Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
1 Koningen 1
Salomo wordt koning
David is oud
Koning David was oud en hoogbejaard.
Zij bedekten hem met dekens, maar hij werd niet warm.
Zij bedekten hem met dekens, maar hij werd niet warm.
Daarom zeiden zijn dienaren tegen hem: Laat men voor mijn heer de koning een jonge vrouw zoeken, een maagd.
Zij kan de koning dienen en hem verzorgen.
Laat zij in uw armen slapen, dan wordt mijn heer de koning warm.
Zij kan de koning dienen en hem verzorgen.
Laat zij in uw armen slapen, dan wordt mijn heer de koning warm.
Zij zochten in het hele gebied van Israël naar een mooie jonge vrouw.
Zij vonden Abisag uit Sunem en brachten haar bij de koning.
Zij vonden Abisag uit Sunem en brachten haar bij de koning.
De jonge vrouw was bijzonder mooi.
Zij verzorgde de koning en diende hem, maar de koning had geen gemeenschap met haar.
Zij verzorgde de koning en diende hem, maar de koning had geen gemeenschap met haar.
Adonia maakt zich koning
Adonia, de zoon van Haggith, verhief zich en zei: Ik word koning.
Hij schafte zich wagens en ruiters aan, en vijftig mannen die voor hem uit renden.
Hij schafte zich wagens en ruiters aan, en vijftig mannen die voor hem uit renden.
Zijn vader had hem nooit terechtgewezen door te vragen: Waarom doe je dat?
Hij zag er ook heel goed uit.
Haggith had hem na Absalom gebaard.
Hij zag er ook heel goed uit.
Haggith had hem na Absalom gebaard.
Hij overlegde met Joab, de zoon van Zeruja, en met de priester Abjathar.
Die steunden Adonia.
Die steunden Adonia.
Maar de priester Zadok, Benaja, de zoon van Jojada, en de profeet Nathan kozen niet voor Adonia.
Ook Simeï, Reï en de helden van David deden dat niet.
Ook Simeï, Reï en de helden van David deden dat niet.
Adonia slachtte schapen, runderen en gemest vee bij de steen Zoheleth, bij de bron Rogel.
Hij nodigde al zijn broers uit, de zonen van de koning, en alle mannen van Juda die in dienst van de koning waren.
Hij nodigde al zijn broers uit, de zonen van de koning, en alle mannen van Juda die in dienst van de koning waren.
Maar de profeet Nathan, Benaja, de helden en zijn broer Salomo nodigde hij niet uit.
Nathan en Bathseba bij David
Toen zei Nathan tegen Bathseba, de moeder van Salomo: Hebt u niet gehoord dat Adonia, de zoon van Haggith, koning is geworden?
En onze heer David weet het niet.
En onze heer David weet het niet.
Kom nu, laat mij u raad geven, zodat u uw leven en het leven van uw zoon Salomo kunt redden.
Ga naar koning David en zeg tegen hem: Mijn heer de koning, u hebt uw dienares toch gezworen?
U zei: Uw zoon Salomo zal na mij koning zijn en op mijn troon zitten.
Waarom is Adonia dan koning geworden?
U zei: Uw zoon Salomo zal na mij koning zijn en op mijn troon zitten.
Waarom is Adonia dan koning geworden?
Kijk, terwijl u daar nog met de koning spreekt, kom ik achter u aan binnen.
Dan zal ik uw woorden bevestigen.
Dan zal ik uw woorden bevestigen.
Bathseba ging naar de koning in zijn slaapkamer.
De koning was heel oud, en Abisag uit Sunem verzorgde hem.
De koning was heel oud, en Abisag uit Sunem verzorgde hem.
Bathseba boog het hoofd en knielde voor de koning.
De koning vroeg: Wat is er?
De koning vroeg: Wat is er?
Zij zei tegen hem: Mijn heer, u hebt uw dienares bij de HEERE, uw God, een eed gedaan.
U zei: Uw zoon Salomo zal na mij koning zijn en op mijn troon zitten.
U zei: Uw zoon Salomo zal na mij koning zijn en op mijn troon zitten.
Maar kijk, nu is Adonia koning geworden, en u, mijn heer de koning, weet het niet.
Hij heeft stieren, gemest vee en schapen in grote aantallen geslacht.
Hij heeft alle zonen van de koning uitgenodigd, en de priester Abjathar en de legeraanvoerder Joab.
