Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Koningen 7

Het paleis van Salomo en het tempelgerei

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 8 minuten
Het paleis van Salomo
Aan zijn eigen paleis bouwde Salomo dertien jaar, en toen was zijn hele paleis klaar.
Hij bouwde ook het Libanonwoudhuis.
Dat was ongeveer 45 meter lang, 22,5 meter breed en 13,5 meter hoog.
Het stond op vier rijen cederzuilen, met cederbalken op de zuilen.
Het was bovenaan met ceder bedekt, op de balken die op 45 zuilen rustten, vijftien in een rij.
Er waren drie rijen vensters, venster tegenover venster, drie keer.
Alle deuren en deurposten waren rechthoekig, en venster lag tegenover venster, drie keer.
Daarna maakte hij de zuilenhal, ongeveer 22,5 meter lang en 13,5 meter breed.
Daarvoor lag nog een voorhal met zuilen en een afdak.
Ook maakte hij de troonzaal, waar hij recht sprak, de hal van het gericht.
Die was van de vloer tot het plafond met ceder bekleed.
Zijn eigen woning, waar hij woonde, lag bij een andere hof, verder naar binnen dan die hal.
Die was op dezelfde manier gebouwd.
Ook maakte hij een huis zoals die hal voor de dochter van Farao, met wie Salomo getrouwd was.
Dat alles was gebouwd van kostbare stenen, op maat gehouwen en aan de binnen- en buitenkant met de zaag gezaagd.
Dat gold van de fundering tot aan de dakrand, en van buiten tot aan de grote hof.
De fundering bestond uit kostbare, grote stenen, stenen van ongeveer 4,5 meter en van ongeveer 3,6 meter.
Daarboven lagen kostbare stenen, op maat gehouwen, en cederhout.
De grote hof had rondom drie lagen gehouwen stenen en een laag cederbalken.
Zo was het ook bij de binnenste hof van het huis van de HEERE en bij de voorhal van het huis.
Hiram maakt het koperwerk
Koning Salomo liet Hiram uit Tyrus halen.
Hij was de zoon van een weduwe uit de stam Nafthali.
Zijn vader was een man uit Tyrus geweest, een kopersmid.
Hij was vol wijsheid, inzicht en kennis om allerlei werk in koper te maken.
Hij kwam bij koning Salomo en deed al zijn werk.
Hij goot twee koperen zuilen.
Elke zuil was ongeveer 8,1 meter hoog, en had een omtrek van ongeveer 5,4 meter.
Hij maakte ook twee kapitelen van gegoten koper om boven op de zuilen te zetten.
Het ene kapiteel was ongeveer 2,25 meter hoog, en het andere ook.
Voor de kapitelen boven op de zuilen maakte hij vlechtwerk en kettingwerk: zeven voor het ene kapiteel en zeven voor het andere.
Zo maakte hij de zuilen, met twee rijen granaatappels rondom over het ene vlechtwerk, om de kapitelen boven op de zuilen te bedekken.
Zo deed hij ook bij het andere kapiteel.
De kapitelen boven op de zuilen in de voorhal hadden de vorm van lelies, ongeveer 1,8 meter hoog.
Op de twee zuilen zaten de kapitelen, ook boven de ronding naast het vlechtwerk.
Rondom waren er 200 granaatappels in rijen, ook bij het andere kapiteel.
Hij zette de zuilen op bij de voorhal van de tempel.
De rechterzuil noemde hij Jachin, en de linkerzuil noemde hij Boaz.
Boven op de zuilen was leliewerk.
Zo was het werk aan de zuilen voltooid.
Ook maakte hij de gegoten zee.
Die was van rand tot rand ongeveer 4,5 meter breed en helemaal rond, en ongeveer 2,25 meter hoog.
De omtrek was ongeveer 13,5 meter.
Onder de rand zaten rondom knoppen, tien op elke 45 centimeter, rondom de zee.
Die twee rijen knoppen waren tegelijk met de zee gegoten.
De zee stond op twaalf runderen.
Drie keken naar het noorden, drie naar het westen, drie naar het zuiden en drie naar het oosten.
De zee rustte bovenop hen, en hun achterlijven waren naar binnen gericht.
De wand was een handbreedte dik, ongeveer 7,5 centimeter.
