Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
1 Korintiërs 2
De wijsheid van God
Niets dan Christus, de Gekruisigde
Broeders, toen ik bij jullie kwam, kwam ik niet met hoogstaande woorden of wijsheid.
Ik kwam om het getuigenis van God bekend te maken.
Ik kwam om het getuigenis van God bekend te maken.
Ik had namelijk besloten om bij jullie niets anders te weten dan Jezus Christus, en Hem als de Gekruisigde.
Ik was bij jullie in zwakheid, met vrees en veel beven.
Mijn spreken en mijn verkondiging kwamen niet met overtuigende woorden van menselijke wijsheid.
Zij kwamen met bewijs van de Geest en van kracht.
Zij kwamen met bewijs van de Geest en van kracht.
Zo rust jullie geloof niet op wijsheid van mensen, maar op de kracht van God.
Wat de Geest bekendmaakt
Toch spreken wij wijsheid onder wie volwassen zijn.
Maar het is geen wijsheid van deze wereld of van de machthebbers van deze wereld, die verdwijnen.
Maar het is geen wijsheid van deze wereld of van de machthebbers van deze wereld, die verdwijnen.
Wij spreken de wijsheid van God, die verborgen was en bedekt lag.
God heeft haar vóór alle tijden bestemd tot onze heerlijkheid.
God heeft haar vóór alle tijden bestemd tot onze heerlijkheid.
Geen van de machthebbers van deze wereld heeft die wijsheid gekend.
Anders zouden zij de Heere van de heerlijkheid niet gekruisigd hebben.
Anders zouden zij de Heere van de heerlijkheid niet gekruisigd hebben.
Maar zo staat er geschreven: Het oog heeft het niet gezien en het oor heeft het niet gehoord.
In geen mensenhart is het opgekomen.
Toch heeft God het klaargemaakt voor wie Hem liefhebben.
In geen mensenhart is het opgekomen.
Toch heeft God het klaargemaakt voor wie Hem liefhebben.
God heeft het ons bekendgemaakt door Zijn Geest.
De Geest onderzoekt namelijk alles, ook de diepten van God.
De Geest onderzoekt namelijk alles, ook de diepten van God.
Wie van de mensen weet wat er in een mens omgaat?
Alleen de geest van die mens zelf.
Zo weet ook niemand wat er in God omgaat, behalve de Geest van God.
Alleen de geest van die mens zelf.
Zo weet ook niemand wat er in God omgaat, behalve de Geest van God.
Wij hebben niet de geest van de wereld gekregen, maar de Geest die uit God is.
Zo kunnen wij weten wat God ons geschonken heeft.
Zo kunnen wij weten wat God ons geschonken heeft.
Daarover spreken wij ook, niet met woorden die menselijke wijsheid leert.
Wij spreken met woorden die de Heilige Geest leert, en leggen geestelijke dingen uit met geestelijke woorden.
Wij spreken met woorden die de Heilige Geest leert, en leggen geestelijke dingen uit met geestelijke woorden.
De mens die alleen op zichzelf vertrouwt, begrijpt niet wat van de Geest van God is.
Voor hem is het dwaasheid en hij kan het niet doorzien, want het wordt geestelijk beoordeeld.
Voor hem is het dwaasheid en hij kan het niet doorzien, want het wordt geestelijk beoordeeld.
De geestelijke mens beoordeelt alle dingen, maar hij zelf wordt door niemand beoordeeld.
Wie heeft de gedachten van de Heere gekend, zodat hij Hem kan onderwijzen?
Maar wij hebben de gedachten van Christus.
Maar wij hebben de gedachten van Christus.