Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Nieuwe Testament
1 Korintiërs 3
Medewerkers van God
Nog niet volwassen
Broeders, ik kon tegen jullie niet spreken als tegen geestelijke mensen, maar als tegen mensen van vlees en bloed, als tegen jonge kinderen in Christus.
Ik heb jullie melk gegeven en geen vast voedsel.
Dat konden jullie toen nog niet aan, en nu nog steeds niet.
Dat konden jullie toen nog niet aan, en nu nog steeds niet.
Jullie zijn immers nog gewone mensen.
Er is jaloezie, ruzie en verdeeldheid onder jullie.
Leven jullie dan niet als gewone mensen?
Er is jaloezie, ruzie en verdeeldheid onder jullie.
Leven jullie dan niet als gewone mensen?
De een zegt: Ik ben van Paulus, en de ander: Ik van Apollos.
Zijn jullie dan geen gewone mensen?
Zijn jullie dan geen gewone mensen?
Wie is Paulus eigenlijk, en wie is Apollos?
Zij zijn dienaren door wie jullie tot geloof gekomen zijn, ieder zoals de Heere het hun gaf.
Zij zijn dienaren door wie jullie tot geloof gekomen zijn, ieder zoals de Heere het hun gaf.
Ik heb geplant, Apollos heeft water gegeven, maar God heeft laten groeien.
Wie plant is dus niets, en wie water geeft ook niet.
God die laat groeien, is alles.
God die laat groeien, is alles.
Wie plant en wie water geeft, zijn één.
Ieder krijgt zijn eigen loon naar zijn eigen werk.
Ieder krijgt zijn eigen loon naar zijn eigen werk.
Wij zijn medewerkers van God.
Jullie zijn de akker van God en het gebouw van God.
Jullie zijn de akker van God en het gebouw van God.
Bouwen op het fundament
Door de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijze bouwmeester het fundament gelegd.
Een ander bouwt erop verder.
Laat iedereen goed opletten hoe hij daarop bouwt.
Een ander bouwt erop verder.
Laat iedereen goed opletten hoe hij daarop bouwt.
Niemand kan namelijk een ander fundament leggen dan wat er ligt: Jezus Christus.
Bouwt iemand op dit fundament met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro,
dan zal het werk van ieder zichtbaar worden.
De dag zal het aan het licht brengen, want die komt met vuur.
Het vuur zal toetsen wat ieders werk waard is.
De dag zal het aan het licht brengen, want die komt met vuur.
Het vuur zal toetsen wat ieders werk waard is.
Blijft het werk staan dat iemand gebouwd heeft, dan krijgt hij loon.
Verbrandt zijn werk, dan lijdt hij schade.
Zelf zal hij gered worden, maar als iemand die door het vuur heen gaat.
Zelf zal hij gered worden, maar als iemand die door het vuur heen gaat.
Weten jullie niet dat jullie de tempel van God zijn en dat de Geest van God in jullie woont?
Als iemand de tempel van God afbreekt, zal God hem afbreken.
De tempel van God is namelijk heilig, en die tempel zijn jullie.
De tempel van God is namelijk heilig, en die tempel zijn jullie.
Alles is van jullie
Laat niemand zichzelf bedriegen.
Denkt iemand van jullie dat hij wijs is in deze wereld, dan moet hij dwaas worden om echt wijs te worden.
Denkt iemand van jullie dat hij wijs is in deze wereld, dan moet hij dwaas worden om echt wijs te worden.
De wijsheid van deze wereld is namelijk dwaasheid bij God.
Er staat immers geschreven: Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid.
Er staat immers geschreven: Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid.
En ergens anders staat: De Heere kent de gedachten van de wijzen en weet dat ze zinloos zijn.
Laat dus niemand zich beroemen op mensen.
Alles is immers van jullie:
Alles is immers van jullie:
Paulus, Apollos en Cefas, de wereld, het leven en de dood, het heden en de toekomst.
Alles is van jullie.
Alles is van jullie.
Maar jullie zijn van Christus, en Christus is van God.