Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Koningen 17

Elia en de weduwe van Zarfath

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Elia bij de beek Krith
Elia, de Thisbiet, uit de inwoners van Gilead, zei tegen Achab: Zo waar de HEERE, de God van Israël, leeft, voor Wie ik sta!
De komende jaren zal er geen dauw of regen vallen, behalve als ik het zeg.

Toen kwam het woord van de HEERE tot hem:
Ga hier weg, trek naar het oosten en verberg je bij de beek Krith, ten oosten van de Jordaan.
Je kunt uit de beek drinken, en ik heb de raven opgedragen daar voor je te zorgen.
Hij ging en deed wat de HEERE gezegd had.
Hij ging wonen bij de beek Krith, ten oosten van de Jordaan.
De raven brachten hem 's morgens brood en vlees, en 's avonds ook brood en vlees.
Hij dronk uit de beek.
Na verloop van tijd droogde de beek op, want het had in het land niet geregend.
De weduwe van Zarfath
Toen kwam het woord van de HEERE tot hem:
Sta op, ga naar Zarfath, bij Sidon, en blijf daar.
Kijk, ik heb daar een weduwe opgedragen voor je te zorgen.

Hij stond op en ging naar Zarfath.
Toen hij bij de stadspoort kwam, was daar een weduwe hout aan het sprokkelen.
Hij riep haar en zei: Haal toch een beetje water voor mij in een kruik, zodat ik kan drinken.
Toen zij het ging halen, riep hij haar na: Neem toch ook een stukje brood voor mij mee.
Maar zij zei: Zo waar de HEERE, uw God, leeft, ik heb geen brood.
Ik heb alleen nog een handvol meel in de pot en een beetje olie in de kruik.
Kijk, ik ben een paar stukken hout aan het sprokkelen.
Dan ga ik het klaarmaken voor mij en mijn zoon.
Dan eten wij het op en sterven wij.

Elia zei tegen haar: Wees niet bang.
Ga naar huis en doe wat je gezegd hebt.
Maar maak eerst een kleine koek voor mij en breng die hier.
Daarna kun je voor jezelf en je zoon iets maken.

Want zo zegt de HEERE, de God van Israël: Het meel in de pot zal niet opraken.
De olie in de kruik zal niet opgaan.
Zo blijft het tot de dag dat de HEERE regen geeft op de aarde.

Zij ging en deed wat Elia gezegd had.
Zo hadden zij, hij en haar gezin, lange tijd te eten.
Het meel in de pot raakte niet op, en de olie in de kruik ging niet op.
Zo gebeurde het volgens het woord van de HEERE, dat Hij door Elia gesproken had.
Elia wekt de zoon van de weduwe op
Enige tijd later werd de zoon van deze vrouw, de eigenares van het huis, ziek.
Zijn ziekte werd zo ernstig dat hij ophield met ademen.
Zij zei tegen Elia: Wat heb ik met u te maken, man van God?
Bent u bij mij gekomen om mijn schuld aan het licht te brengen en mijn zoon te doden?

Hij zei tegen haar: Geef mij je zoon.
Hij nam hem van haar schoot en droeg hem naar de bovenkamer, waar hij zelf woonde.
Hij legde hem op zijn bed.
Hij riep de HEERE aan: HEERE, mijn God, ik ben te gast bij deze weduwe.
Hebt U haar zo'n kwaad gedaan door haar zoon te laten sterven?

Hij strekte zich drie keer over het kind uit.
Hij riep de HEERE aan: HEERE, mijn God, laat het leven van dit kind toch in hem terugkeren.
De HEERE verhoorde Elia.
Het leven van het kind keerde in hem terug, en het werd weer levend.
Elia nam het kind, bracht het van de bovenkamer naar beneden in huis en gaf het aan zijn moeder.
Elia zei: Kijk, je zoon leeft.
Toen zei de vrouw tegen Elia: Nu weet ik dat u een man van God bent.
Het woord van de HEERE in uw mond is waarheid.

Download hoofdstuk als tekstbestand