Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
1 Makkabeeën 2
Mattathias komt in verzet
Waarom zouden wij nog willen leven?
In die dagen stond Mattathias op, de zoon van Johannes, de zoon van Simeon, een priester uit de kinderen van Jojarib, uit Jeruzalem.
Hij woonde in Modin.
Hij woonde in Modin.
Hij had vijf zonen: Johannes, die Jaddis genoemd werd,
Simon, die Thassi genoemd werd,
Judas, die de Makkabeeër genoemd werd,
Eleazar, die Auäran genoemd werd, en Jonathan, die Sapfus genoemd werd.
Hij zag de godslasteringen die in Juda en Jeruzalem gebeurden,
en hij zei: Wee mij, waarom ben ik geboren om te zien hoe mijn volk mishandeld wordt en hoe de heilige stad mishandeld wordt, en om daar te zitten terwijl zij aan de vijanden is overgegeven?
Het heiligdom is in de hand van vreemdelingen.
De tempel is geworden als een man die geen eer meer heeft.
De tempel is geworden als een man die geen eer meer heeft.
De prachtige voorwerpen zijn weggehaald en weggevoerd.
Haar kleine kinderen zijn op haar straten gedood en haar jonge mannen door het zwaard van de vijand.
Haar kleine kinderen zijn op haar straten gedood en haar jonge mannen door het zwaard van de vijand.
Welk volk heeft haar koninkrijk niet geërfd en niets van haar buit gekregen?
Al haar sieraad is weggenomen.
Waar zij eerst vrij was, is zij nu een slavin geworden.
Waar zij eerst vrij was, is zij nu een slavin geworden.
En kijk, onze heiligdommen en onze schoonheid en onze eer zijn verwoest, en de volken hebben ze ontheiligd.
Waarom zouden wij nog willen leven?
Mattathias en zijn zonen scheurden hun kleren, trokken rouwkleren aan en rouwden diep.
Het altaar in Modin
Toen kwamen er mannen van de koning naar de stad Modin, die de mensen dwongen af te vallen en aan de afgoden te offeren.
Velen uit Israël kwamen naar hen toe, en Mattathias en zijn zonen werden daar ook heen gebracht.
De mannen van de koning die daar waren, namen het woord en zeiden tegen Mattathias: U bent een leider en een kenner van de wet, en een groot man in deze stad, en u bent sterk door uw zonen en broers.
Kom nu dan als eerste naar ons toe en doe wat de koning beveelt, zoals alle volken gedaan hebben, en de mannen van Juda, en wie er in Jeruzalem overgebleven zijn.
Dan zult u met uw huis bij de vrienden van de koning horen, en u en uw zonen zullen geëerd worden met zilver en goud en veel geschenken.
Dan zult u met uw huis bij de vrienden van de koning horen, en u en uw zonen zullen geëerd worden met zilver en goud en veel geschenken.
Mattathias antwoordde met luide stem: Ook al zouden alle volken in het huis en het koninkrijk van de koning hem gehoorzamen, en zou ieder van hen afvallen van de godsdienst van zijn voorouders en zijn geboden aannemen,
ik en mijn zonen en mijn broers zullen leven naar het verbond van onze voorouders.
De Heere zij ons genadig, zodat wij de wet en de regels niet verlaten.
Naar het woord van de koning zullen wij niet luisteren.
Wij zullen van onze godsdienst niet afwijken, naar rechts of naar links.
Wij zullen van onze godsdienst niet afwijken, naar rechts of naar links.
Toen hij ophield met spreken, kwam er een Joodse man naar voren om voor de ogen van iedereen te offeren op het altaar in Modin, zoals de koning bevolen had.
Mattathias zag dat, en hij was diep verontwaardigd.
Zijn binnenste beefde en hij ontstak in terechte woede.
Hij rende erheen en doodde de man op het altaar.
Zijn binnenste beefde en hij ontstak in terechte woede.
Hij rende erheen en doodde de man op het altaar.
Ook de man van de koning, die de mensen dwong te offeren, doodde hij op datzelfde moment, en hij brak het altaar af.
Zo kwam hij op voor de wet, net als Pinehas vroeger tegenover Zimri, de zoon van Salu.
Mattathias riep in de stad met luide stem: Iedereen die opkomt voor de wet en het verbond vasthoudt, die gaat achter mij aan.
Hij en zijn zonen vluchtten de bergen in en lieten alles wat zij hadden in de stad achter.
De mannen die op de sabbat niet vochten
Toen gingen velen die gerechtigheid en recht zochten, de woestijn in
om zich daar te vestigen, zij met hun kinderen, hun vrouwen en hun vee, omdat er steeds meer kwaad over hen kwam.
De mannen van de koning en de troepen die in Jeruzalem in de Davidsstad waren, kregen bericht dat er mannen die het bevel van de koning overtreden hadden, de holen in de woestijn in waren gegaan, en dat velen naar hen toe liepen.
Zij achtervolgden hen, sloegen hun kamp tegenover hen op en begonnen de aanval op de sabbatdag.
Zij zeiden tegen hen:
Zij zeiden tegen hen:
Er is nog tijd.
Kom naar buiten en doe wat de koning zegt, dan blijven jullie in leven.
Kom naar buiten en doe wat de koning zegt, dan blijven jullie in leven.
