Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Samuel 11

Saul redt Jabes in Gilead

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Nahas bedreigt Jabes
Nahas, de Ammoniet, trok op en belegerde Jabes in Gilead.
Alle mannen van Jabes zeiden tegen Nahas: Sluit een verbond met ons, dan zullen wij u dienen.
Maar Nahas, de Ammoniet, zei tegen hen: Ik sluit alleen een verbond met jullie op deze voorwaarde: ik steek jullie allemaal het rechteroog uit.
Zo breng ik schande over heel Israël.

De oudsten van Jabes zeiden tegen hem: Geef ons zeven dagen de tijd.
Dan sturen wij boden door het hele gebied van Israël.
Als niemand ons komt redden, zullen wij ons aan u overgeven.

De boden kwamen in Gibea, de stad van Saul, en vertelden dit aan het volk.
Toen begon het hele volk luid te huilen.
En zie, Saul kwam met de runderen van het veld.
Saul vroeg: Wat is er met het volk, dat zij huilen?
Toen vertelden zij hem wat de mannen van Jabes hadden gezegd.
Toen Saul dat hoorde, kwam de Geest van God over hem, en hij werd hevig kwaad.
Hij nam een span runderen, hakte die in stukken en stuurde ze met boden door het hele gebied van Israël.
Hij liet zeggen: Wie niet met Saul en Samuël meetrekt, met zijn runderen zal het zo gaan.
Toen viel de schrik van de HEERE op het volk, en zij trokken als één man uit.
Hij telde hen bij Bezek.
Er waren 300.000 Israëlieten en 30.000 mannen van Juda.
Zij zeiden tegen de boden: Zeg tegen de mannen van Jabes in Gilead: Morgen, als de zon heet wordt, zullen jullie gered worden.
De boden gingen het de mannen van Jabes vertellen, en die waren blij.
De mannen van Jabes zeiden tegen de Ammonieten: Morgen komen wij naar jullie toe.
Dan kunnen jullie met ons doen wat jullie goed vinden.

De volgende dag verdeelde Saul het volk in drie groepen.
In de laatste nachtwake drongen zij het kamp binnen en versloegen de Ammonieten tot de dag heet werd.
Wie overbleven, werden zo verstrooid dat er geen twee bij elkaar bleven.
Het koningschap wordt vernieuwd
Toen zei het volk tegen Samuël: Wie waren het die zeiden: Zou Saul over ons regeren?
Geef die mannen hier, dan doden wij hen.

Maar Saul zei: Vandaag zal er niemand gedood worden, want vandaag heeft de HEERE Israël gered.
Samuël zei tegen het volk: Kom, laten wij naar Gilgal gaan en daar het koningschap vernieuwen.
Toen ging het hele volk naar Gilgal.
Daar maakten zij Saul koning voor de HEERE in Gilgal.
Zij brachten daar dankoffers voor de HEERE.
Saul en alle mannen van Israël waren daar heel blij.

Download hoofdstuk als tekstbestand