Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
1 Koningen 14
Het oordeel over Jerobeam; Rehabeam
De vrouw van Jerobeam bij Ahia
In die tijd werd Abia, de zoon van Jerobeam, ziek.
Jerobeam zei tegen zijn vrouw: Sta op en vermom je, zodat niemand merkt dat je de vrouw van Jerobeam bent.
Ga naar Silo.
Daar woont de profeet Ahia, die van mij gezegd heeft dat ik koning over dit volk zou worden.
Ga naar Silo.
Daar woont de profeet Ahia, die van mij gezegd heeft dat ik koning over dit volk zou worden.
Neem tien broden mee, koeken en een kruik honing, en ga naar hem toe.
Hij zal je vertellen wat er met de jongen zal gebeuren.
Hij zal je vertellen wat er met de jongen zal gebeuren.
De vrouw van Jerobeam deed dat.
Zij ging op weg naar Silo en kwam bij het huis van Ahia.
Ahia kon niet meer zien, want zijn ogen stonden star door zijn ouderdom.
Zij ging op weg naar Silo en kwam bij het huis van Ahia.
Ahia kon niet meer zien, want zijn ogen stonden star door zijn ouderdom.
Maar de HEERE had tegen Ahia gezegd: Kijk, de vrouw van Jerobeam komt je iets vragen over haar zoon, want hij is ziek.
Dit en dat moet je tegen haar zeggen.
Als zij binnenkomt, zal zij zich als een vreemde voordoen.
Dit en dat moet je tegen haar zeggen.
Als zij binnenkomt, zal zij zich als een vreemde voordoen.
Toen Ahia het geluid van haar voetstappen in de deuropening hoorde, zei hij: Kom binnen, vrouw van Jerobeam.
Waarom doe je je voor als een vreemde?
Ik moet je een harde boodschap brengen.
Waarom doe je je voor als een vreemde?
Ik moet je een harde boodschap brengen.
Ga en zeg tegen Jerobeam: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Ik heb je uit het volk verheven.
Ik heb je aangesteld als leider over mijn volk Israël.
Ik heb je aangesteld als leider over mijn volk Israël.
Ik heb het koninkrijk van het huis van David afgescheurd en aan jou gegeven.
Maar jij bent niet geweest zoals mijn dienaar David.
Hij hield mijn geboden en volgde mij met heel zijn hart.
Hij deed alleen wat goed is in mijn ogen.
Maar jij bent niet geweest zoals mijn dienaar David.
Hij hield mijn geboden en volgde mij met heel zijn hart.
Hij deed alleen wat goed is in mijn ogen.
Maar jij hebt meer kwaad gedaan dan allen die vóór jou waren.
Je bent andere goden gaan dienen en hebt gegoten beelden voor je gemaakt om mij te tergen.
Mij heb je achter je rug geworpen.
Je bent andere goden gaan dienen en hebt gegoten beelden voor je gemaakt om mij te tergen.
Mij heb je achter je rug geworpen.
Daarom zal ik onheil brengen over het huis van Jerobeam.
Ik zal van Jerobeam elke man uitroeien, slaaf of vrij, in Israël.
Ik zal de nakomelingen van het huis van Jerobeam wegvegen, zoals men mest wegveegt, tot het helemaal weg is.
Ik zal van Jerobeam elke man uitroeien, slaaf of vrij, in Israël.
Ik zal de nakomelingen van het huis van Jerobeam wegvegen, zoals men mest wegveegt, tot het helemaal weg is.
Wie van Jerobeam in de stad sterft, zal door de honden worden opgegeten.
Wie in het veld sterft, zal door de vogels worden opgegeten.
Want de HEERE heeft het gezegd.
Wie in het veld sterft, zal door de vogels worden opgegeten.
Want de HEERE heeft het gezegd.
Sta nu op en ga naar huis.
Zodra je voet de stad binnenkomt, zal het kind sterven.
Zodra je voet de stad binnenkomt, zal het kind sterven.
Heel Israël zal om hem rouwen en hem begraven.
Hij is de enige van Jerobeam die in een graf zal komen.
Want alleen in hem is in het huis van Jerobeam iets goeds gevonden voor de HEERE, de God van Israël.
Hij is de enige van Jerobeam die in een graf zal komen.
Want alleen in hem is in het huis van Jerobeam iets goeds gevonden voor de HEERE, de God van Israël.
De HEERE zal een koning over Israël laten opstaan die het huis van Jerobeam zal uitroeien.
