Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Apocriefe boeken

Tobit 2

Ik werd blind door de mussen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Een dode op de markt
Toen ik weer thuis was gekomen en mijn vrouw Anna en mijn zoon Tobias mij waren teruggegeven,
werd er op het Pinksterfeest, het heilige feest van de zeven weken, een goede maaltijd voor mij klaargemaakt.
Ik ging aanliggen om te eten, zag veel eten staan en zei tegen mijn zoon: Ga naar buiten en breng iemand van onze volksgenoten mee die gebrek lijdt en aan de Heere denkt.
Kijk, ik wacht op je.

Hij kwam terug en zei: Vader, er ligt iemand van ons volk gewurgd op de markt.
Ik sprong op nog voor ik iets gegeten had, droeg hem weg naar een huis en wachtte tot de zon onder zou gaan.
Toen ik terugkwam, waste ik mij en at mijn brood met verdriet.
En ik dacht aan de profetie van Amos, die gezegd had:
Jullie feestdagen zullen veranderen in rouw en al jullie vreugde in geween.
En ik huilde.
Toen de zon onder was, ging ik naar buiten, maakte een graf en begroef hem.
De buren lachten mij uit en zeiden: Is hij nog steeds niet bang om daarom gedood te worden?
Hij is al eens op de vlucht geweest, en kijk, daar begraaft hij weer een dode.

Ik werd blind
Diezelfde nacht kwam ik terug van het begraven.
Omdat ik onrein was, sliep ik bij de muur van de binnenplaats, met mijn gezicht onbedekt.
Ik wist niet dat er mussen in de muur zaten.
Mijn ogen stonden open, en de mussen lieten hun warme mest in mijn ogen vallen.
Er kwamen witte vlekken op mijn ogen.
Ik ging naar de dokters, maar zij hielpen mij niet.
Achiachar onderhield mij, totdat ik naar Elymaïs vertrok.
Het bokje van Anna
Mijn vrouw Anna maakte handwerk van wol in de vrouwenvertrekken.
Zij stuurde het naar de eigenaars, en die gaven haar haar loon en daarbovenop nog een bokje.
Toen zij bij mij kwam, begon het te blaten.
Ik zei tegen haar: Waar komt dat bokje vandaan?
Is het niet gestolen?
Geef het terug aan de rechtmatige eigenaar, want wij mogen niet eten wat gestolen is.

Zij zei: Het is mij als geschenk gegeven, boven op mijn loon.
Maar ik geloofde haar niet en zei dat zij het aan de eigenaars terug moest geven.
Ik werd heel boos op haar, maar zij antwoordde mij: Waar zijn nu je goede gaven en je gerechtigheid?
Kijk, iedereen weet wat er van jou geworden is.

Download hoofdstuk als tekstbestand