Maar uw dienaar Salomo heeft hij niet uitgenodigd.
Hij heeft alle zonen van de koning uitgenodigd, en de priester Abjathar en de legeraanvoerder Joab.
Maar uw dienaar Salomo heeft hij niet uitgenodigd.
Nu zijn de ogen van heel Israël op u gericht, mijn heer de koning.
Zij willen dat u bekendmaakt wie na u op de troon van mijn heer de koning zal zitten.
Zij willen dat u bekendmaakt wie na u op de troon van mijn heer de koning zal zitten.
Anders zullen ik en mijn zoon Salomo als misdadigers worden behandeld, zodra mijn heer de koning bij zijn voorouders te ruste is gelegd.
Terwijl zij nog met de koning sprak, kwam de profeet Nathan binnen.
Men meldde de koning: De profeet Nathan is er.
Hij kwam bij de koning en boog zich met zijn gezicht ter aarde voor hem.
Hij kwam bij de koning en boog zich met zijn gezicht ter aarde voor hem.
Nathan zei: Mijn heer de koning, hebt u gezegd: Adonia zal na mij koning zijn en op mijn troon zitten?
Want hij is vandaag gaan offeren en heeft stieren, gemest vee en schapen in grote aantallen geslacht.
Hij heeft alle zonen van de koning, de legeraanvoerders en de priester Abjathar uitgenodigd.
Kijk, zij eten en drinken bij hem en roepen: Leve koning Adonia!
Hij heeft alle zonen van de koning, de legeraanvoerders en de priester Abjathar uitgenodigd.
Kijk, zij eten en drinken bij hem en roepen: Leve koning Adonia!
Maar mij, uw dienaar, en de priester Zadok, Benaja, de zoon van Jojada, en uw dienaar Salomo heeft hij niet uitgenodigd.
Is dit door mijn heer de koning zo beslist?
En hebt u uw dienaar niet laten weten wie na u op de troon van mijn heer de koning zal zitten?
En hebt u uw dienaar niet laten weten wie na u op de troon van mijn heer de koning zal zitten?
Koning David antwoordde: Roep Bathseba bij mij.
Zij kwam bij de koning en ging voor hem staan.
Zij kwam bij de koning en ging voor hem staan.
Toen zwoer de koning: Zo waar de HEERE leeft, Die mij uit alle nood heeft gered:
zoals ik je bij de HEERE, de God van Israël, gezworen heb, zal ik vandaag doen.
Ik heb gezegd: Je zoon Salomo zal na mij koning zijn en in mijn plaats op mijn troon zitten.
Ik heb gezegd: Je zoon Salomo zal na mij koning zijn en in mijn plaats op mijn troon zitten.
Toen boog Bathseba zich met haar gezicht ter aarde, knielde voor de koning en zei: Leve mijn heer koning David voor altijd!
Salomo wordt gezalfd
Koning David zei: Roep de priester Zadok, de profeet Nathan en Benaja, de zoon van Jojada, bij mij.
Zij kwamen bij de koning.
Zij kwamen bij de koning.
De koning zei tegen hen: Neem de dienaren van jullie heer mee.
Zet mijn zoon Salomo op mijn eigen muilezelin en breng hem naar de Gihon.
Zet mijn zoon Salomo op mijn eigen muilezelin en breng hem naar de Gihon.
Laten de priester Zadok en de profeet Nathan hem daar tot koning over Israël zalven.
Blaas dan op de bazuin en roep: Leve koning Salomo!
Blaas dan op de bazuin en roep: Leve koning Salomo!
Trek dan achter hem aan naar boven.
Hij zal komen en op mijn troon zitten, en in mijn plaats koning zijn.
Want ik heb bepaald dat hij leider zal zijn over Israël en Juda.
Hij zal komen en op mijn troon zitten, en in mijn plaats koning zijn.
Want ik heb bepaald dat hij leider zal zijn over Israël en Juda.
Benaja, de zoon van Jojada, antwoordde de koning: Amen!
Laat de HEERE, de God van mijn heer de koning, het zo bevestigen!
Laat de HEERE, de God van mijn heer de koning, het zo bevestigen!
Zoals de HEERE met mijn heer de koning geweest is, zo zij Hij ook met Salomo.
Laat Hij zijn troon nog groter maken dan de troon van mijn heer koning David!
Laat Hij zijn troon nog groter maken dan de troon van mijn heer koning David!
