zij slachtte het snel.
Zij nam meel, kneedde het en bakte er ongezuurde broden van.
Zij zette het Saul en zijn dienaren voor, en zij aten.
Daarna stonden zij op en gingen nog diezelfde nacht weg.

Download hoofdstuk als tekstbestand