Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Romeinen 9

God kiest wie Hij wil

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Verdriet om Israël
Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet.
Mijn geweten getuigt met mij door de Heilige Geest.
Ik heb groot verdriet en voortdurend pijn in mijn hart.
Ik zou zelf wel vervloekt en van Christus weggehaald willen worden, als dat mijn volksgenoten hielp.
Zij horen naar het vlees bij mijn eigen familie.
Zij zijn Israëlieten.
Voor hen is het kindschap, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de dienst aan God en de beloften.
Van hen zijn de voorvaders, en uit hen komt Christus voort naar het vlees.
Hij is God boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid.
Amen.
Niet iedereen uit Israël is Israël
Het is niet zo dat het woord van God vervallen is.
Niet iedereen die uit Israël komt, is namelijk echt Israël.
Ook zijn niet alle nakomelingen van Abraham zijn kinderen.
Er is immers gezegd: Alleen het nageslacht van Izak telt als jouw nageslacht.
Dat betekent: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God.
De kinderen van de belofte tellen als nageslacht.
Want dit was het woord van de belofte: Rond deze tijd kom ik terug, en dan heeft Sara een zoon.
En er is meer.
Ook Rebekka kreeg kinderen van één man, van Izak, onze voorvader.
De kinderen waren nog niet geboren en hadden nog niets goeds of kwaads gedaan.
Toch stond het plan van God al vast, naar Zijn verkiezing.
Dat hangt niet af van werken, maar van Hem die roept.
Daarom werd tegen haar gezegd: De oudste zal de jongste dienen.
Zo staat er geschreven: Jakob heb ik liefgehad, maar Ezau heb ik gehaat.
De pottenbakker en het leem
Wat zullen wij dan zeggen?
Is God onrechtvaardig?
Absoluut niet.
Hij zegt namelijk tegen Mozes: Ik ontferm mij over wie ik mij ontferm, en ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn.
Het hangt dus niet af van wat iemand wil of van wat iemand doet, maar van God, die barmhartig is.
De Schrift zegt tegen de koning van Egypte: Juist hiervoor heb ik je laten opstaan.
Zo laat ik in jou mijn kracht zien en wordt mijn Naam op de hele aarde bekend.

Hij is dus barmhartig voor wie Hij wil, en Hij maakt hard wie Hij wil.
Je zult dan tegen mij zeggen: waarom verwijt Hij ons dan nog iets?
Wie kan Zijn wil ooit weerstaan?
Maar mens, wie ben jij dat je God tegenspreekt?
Zegt het maaksel soms tegen de maker: Waarom heb je mij zo gemaakt?
Of heeft de pottenbakker geen macht over zijn klei?
Uit dezelfde klomp maakt hij de ene pot voor mooi gebruik en de andere voor gewoon gebruik.
God wilde Zijn toorn laten zien en Zijn macht bekendmaken.
Toch heeft Hij met veel geduld de potten van de toorn verdragen, die klaar waren voor de ondergang.
Zo wilde Hij de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekendmaken aan de potten van de barmhartigheid, die Hij van tevoren klaargemaakt had voor die heerlijkheid.
Ons heeft Hij geroepen, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de andere volken.
Wat de profeten zeiden
Zo zegt Hij ook in het boek van Hosea: Wie mijn volk niet was, zal ik mijn volk noemen.
En wie niet geliefd was, noem ik mijn geliefde.

En dit: Op de plaats waar tegen hen gezegd was dat zij mijn volk niet zijn, zullen zij kinderen van de levende God heten.
Jesaja roept het uit over Israël: Al zijn de Israëlieten zo talrijk als het zand van de zee, dan nog wordt alleen de rest gered.
De Heere maakt Zijn woord waar en brengt het snel tot een einde op de aarde.
Jesaja had het al eerder gezegd: De Heere van de hemelse legers heeft ons nageslacht overgelaten.
Anders waren wij als Sodom geworden en als Gomorra.

Wat zullen wij dan zeggen?
De andere volken zochten de gerechtigheid niet en hebben haar toch gekregen: de gerechtigheid door het geloof.
Israël zocht een wet die gerechtigheid geeft, maar heeft die wet niet gehaald.
Waarom niet?
Omdat zij het niet zochten uit geloof, maar uit werken van de wet.
Zij zijn gestruikeld over de steen waarover je struikelt.
Zo staat er geschreven: Kijk, ik leg in Sion een steen waarover je struikelt en een rots waaraan je je stoot.
Wie in Hem gelooft, wordt niet beschaamd.

Download hoofdstuk als tekstbestand