Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Samuel 10

Saul wordt koning

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Samuël zalft Saul
Toen nam Samuël een kruik olie en goot die uit op het hoofd van Saul.
Hij kuste hem en zei: Heeft de HEERE je niet gezalfd tot leider over Zijn erfdeel?
Als je vandaag bij mij weggaat, zul je bij het graf van Rachel twee mannen tegenkomen, bij de grens van Benjamin in Zelzah.
Zij zullen tegen je zeggen: De ezelinnen die je bent gaan zoeken, zijn gevonden.
Je vader denkt niet meer aan de ezelinnen, maar maakt zich zorgen over jullie.
Hij zegt: Wat moet ik doen om mijn zoon?

Als je van daar verder gaat, kom je bij de eik van Tabor.
Daar zul je drie mannen tegenkomen die naar God in Bethel gaan.
De een draagt drie bokjes, de ander drie broden en de derde een zak wijn.

Zij zullen je groeten en je twee broden geven.
Die moet je van hen aannemen.

Daarna kom je bij de heuvel van God, waar een post van de Filistijnen is.
Als je daar de stad in komt, zul je een groep profeten tegenkomen die van de hoogte afkomen.
Voor hen uit spelen luiten, tamboerijnen, fluiten en harpen, en zij profeteren.

Dan zal de Geest van de HEERE over je komen, en je zult met hen profeteren.
Je zult een ander mens worden.

Als deze tekenen gebeuren, doe dan wat je hand vindt om te doen, want God is met je.
Ga vóór mij naar Gilgal.
Ik kom daar naar je toe om brandoffers en dankoffers te brengen.
Zeven dagen moet je daar wachten tot ik bij je kom.
Dan zal ik je laten weten wat je moet doen.

Toen Saul zich omdraaide om bij Samuël weg te gaan, gaf God hem een ander hart.
Al die tekenen gebeurden die dag.
Toen zij bij de heuvel kwamen, kwam een groep profeten hem tegemoet.
De Geest van de HEERE kwam over hem, en hij profeteerde midden tussen hen.
Iedereen die hem van vroeger kende, zag dat hij met de profeten profeteerde.
Toen zeiden de mensen tegen elkaar: Wat is er met de zoon van Kis gebeurd?
Is Saul ook onder de profeten?

Een man uit die plaats zei: Maar wie is hun vader?
Daarom werd het een spreekwoord: Is Saul ook onder de profeten?
Toen hij klaar was met profeteren, ging hij naar de hoogte.
De oom van Saul vroeg hem en zijn knecht: Waar zijn jullie heen geweest?
Hij zei: De ezelinnen zoeken.
Toen wij zagen dat ze nergens waren, zijn wij naar Samuël gegaan.

De oom van Saul zei: Vertel mij toch wat Samuël tegen jullie gezegd heeft.
Saul zei tegen zijn oom: Hij heeft ons verteld dat de ezelinnen gevonden waren.
Maar over het koningschap waarover Samuël gesproken had, vertelde hij hem niets.
Saul wordt in Mizpa aangewezen
Samuël riep het volk bijeen voor de HEERE in Mizpa.
Hij zei tegen de Israëlieten: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Ik heb Israël uit Egypte geleid.
Ik heb jullie gered uit de macht van de Egyptenaren en van alle koninkrijken die jullie onderdrukten.

Maar jullie hebben vandaag jullie God verworpen, Die jullie uit al jullie ellende en nood heeft gered.
Jullie hebben tegen Hem gezegd: Stel een koning over ons aan.
Kom dan nu voor de HEERE staan, per stam en per familie.

Samuël liet alle stammen van Israël naar voren komen, en de stam van Benjamin werd door het lot aangewezen.
Toen liet hij de stam van Benjamin per familie naar voren komen, en de familie van Matri werd aangewezen.
Daarna werd Saul, de zoon van Kis, aangewezen.
Zij zochten hem, maar hij was nergens te vinden.
Toen vroegen zij de HEERE opnieuw of de man er nog zou komen.
De HEERE zei: Kijk, hij heeft zich tussen de bagage verstopt.
Zij renden erheen en haalden hem daar weg.
Toen hij midden tussen het volk stond, stak hij met zijn schouders boven het hele volk uit.
Samuël zei tegen het hele volk: Zien jullie wie de HEERE gekozen heeft?
Niemand onder het hele volk is zoals hij.

Toen juichte het hele volk: Leve de koning!
Samuël legde het volk het recht van het koningschap uit.
Hij schreef het in een boek en legde dat neer voor de HEERE.
Toen liet Samuël het hele volk gaan, ieder naar zijn huis.
Ook Saul ging naar huis in Gibea.
Met hem gingen de strijders van wie God het hart had geraakt.
Maar een paar nietsnutten zeiden: Hoe zou die ons kunnen redden?
Zij minachtten hem en brachten hem geen geschenk.
Maar hij deed alsof hij het niet hoorde.

Download hoofdstuk als tekstbestand