Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Samuel 27

David bij de Filistijnen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
David gaat naar Achis
David dacht bij zichzelf: Op een dag kom ik toch om door de hand van Saul.
Het beste wat ik kan doen, is snel naar het land van de Filistijnen vluchten.
Dan zal Saul het opgeven om mij nog in heel het gebied van Israël te zoeken.
Zo ontkom ik aan hem.

David ging op weg met de 600 mannen die bij hem waren, en ging naar Achis, de zoon van Maoch, de koning van Gath.
David bleef bij Achis in Gath, hij en zijn mannen, ieder met zijn gezin.
David had zijn twee vrouwen bij zich: Ahinoam uit Jizreël en Abigaïl uit Karmel, de weduwe van Nabal.
Toen Saul hoorde dat David naar Gath was gevlucht, zocht hij hem niet meer.
David zei tegen Achis: Heb ik genade gevonden in uw ogen?
Laat men mij dan een plaats geven in een van de steden op het platteland.
Dan kan ik daar wonen.
Waarom zou uw dienaar bij u in de koninklijke stad wonen?

Toen gaf Achis hem die dag Ziklag.
Daarom behoort Ziklag tot vandaag aan de koningen van Juda.
David woonde een jaar en vier maanden in het land van de Filistijnen.
David in Ziklag
David trok met zijn mannen op en overviel de Gesurieten, de Girzieten en de Amalekieten.
Die woonden al sinds lang in dat land, in de richting van Sur, tot aan Egypte.
David versloeg dat land en liet geen man of vrouw in leven.
Hij nam de schapen, runderen, ezels, kamelen en kleren mee en kwam terug bij Achis.
Als Achis vroeg: Waar hebben jullie vandaag een overval gedaan?
dan zei David: In het zuiden van Juda, of: In het zuiden van de Jerahmeëlieten, of: In het zuiden van de Kenieten.
David liet geen man of vrouw in leven om naar Gath mee te nemen.
Hij dacht: Anders vertellen zij over ons: Dat heeft David gedaan!
Zo deed hij zolang hij in het land van de Filistijnen woonde.
Achis vertrouwde David.
Hij dacht: Hij heeft zich bij zijn eigen volk Israël volkomen gehaat gemaakt.
Daarom zal hij voor altijd mijn dienaar blijven.

Download hoofdstuk als tekstbestand