Toen gingen de priester Zadok, de profeet Nathan, Benaja, de zoon van Jojada, en de Krethi en Plethi naar beneden.
Zij zetten Salomo op de muilezelin van koning David en brachten hem naar de Gihon.
Zij zetten Salomo op de muilezelin van koning David en brachten hem naar de Gihon.
De priester Zadok nam de hoorn met olie uit de tent en zalfde Salomo.
Toen bliezen zij op de bazuin, en al het volk riep: Leve koning Salomo!
Toen bliezen zij op de bazuin, en al het volk riep: Leve koning Salomo!
Al het volk trok achter hem aan naar boven.
Het volk speelde op fluiten en was zo blij, dat de aarde scheurde van het lawaai.
Het volk speelde op fluiten en was zo blij, dat de aarde scheurde van het lawaai.
Adonia en al zijn gasten hoorden het, net toen zij klaar waren met eten.
Ook Joab hoorde het geluid van de bazuin.
Hij vroeg: Waarom is er zo'n lawaai in de stad?
Ook Joab hoorde het geluid van de bazuin.
Hij vroeg: Waarom is er zo'n lawaai in de stad?
Terwijl hij nog sprak, kwam Jonathan binnen, de zoon van de priester Abjathar.
Adonia zei: Kom binnen, want jij bent een betrouwbaar man en brengt vast goed nieuws.
Adonia zei: Kom binnen, want jij bent een betrouwbaar man en brengt vast goed nieuws.
Maar Jonathan antwoordde Adonia: Nee, onze heer koning David heeft Salomo koning gemaakt.
De koning heeft de priester Zadok, de profeet Nathan, Benaja, de zoon van Jojada, en de Krethi en Plethi met hem meegestuurd.
Zij hebben hem op de muilezelin van de koning gezet.
Zij hebben hem op de muilezelin van de koning gezet.
De priester Zadok en de profeet Nathan hebben hem in de Gihon tot koning gezalfd.
Van daar zijn zij juichend naar boven gegaan, zodat de stad in rep en roer is.
Dat is het lawaai dat jullie gehoord hebben.
Van daar zijn zij juichend naar boven gegaan, zodat de stad in rep en roer is.
Dat is het lawaai dat jullie gehoord hebben.
Ook zit Salomo al op de koninklijke troon.
De dienaren van de koning zijn onze heer koning David ook al komen feliciteren.
Zij zeiden: Laat uw God de naam van Salomo nog beroemder maken dan uw naam, en zijn troon groter dan uw troon!
En de koning boog zich op zijn bed neer.
Zij zeiden: Laat uw God de naam van Salomo nog beroemder maken dan uw naam, en zijn troon groter dan uw troon!
En de koning boog zich op zijn bed neer.
Ook zei de koning: Geloofd zij de HEERE, de God van Israël!
Vandaag heeft Hij iemand op mijn troon laten zitten, terwijl ik het zelf mag zien.
Vandaag heeft Hij iemand op mijn troon laten zitten, terwijl ik het zelf mag zien.
Toen schrokken alle gasten van Adonia.
Zij stonden op en gingen ieder hun eigen weg.
Zij stonden op en gingen ieder hun eigen weg.
Maar Adonia was bang voor Salomo.
Hij stond op, ging weg en greep de hoorns van het altaar vast.
Hij stond op, ging weg en greep de hoorns van het altaar vast.
Aan Salomo werd verteld: Kijk, Adonia is bang voor koning Salomo.
Hij heeft de hoorns van het altaar vastgegrepen.
Hij zegt: Laat koning Salomo mij vandaag zweren dat hij zijn dienaar niet met het zwaard zal doden!
Hij heeft de hoorns van het altaar vastgegrepen.
Hij zegt: Laat koning Salomo mij vandaag zweren dat hij zijn dienaar niet met het zwaard zal doden!
Salomo zei: Als hij zich als een betrouwbaar man gedraagt, zal er geen haar van hem op de grond vallen.
Maar als er kwaad in hem gevonden wordt, zal hij sterven.
Maar als er kwaad in hem gevonden wordt, zal hij sterven.
Koning Salomo liet hem van het altaar halen.
Hij kwam en boog zich voor koning Salomo neer.
Salomo zei tegen hem: Ga naar huis.
Hij kwam en boog zich voor koning Salomo neer.
Salomo zei tegen hem: Ga naar huis.