Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
Tobit 4
Wat Tobit zijn zoon meegaf
Begraaf mij en eer je moeder
Op die dag dacht Tobit aan het geld dat hij bij Gabaël in Rages in Medië in bewaring had gegeven.
Hij zei bij zichzelf: Ik heb om de dood gebeden.
Waarom roep ik dan mijn zoon Tobias niet, om het hem te vertellen voordat ik sterf?
En hij riep hem en zei:
Waarom roep ik dan mijn zoon Tobias niet, om het hem te vertellen voordat ik sterf?
En hij riep hem en zei:
Kind, als ik sterf, begraaf mij dan, en behandel je moeder niet met minachting.
Eer haar heel je leven, doe wat haar goeddoet en bedroef haar niet.
Eer haar heel je leven, doe wat haar goeddoet en bedroef haar niet.
Denk eraan, kind, dat zij om jou veel gevaar heeft doorstaan in haar lichaam.
Als zij gestorven is, begraaf haar dan naast mij, in één graf.
Geef weg van wat je hebt
Denk, kind, je hele leven aan de Heere onze God.
Wil niet zondigen en Zijn geboden niet overtreden.
Doe wat rechtvaardig is, alle dagen van je leven, en ga niet de wegen van het onrecht.
Want als je eerlijk handelt, zal het je goed gaan in je werk, net als iedereen die doet wat rechtvaardig is.
Wil niet zondigen en Zijn geboden niet overtreden.
Doe wat rechtvaardig is, alle dagen van je leven, en ga niet de wegen van het onrecht.
Want als je eerlijk handelt, zal het je goed gaan in je werk, net als iedereen die doet wat rechtvaardig is.
Geef weg van wat je hebt.
Kijk niet gierig als je geeft, en keer je gezicht niet af van wie arm is, dan zal God Zijn gezicht ook niet van jou afkeren.
Kijk niet gierig als je geeft, en keer je gezicht niet af van wie arm is, dan zal God Zijn gezicht ook niet van jou afkeren.
Geef naar wat je hebt: heb je veel, geef dan veel.
Heb je weinig, wees dan niet bang om ook van dat weinige te geven.
Want zo leg je voor jezelf een goede schat weg voor de dag van de nood.
Want wie geeft, wordt gered van de dood en komt niet in het donker terecht.
Want wat je weggeeft is een goede gave, voor iedereen die het doet, in de tegenwoordigheid van de Allerhoogste.
Trouw binnen je eigen volk
Kind, houd je ver van ontucht.
Neem een vrouw uit de familie van je voorouders en neem geen vreemde vrouw die niet uit de stam van je vader komt, want wij zijn kinderen van de profeten.
Noach, Abraham, Izak en Jakob zijn onze voorouders van oudsher.
Denk eraan, kind, dat zij allemaal vrouwen namen uit hun eigen volk, en dat zij gezegend zijn in hun kinderen; hun nageslacht zal de aarde erven.
Neem een vrouw uit de familie van je voorouders en neem geen vreemde vrouw die niet uit de stam van je vader komt, want wij zijn kinderen van de profeten.
Noach, Abraham, Izak en Jakob zijn onze voorouders van oudsher.
Denk eraan, kind, dat zij allemaal vrouwen namen uit hun eigen volk, en dat zij gezegend zijn in hun kinderen; hun nageslacht zal de aarde erven.
En nu, kind, houd van je volksgenoten.
Voel je in je hart niet te goed voor hen, voor de zonen en dochters van je volk, zodat je uit hen een vrouw neemt.
Want in hoogmoed zit verval en veel onrust, en in trots zit achteruitgang en groot gebrek; trots is de moeder van de honger.
Voel je in je hart niet te goed voor hen, voor de zonen en dochters van je volk, zodat je uit hen een vrouw neemt.
Want in hoogmoed zit verval en veel onrust, en in trots zit achteruitgang en groot gebrek; trots is de moeder van de honger.
Leef zo dat het je goed gaat
Laat het loon van iemand die voor je gewerkt heeft niet bij je overnachten, maar geef het hem meteen.
Als je God gediend hebt, zal het je vergoed worden.
Als je God gediend hebt, zal het je vergoed worden.
Kind, let op jezelf in alles wat je doet en wees verstandig in je omgang met anderen.
Doe niemand aan wat hij haat.
Drink geen wijn tot je dronken bent, en laat dronkenschap niet met je meereizen op je weg.
Doe niemand aan wat hij haat.
Drink geen wijn tot je dronken bent, en laat dronkenschap niet met je meereizen op je weg.
Geef van je brood aan wie honger heeft en van je kleren aan wie niets aanheeft.
Alles wat je over hebt, geef dat weg, en kijk niet gierig als je geeft.
Alles wat je over hebt, geef dat weg, en kijk niet gierig als je geeft.
Geef royaal brood bij het graf van de rechtvaardigen, maar geef het niet aan wie zondigen.
Vraag raad aan ieder die verstandig is, en veracht een goede raad nooit.
Prijs de Heere altijd, en vraag Hem of je wegen recht mogen zijn en of al je paden en al je plannen goed mogen aflopen.
Want geen enkel volk heeft de raad in zichzelf; de Heere zelf geeft al het goede, en wie Hij wil, vernedert Hij, zoals het Hem goeddunkt.
En nu, kind, denk aan wat ik je opdraag en laat het niet uit je hart verdwijnen.
Want geen enkel volk heeft de raad in zichzelf; de Heere zelf geeft al het goede, en wie Hij wil, vernedert Hij, zoals het Hem goeddunkt.
En nu, kind, denk aan wat ik je opdraag en laat het niet uit je hart verdwijnen.
En nu wijs ik je op de tien talenten zilver die ik bij Gabaël, de zoon van Gabrias, in Rages in Medië in bewaring heb gegeven.
Wees niet bang, kind, omdat wij arm geworden zijn.
Je hebt veel, als je ontzag hebt voor God, elke zonde laat staan en doet wat Hem goeddunkt.
Wees niet bang, kind, omdat wij arm geworden zijn.
Je hebt veel, als je ontzag hebt voor God, elke zonde laat staan en doet wat Hem goeddunkt.