Dat zal gebeuren op die dag, ja, zelfs nu al.
Dat zal gebeuren op die dag, ja, zelfs nu al.
De HEERE zal Israël treffen, zodat het heen en weer gaat als een riet in het water.
Hij zal Israël wegrukken uit dit goede land dat Hij aan hun vaders gegeven heeft.
Hij zal hen verstrooien aan de overkant van de rivier.
Want zij hebben gewijde palen gemaakt en de HEERE getergd.
Hij zal Israël wegrukken uit dit goede land dat Hij aan hun vaders gegeven heeft.
Hij zal hen verstrooien aan de overkant van de rivier.
Want zij hebben gewijde palen gemaakt en de HEERE getergd.
Hij zal Israël prijsgeven vanwege de zonden van Jerobeam, die zelf zondigde en Israël liet zondigen.
Toen stond de vrouw van Jerobeam op, ging weg en kwam in Tirza.
Toen zij over de drempel van het huis stapte, stierf de jongen.
Toen zij over de drempel van het huis stapte, stierf de jongen.
Zij begroeven hem, en heel Israël rouwde om hem.
Zo ging het woord van de HEERE in vervulling dat Hij door Zijn dienaar, de profeet Ahia, gesproken had.
Zo ging het woord van de HEERE in vervulling dat Hij door Zijn dienaar, de profeet Ahia, gesproken had.
Wat verder over Jerobeam te vertellen is, hoe hij oorlog voerde en regeerde, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Israël.
Jerobeam regeerde 22 jaar.
Toen ging hij bij zijn voorouders te ruste, en zijn zoon Nadab werd koning in zijn plaats.
Toen ging hij bij zijn voorouders te ruste, en zijn zoon Nadab werd koning in zijn plaats.
Rehabeam koning van Juda
Rehabeam, de zoon van Salomo, was koning in Juda.
Hij was 41 jaar toen hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaar in Jeruzalem.
Dat is de stad die de HEERE uit alle stammen van Israël had gekozen om daar Zijn naam te vestigen.
Zijn moeder heette Naäma, de Ammonitische.
Hij was 41 jaar toen hij koning werd, en hij regeerde zeventien jaar in Jeruzalem.
Dat is de stad die de HEERE uit alle stammen van Israël had gekozen om daar Zijn naam te vestigen.
Zijn moeder heette Naäma, de Ammonitische.
Juda deed wat slecht is in de ogen van de HEERE.
Met hun zonden maakten zij Hem jaloers, meer dan hun vaders ooit hadden gedaan.
Met hun zonden maakten zij Hem jaloers, meer dan hun vaders ooit hadden gedaan.
Want ook zij bouwden offerhoogten, opgerichte beelden en gewijde palen, op elke hoge heuvel en onder elke groene boom.
Er waren ook tempelprostitués in het land.
Zij deden alle gruwelen van de volken die de HEERE voor de Israëlieten had verdreven.
Zij deden alle gruwelen van de volken die de HEERE voor de Israëlieten had verdreven.
In het vijfde jaar van koning Rehabeam trok Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem.
Hij nam de schatten van het huis van de HEERE en de schatten van het paleis van de koning mee.
Hij nam alles mee.
Ook alle gouden schilden die Salomo gemaakt had, nam hij mee.
Hij nam alles mee.
Ook alle gouden schilden die Salomo gemaakt had, nam hij mee.
In plaats daarvan maakte koning Rehabeam koperen schilden.
Hij gaf die in beheer bij de bevelhebbers van de lijfwacht, die de ingang van het paleis bewaakten.
Hij gaf die in beheer bij de bevelhebbers van de lijfwacht, die de ingang van het paleis bewaakten.
Telkens als de koning naar het huis van de HEERE ging, droegen de lijfwachten die schilden.
Daarna brachten zij ze terug naar de wachtkamer van de lijfwacht.
Daarna brachten zij ze terug naar de wachtkamer van de lijfwacht.
Wat verder over Rehabeam te vertellen is en alles wat hij deed, staat in het boek van de kronieken van de koningen van Juda.
Er was voortdurend oorlog tussen Rehabeam en Jerobeam.
Rehabeam ging bij zijn voorouders te ruste en werd bij hen begraven in de stad van David.
Zijn moeder heette Naäma, de Ammonitische.
Zijn zoon Abiam werd koning in zijn plaats.
Zijn moeder heette Naäma, de Ammonitische.
Zijn zoon Abiam werd koning in zijn plaats.