Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
1 Koningen 19
Elia bij de Horeb
Elia vlucht voor Izebel
Achab vertelde Izebel alles wat Elia gedaan had, en hoe hij alle profeten met het zwaard had gedood.
Toen stuurde Izebel een bode naar Elia met de boodschap: De goden mogen mij zo straffen en nog erger!
Morgen rond deze tijd maak ik jouw leven als het leven van een van hen.
Morgen rond deze tijd maak ik jouw leven als het leven van een van hen.
Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte om zijn leven te redden.
Hij kwam in Berseba, in Juda, en liet zijn knecht daar achter.
Hij kwam in Berseba, in Juda, en liet zijn knecht daar achter.
Maar hij ging zelf een dagreis de woestijn in.
Daar ging hij onder een jeneverstruik zitten en wenste dat hij zou sterven.
Hij zei: Het is genoeg.
HEERE, neem nu mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn vaders.
Daar ging hij onder een jeneverstruik zitten en wenste dat hij zou sterven.
Hij zei: Het is genoeg.
HEERE, neem nu mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn vaders.
Hij ging onder de jeneverstruik liggen en viel in slaap.
Maar kijk, een engel raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op en eet.
Maar kijk, een engel raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op en eet.
Hij keek om, en zie, bij zijn hoofd lag een koek, gebakken op hete stenen, en een kruik water.
Hij at en dronk en ging weer liggen.
Hij at en dronk en ging weer liggen.
De engel van de HEERE kwam een tweede keer terug, raakte hem aan en zei: Sta op en eet.
Anders is de weg te lang voor je.
Anders is de weg te lang voor je.
Hij stond op, at en dronk.
Door de kracht van dat eten liep hij veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de Horeb.
Door de kracht van dat eten liep hij veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de Horeb.
De HEERE verschijnt aan Elia
Daar ging hij een grot in en overnachtte daar.
En zie, het woord van de HEERE kwam tot hem.
Hij zei tegen hem: Wat doe je hier, Elia?
En zie, het woord van de HEERE kwam tot hem.
Hij zei tegen hem: Wat doe je hier, Elia?
Hij zei: Ik heb vurig geijverd voor de HEERE, de God van de legermachten.
Want de Israëlieten hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood.
Ik alleen ben overgebleven, en nu staan zij ook mij naar het leven.
Want de Israëlieten hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood.
Ik alleen ben overgebleven, en nu staan zij ook mij naar het leven.
Hij zei: Ga naar buiten en ga op de berg staan voor de HEERE.
En zie, de HEERE ging voorbij.
Voor de HEERE uit ging een grote, zware storm die bergen spleet en rotsen verbrijzelde.
Maar de HEERE was niet in de storm.
Na de storm kwam een aardbeving, maar de HEERE was niet in de aardbeving.
En zie, de HEERE ging voorbij.
Voor de HEERE uit ging een grote, zware storm die bergen spleet en rotsen verbrijzelde.
Maar de HEERE was niet in de storm.
Na de storm kwam een aardbeving, maar de HEERE was niet in de aardbeving.
Na de aardbeving kwam een vuur, maar de HEERE was niet in het vuur.
Na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte.
Na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte.
Toen Elia dat hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel.
Hij ging naar buiten en bleef bij de ingang van de grot staan.
En zie, er klonk een stem tegen hem: Wat doe je hier, Elia?
Hij ging naar buiten en bleef bij de ingang van de grot staan.
En zie, er klonk een stem tegen hem: Wat doe je hier, Elia?
Hij zei: Ik heb vurig geijverd voor de HEERE, de God van de legermachten.
Want de Israëlieten hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood.
Ik alleen ben overgebleven, en nu staan zij ook mij naar het leven.
Want de Israëlieten hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood.
Ik alleen ben overgebleven, en nu staan zij ook mij naar het leven.
De HEERE zei tegen hem: Ga terug langs de weg naar de woestijn van Damaskus.
Ga daar naar binnen en zalf Hazaël tot koning over Syrië.
Ga daar naar binnen en zalf Hazaël tot koning over Syrië.
Zalf ook Jehu, de zoon van Nimsi, tot koning over Israël.
En zalf Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-mehola, tot profeet in jouw plaats.
En zalf Elisa, de zoon van Safat, uit Abel-mehola, tot profeet in jouw plaats.
Wie aan het zwaard van Hazaël ontkomt, zal door Jehu gedood worden.
En wie aan het zwaard van Jehu ontkomt, zal door Elisa gedood worden.
En wie aan het zwaard van Jehu ontkomt, zal door Elisa gedood worden.
Maar ik heb in Israël 7.000 mensen laten overblijven.
Dat zijn allen die hun knieën niet voor Baäl gebogen hebben en hem niet met hun mond gekust hebben.
Dat zijn allen die hun knieën niet voor Baäl gebogen hebben en hem niet met hun mond gekust hebben.
De roeping van Elisa
Elia ging daar weg en vond Elisa, de zoon van Safat.
Hij was aan het ploegen met twaalf span runderen voor zich uit, en hij liep zelf bij het twaalfde.
Elia liep naar hem toe en wierp zijn mantel over hem heen.
Hij was aan het ploegen met twaalf span runderen voor zich uit, en hij liep zelf bij het twaalfde.
Elia liep naar hem toe en wierp zijn mantel over hem heen.
Toen liet Elisa de runderen staan, rende Elia achterna en zei: Laat mij eerst mijn vader en mijn moeder een afscheidskus geven.
Dan zal ik u volgen.
Hij zei tegen hem: Ga maar terug, want wat heb ik je gedaan?
Dan zal ik u volgen.
Hij zei tegen hem: Ga maar terug, want wat heb ik je gedaan?
Elisa keerde terug, nam het span runderen en slachtte het.
Met het hout van het tuig kookte hij het vlees en gaf het aan het volk, en zij aten.
Daarna stond hij op, volgde Elia en werd zijn dienaar.
Met het hout van het tuig kookte hij het vlees en gaf het aan het volk, en zij aten.
Daarna stond hij op, volgde Elia en werd zijn dienaar.