En zij zeiden: Wij zullen niet naar buiten komen en wij zullen niet doen wat de koning zegt, want dan ontheiligen wij de sabbatdag.
En zij openden meteen de aanval op hen.
Maar zij gaven geen antwoord, gooiden geen steen naar hen en versperden de holen niet.
Zij zeiden:
Zij zeiden:
Laten wij allemaal sterven met een zuiver geweten.
De hemel en de aarde zijn onze getuigen dat jullie ons ten onrechte ombrengen.
De hemel en de aarde zijn onze getuigen dat jullie ons ten onrechte ombrengen.
Zij vielen hen op de sabbat aan, en zij werden gedood, zijzelf, hun vrouwen, hun kinderen en hun vee, tot duizend mensen toe.
Toen Mattathias en zijn vrienden dit hoorden, rouwden zij zeer over hen.
En de een zei tegen de ander: Als wij allemaal doen wat onze broeders gedaan hebben en niet vechten tegen de volken voor ons leven en voor onze rechten, dan zullen zij ons snel van de aarde wegvagen.
Zij namen die dag een besluit en zeiden: Als er iemand op de sabbatdag tegen ons komt vechten, laten wij dan ook tegen hem vechten.
Laten wij niet allemaal sterven zoals onze broeders in de holen gestorven zijn.
Laten wij niet allemaal sterven zoals onze broeders in de holen gestorven zijn.
De opstand groeit
Toen voegde de groep van de Asideeën zich bij hen, die krachtige mannen waren, en uit Israël iedereen die de wet van harte hield.
Ook allen die voor die rampen gevlucht waren, sloten zich bij hen aan, en zij werden een versterking voor hen.
Zij brachten hun troepen bijeen en sloegen de zondaars neer in hun woede en de slechte mannen in hun toorn.
Wie overbleven, vluchtten naar de volken om het te overleven.
Wie overbleven, vluchtten naar de volken om het te overleven.
Mattathias en zijn vrienden trokken rond en braken hun altaren af.
Zij besneden met kracht alle jongetjes die onbesneden waren, zo veel als zij er binnen de grenzen van Israël vonden.
Zij achtervolgden de kinderen van de hoogmoed, en dat werk lukte hun goed.
Zij bevrijdden de wet uit de hand van de volken en uit de hand van de koningen, en zij gaven de hoorn van de overwinning niet aan die zondaar.
Het testament van Mattathias
Toen de dagen naderden dat Mattathias zou sterven, zei hij tegen zijn zonen: Nu heeft de hoogmoed zich gevestigd, en de tuchtiging, en nu is het de tijd van de verwoesting en van de brandende toorn.
Kom nu dan, mijn kinderen, op voor de wet en geef je leven voor het verbond van onze voorouders.
Denk aan onze voorouders en aan de daden die zij in hun tijd gedaan hebben, en jullie zullen grote eer krijgen en een blijvende naam.
Is Abraham in de beproeving niet trouw gebleven?
En dat is hem als gerechtigheid aangerekend.
En dat is hem als gerechtigheid aangerekend.
Jozef heeft in de tijd van zijn nood het gebod gehouden, en hij werd heer over Egypte.
Pinehas, onze voorvader, is met vuur opgekomen voor God en heeft het verbond van een eeuwig priesterschap gekregen.
Jozua heeft het woord uitgevoerd en is rechter in Israël geworden.
Kaleb heeft in de gemeenschap getuigenis gegeven en heeft een erfdeel in het land gekregen.
David is om zijn trouw de troon van een eeuwig koninkrijk gaan erven.
Elia is met vuur opgekomen voor de wet en is in de hemel opgenomen.
Hananja, Azarja en Misaël hebben geloofd en zijn uit de vlammen gered.
Daniël is om zijn eenvoud uit de muil van de leeuwen gerukt.
Denk zo na over elk geslacht, en bedenk dat niemand die op Hem hoopt, zwak zal worden.
Wees niet bang voor de woorden van de zondige man, want zijn eer wordt drek en wormen.
Vandaag wordt hij verhoogd en morgen is hij nergens te vinden, want hij keert terug tot stof en zijn plannen vergaan.
En jullie, mijn kinderen, wees sterk en gedraag je als mannen bij de wet, want daardoor zullen jullie geëerd worden.
En kijk, jullie broer Simon: ik weet dat hij een man met inzicht is.
Luister al jullie dagen naar hem, hij zal voor jullie een vader zijn.
Luister al jullie dagen naar hem, hij zal voor jullie een vader zijn.
En Judas de Makkabeeër is vanaf zijn jeugd sterk en krachtig.
Hij zal jullie legeraanvoerder zijn, en jullie zullen de oorlog tegen de volken voeren.
Hij zal jullie legeraanvoerder zijn, en jullie zullen de oorlog tegen de volken voeren.
Breng iedereen bij je die de wet doet, en neem wraak voor je volk.
Vergeld de volken wat zij verdienen, en houd je aan de geboden van de wet.
En hij zegende hen en werd bij zijn voorouders gelegd.
Hij stierf in het honderdzesenveertigste jaar, en zijn zonen begroeven hem in het graf van zijn voorouders in Modin.
Heel Israël rouwde diep over hem.
Heel Israël rouwde diep over hem.