Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Koningen 16

Het oordeel over Baësa; Ela, Zimri, Omri en Achab

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
Het woord van Jehu tegen Baësa
Toen kwam het woord van de HEERE tot Jehu, de zoon van Hanani, tegen Baësa:
Ik heb je uit het stof verheven en je aangesteld als leider over mijn volk Israël.
Maar jij bent in de weg van Jerobeam gegaan.
Je hebt mijn volk Israël laten zondigen en mij met hun zonden getergd.

Kijk, daarom zal ik de nakomelingen van Baësa en van zijn huis wegvegen.
Ik zal met jouw huis doen zoals met het huis van Jerobeam, de zoon van Nebat.

Wie van Baësa in de stad sterft, zal door de honden worden opgegeten.
Wie van hem in het veld sterft, zal door de vogels worden opgegeten.

Wat verder over Baësa te vertellen is, wat hij deed en zijn macht, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Israël.
Baësa ging bij zijn voorouders te ruste en werd begraven in Tirza.
Zijn zoon Ela werd koning in zijn plaats.
Zo kwam het woord van de HEERE door de profeet Jehu, de zoon van Hanani, tegen Baësa en zijn huis.
Dat gebeurde vanwege al het kwaad dat hij in de ogen van de HEERE had gedaan.
Hij had Hem getergd met het werk van zijn handen, zoals het huis van Jerobeam.
Ook had hij dat huis uitgeroeid.
Ela en Zimri
In het 26ste jaar van Asa, de koning van Juda, werd Ela, de zoon van Baësa, in Tirza koning over Israël.
Hij regeerde twee jaar.
Zimri, zijn dienaar, die aanvoerder was van de helft van de wagens, zwoer tegen hem samen.
Ela was toen in Tirza en dronk zich dronken in het huis van Arza, de hofmeester in Tirza.
Zimri kwam binnen, sloeg hem neer en doodde hem, in het 27ste jaar van Asa, de koning van Juda.
Hij werd koning in zijn plaats.
Zodra hij koning was en op de troon zat, doodde hij het hele huis van Baësa.
Hij liet geen man in leven, geen bloedverwant en geen vriend.
Zo roeide Zimri het hele huis van Baësa uit.
Zo ging het woord van de HEERE in vervulling dat Hij door de profeet Jehu tegen Baësa gesproken had.
Dat gebeurde vanwege alle zonden van Baësa en van zijn zoon Ela.
Zij hadden zelf gezondigd en Israël laten zondigen.
Met hun nietige afgoden hadden zij de HEERE, de God van Israël, getergd.
Wat verder over Ela te vertellen is en alles wat hij deed, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Israël.
In het 27ste jaar van Asa, de koning van Juda, regeerde Zimri zeven dagen in Tirza.
Het volk lag toen in het kamp bij Gibbethon, dat van de Filistijnen was.
Het volk in het kamp hoorde zeggen: Zimri heeft samengezworen en de koning gedood.
Toen maakte heel Israël die dag in het kamp Omri, de legeraanvoerder, koning over Israël.
Omri trok met heel Israël op vanuit Gibbethon, en zij belegerden Tirza.
Toen Zimri zag dat de stad was ingenomen, ging hij de burcht van het paleis in.
Hij stak het paleis boven zijn hoofd in brand en kwam om.
Dat gebeurde vanwege de zonden die hij begaan had.
Hij had gedaan wat slecht is in de ogen van de HEERE en was in de weg van Jerobeam gegaan.
Hij had diens zonde gedaan en Israël laten zondigen.
Wat verder over Zimri te vertellen is en zijn samenzwering, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Israël.
Omri koning van Israël
Toen raakte het volk van Israël in twee helften verdeeld.
De ene helft volgde Tibni, de zoon van Ginath, om hem koning te maken.
De andere helft volgde Omri.
Maar het volk dat Omri volgde, was sterker dan het volk dat Tibni, de zoon van Ginath, volgde.
Tibni stierf, en Omri werd koning.
In het 31ste jaar van Asa, de koning van Juda, werd Omri koning over Israël.
Hij regeerde twaalf jaar, waarvan zes jaar in Tirza.
Hij kocht de berg Samaria van Semer voor ongeveer 68 kilo zilver.
Op die berg bouwde hij een stad.
Hij noemde de stad Samaria, naar Semer, de eigenaar van de berg.
Omri deed wat slecht is in de ogen van de HEERE.
Hij deed nog erger dan allen die vóór hem waren.
Hij ging in alle wegen van Jerobeam, de zoon van Nebat, en in diens zonden, waarmee hij Israël had laten zondigen.
Met hun nietige afgoden tergden zij de HEERE, de God van Israël.
Wat verder over Omri te vertellen is, zijn daden en zijn macht, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Israël.
Omri ging bij zijn voorouders te ruste en werd begraven in Samaria.
Zijn zoon Achab werd koning in zijn plaats.
Achab koning van Israël
Achab, de zoon van Omri, werd koning over Israël in het 38ste jaar van Asa, de koning van Juda.
Achab, de zoon van Omri, regeerde 22 jaar in Samaria over Israël.
Achab, de zoon van Omri, deed wat slecht is in de ogen van de HEERE, meer dan allen die vóór hem waren.
Het was hem nog niet genoeg in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, te leven.
Hij trouwde ook nog met Izebel, de dochter van Ethbaäl, de koning van de Sidoniërs.
Hij ging Baäl dienen en boog zich voor hem neer.
Hij bouwde een altaar voor Baäl in de tempel van Baäl die hij in Samaria had gebouwd.
Ook maakte Achab een gewijde paal.
Zo deed Achab nog meer om de HEERE, de God van Israël, te tergen dan alle koningen van Israël die vóór hem waren.
In zijn tijd bouwde Hiël uit Bethel Jericho weer op.
Het kostte hem zijn oudste zoon Abiram toen hij de fundering legde, en zijn jongste zoon Segub toen hij de poorten plaatste.
Zo ging het woord van de HEERE in vervulling dat Hij door Jozua, de zoon van Nun, gesproken had.

Download hoofdstuk als tekstbestand