Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Kronieken 1

Van Adam tot Israël

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Van Adam tot Noach
Adam, Seth, Enos,
Kenan, Mahalal-El, Jered,
Henoch, Methusalah, Lamech,
Noach, en zijn zonen Sem, Cham en Jafeth.
De zonen van Jafeth
De zonen van Jafeth waren Gomer, Magog, Madai, Javan, Tubal, Mesech en Tiras.
De zonen van Gomer waren Askenaz, Difath en Thogarma.
De zonen van Javan waren Elisa en Tharsisa, en van hem stammen de Chittieten en de Dodanieten af.
De zonen van Cham
De zonen van Cham waren Cusch, Mitsraim, Put en Kanaän.
De zonen van Cusch waren Seba, Havila, Sabta, Raema en Sabtecha.
De zonen van Raema waren Scheba en Dedan.
Cusch kreeg ook Nimrod.
Die werd de eerste machthebber op aarde.
Van Mitsraim stammen de Ludieten af, en de Anamieten, de Lehabieten en de Naftuchieten,
en ook de Pathrusieten en de Casluchieten, van wie de Filistijnen afstammen, en de Cafthorieten.
Kanaän kreeg Sidon, zijn oudste zoon, en Heth.
Van hem stammen ook de Jebusieten af, de Amorieten en de Girgasieten,
de Hevieten, de Arkieten en de Sinieten,
en de Arvadieten, de Zemarieten en de Hamathieten.
De zonen van Sem
De zonen van Sem waren Elam, Assur, Arfachsad, Lud en Aram, en verder Uz, Hul, Gether en Mesech.
Arfachsad kreeg Selah, en Selah kreeg Heber.
Heber kreeg twee zonen.
De een heette Peleg, want in zijn tijd werd de aarde verdeeld.
Zijn broer heette Joktan.
Joktan kreeg Almodad, Selef, Hazarmaveth, Jerah,
Hadoram, Uzal, Dikla,
Ebal, Abimaël, Scheba,
Ofir, Havila en Jobab.
Zij waren allemaal zonen van Joktan.
Van Sem tot Abraham
Sem, Arfachsad, Selah,
Heber, Peleg, Rehu,
Serug, Nahor, Terah,
Abram, die ook Abraham heet.
De zonen van Abraham
De zonen van Abraham waren Izak en Ismaël.
Dit is hun nageslacht.
De oudste zoon van Ismaël was Nebajoth.
Verder kreeg hij Kedar, Adbeel, Mibsam,
Misma, Duma, Massa, Hadad, Thema,
Jetur, Nafis en Kedma.
Dat waren de zonen van Ismaël.
Ketura was de bijvrouw van Abraham.
Zij kreeg Zimram, Joksan, Medan, Midian, Isbak en Suah.
De zonen van Joksan waren Scheba en Dedan.
De zonen van Midian waren Efa, Efer, Henoch, Abida en Eldaa.
Zij stamden allemaal van Ketura af.
Abraham kreeg Izak.
De zonen van Izak waren Ezau en Israël.
De zonen van Ezau en de bewoners van Seïr
De zonen van Ezau waren Elifaz, Rehuël, Jehus, Jaëlam en Korah.
De zonen van Elifaz waren Theman, Omar, Zefi, Gaetham en Kenaz, en bij Timna kreeg hij Amalek.
De zonen van Rehuël waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.
De zonen van Seïr waren Lotan, Sobal, Zibeon, Ana, Dison, Ezer en Disan.
De zonen van Lotan waren Hori en Homam.
De zus van Lotan heette Timna.
De zonen van Sobal waren Aljan, Manahath, Ebal, Sefi en Onam.
De zonen van Zibeon waren Aja en Ana.
De zoon van Ana was Dison.
De zonen van Dison waren Hamram, Esban, Jithran en Cheran.
De zonen van Ezer waren Bilhan, Zaävan en Jaäkan.
De zonen van Disan waren Uz en Aran.
De koningen en vorsten van Edom
Dit zijn de koningen die in Edom regeerden voordat de Israëlieten een koning hadden.
Bela, de zoon van Beor, regeerde er.
Zijn stad heette Dinhaba.
Toen Bela stierf, werd Jobab koning.
Hij was de zoon van Zerah en kwam uit Bozra.
Toen Jobab stierf, werd Husam koning.
Hij kwam uit het land van de Themanieten.
Toen Husam stierf, werd Hadad koning.
Hij was de zoon van Bedad en versloeg de Midianieten in de vlakte van Moab.
Zijn stad heette Avith.
Toen Hadad stierf, werd Samla uit Masreka koning.
Toen Samla stierf, werd Saul uit Rehoboth aan de rivier koning.
Toen Saul stierf, werd Baäl-Hanan koning.
Hij was de zoon van Achbor.
Toen Baäl-Hanan stierf, werd Hadad koning.
Zijn stad heette Pahi.
Zijn vrouw heette Mehetabeël, de dochter van Matred, de dochter van Mee-Sahab.
Toen Hadad stierf, kwamen er stamhoofden in Edom: Timna, Alja, Jetheth,
Aholi-Bama, Ela, Pinon,
Kenaz, Theman, Mibzar,
Magdiël en Iram.
Dat waren de stamhoofden van Edom.

Download hoofdstuk als tekstbestand