De rand was gemaakt als de rand van een beker, als een leliebloem.
Er kon ongeveer 44.000 liter water in.
Hij maakte ook tien koperen onderstellen.
Elk onderstel was ongeveer 1,8 meter lang, 1,8 meter breed en 1,35 meter hoog.
Zo waren de onderstellen gemaakt: zij hadden zijpanelen, en de panelen zaten tussen lijsten.
Op de panelen tussen de lijsten waren leeuwen, runderen en cherubs.
Boven en onder de leeuwen en runderen waren hangende sierranden.
Elk onderstel had vier koperen wielen met koperen assen.
Op de vier hoeken zaten steunen.
Die steunen waren onder het wasvat gegoten, met sierranden aan elke kant.
De opening voor het wasvat zat binnen de rand en stak ongeveer 45 centimeter uit.
De opening was rond, als een voetstuk, ongeveer 67 centimeter.
Ook op de opening was snijwerk.
De panelen waren vierkant, niet rond.
De vier wielen zaten onder de panelen, en de assen van de wielen zaten aan het onderstel.
Elk wiel was ongeveer 67 centimeter hoog.
De wielen waren gemaakt als wagenwielen.
Hun assen, naven, velgen en spaken waren allemaal gegoten.
Er zaten vier steunen aan de vier hoeken van elk onderstel.
Die steunen waren één geheel met het onderstel.
Boven op het onderstel zat een ronde rand, ongeveer 22 centimeter hoog.
Ook de handvatten en de panelen boven op het onderstel waren er één geheel mee.
Op de platen van de handvatten en op de panelen sneed hij cherubs, leeuwen en palmbomen, overal waar plaats was, met sierranden rondom.
Zo maakte hij de tien onderstellen.
Zij waren allemaal op dezelfde manier gegoten, en hadden dezelfde maat en vorm.
Hij maakte ook tien koperen wasvaten.
In elk wasvat kon ongeveer 880 liter.
Elk wasvat mat ongeveer 1,8 meter.
Op elk van de tien onderstellen stond een wasvat.
Hij zette vijf onderstellen aan de rechterkant van het huis en vijf aan de linkerkant.
De zee zette hij aan de rechterkant van het huis, naar het zuidoosten.
Hiram maakte ook de potten, de scheppen en de sprengbekkens.
Zo voltooide Hiram al het werk dat hij voor koning Salomo aan het huis van de HEERE deed:
de twee zuilen, de ronde kapitelen boven op de twee zuilen, en de twee vlechtwerken om de ronde kapitelen boven op de zuilen te bedekken,
de 400 granaatappels voor de twee vlechtwerken, twee rijen granaatappels voor elk vlechtwerk, om de ronde kapitelen boven op de zuilen te bedekken,
de tien onderstellen en de tien wasvaten op de onderstellen,
de ene zee met de twaalf runderen eronder,
en de potten, de scheppen en de sprengbekkens.
Al deze voorwerpen die Hiram voor koning Salomo voor het huis van de HEERE maakte, waren van gepolijst koper.
De koning liet ze gieten in de Jordaanvlakte, in de kleigrond tussen Sukkoth en Zarthan.
Salomo liet al deze voorwerpen ongewogen, omdat het er zo ontzettend veel waren.
Het gewicht van het koper werd niet vastgesteld.
Het gouden gerei
Ook maakte Salomo alle voorwerpen voor het huis van de HEERE: het gouden altaar en de gouden tafel waarop de toonbroden lagen,
de kandelaars van zuiver goud, vijf rechts en vijf links voor het binnenste heiligdom, en de bloemen, de lampen en de lampensnuiters van goud,
de schalen, de messen, de sprengbekkens, de kommen en de vuurpannen van zuiver goud.
Ook de scharnieren waren van goud, voor de deuren van het binnenste huis, het heilige der heiligen, en voor de deuren van de grote zaal.
Zo werd al het werk voltooid dat koning Salomo aan het huis van de HEERE liet doen.
Daarna bracht Salomo de gewijde gaven van zijn vader David naar binnen: het zilver, het goud en de voorwerpen.
Die legde hij in de schatkamers van het huis van de HEERE.

Download hoofdstuk als tekstbestand