Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Psalmen 55
Had ik maar vleugels als een duif
Angst en beven overvallen mij
Een lied van David om van te leren, voor de koorleider, bij snarenspel.
O God, luister naar mijn gebed.
Verberg U niet voor mijn smeken.
Verberg U niet voor mijn smeken.
Let op mij en geef mij antwoord.
Ik dwaal rond in mijn klacht en ik kreun,
Ik dwaal rond in mijn klacht en ik kreun,
om het geschreeuw van de vijand, om de druk van de slechte mens.
Want ze schuiven mij onrecht in de schoenen en haten mij in hun woede.
Want ze schuiven mij onrecht in de schoenen en haten mij in hun woede.
Mijn hart krimpt vanbinnen.
De verschrikkingen van de dood zijn op mij gevallen.
De verschrikkingen van de dood zijn op mij gevallen.
Angst en beven overvallen mij.
Ik huiver over mijn hele lichaam.
Ik huiver over mijn hele lichaam.
Zodat ik zeg: Had ik maar vleugels als een duif!
Dan zou ik wegvliegen en ergens rust vinden.
Dan zou ik wegvliegen en ergens rust vinden.
Kijk, ik zou ver weg zwerven.
Ik zou overnachten in de woestijn.
Sela.
Ik zou overnachten in de woestijn.
Sela.
Ik zou mij haasten naar een schuilplaats, weg van de wilde wind en de storm.
Het was mijn eigen vriend
Verwar hen, HEERE, en verdeel hun tongen.
Want ik zie geweld en ruzie in de stad.
Want ik zie geweld en ruzie in de stad.
Dag en nacht gaan ze rond over haar muren.
Onrecht en ellende zitten binnen in haar.
Onrecht en ellende zitten binnen in haar.
Verderf is binnen in haar.
List en bedrog gaan niet weg van haar plein.
List en bedrog gaan niet weg van haar plein.
Het is geen vijand die mij hoont, dat had ik kunnen dragen.
Het is niet iemand die mij haat die groot doet tegen mij, dan had ik mij verborgen.
Het is niet iemand die mij haat die groot doet tegen mij, dan had ik mij verborgen.
Maar jij bent het, een mens als ik, mijn vertrouweling, mijn goede bekende.
Wij hadden samen fijne gesprekken.
Wij liepen in de stoet naar het huis van God.
Wij liepen in de stoet naar het huis van God.
Laat de dood hen overvallen.
Laat ze levend in het dodenrijk afdalen.
Want het kwaad woont bij hen, diep vanbinnen.
Laat ze levend in het dodenrijk afdalen.
Want het kwaad woont bij hen, diep vanbinnen.
Leg je zorg bij de HEERE neer
Maar ik zal tot God roepen.
En de HEERE zal mij redden.
En de HEERE zal mij redden.
's Avonds, 's morgens en 's middags zal ik klagen en kreunen.
En Hij zal mijn stem horen.
En Hij zal mijn stem horen.
Hij heeft mij in vrede bevrijd uit de strijd tegen mij.
Want ze stonden met velen tegenover mij.
Want ze stonden met velen tegenover mij.
God zal horen en hun antwoorden, Hij die van oudsher op de troon zit.
Sela.
Want zij veranderen niet en hebben geen ontzag voor God.
Sela.
Want zij veranderen niet en hebben geen ontzag voor God.
Hij sloeg zijn hand aan wie in vrede met hem leefden.
Hij brak zijn afspraak.
Hij brak zijn afspraak.
Zijn mond is gladder dan boter, maar zijn hart wil strijd.
Zijn woorden zijn zachter dan olie, en toch zijn het getrokken zwaarden.
Zijn woorden zijn zachter dan olie, en toch zijn het getrokken zwaarden.
Leg je zorg bij de HEERE neer, dan zal Hij je dragen.
Hij laat nooit toe dat de rechtvaardige wankelt.
Hij laat nooit toe dat de rechtvaardige wankelt.
Maar U, o God, zult hen in de put van het verderf laten zakken.
Mannen van bloed en bedrog halen niet de helft van hun dagen.
Ik echter zal op U vertrouwen.
Mannen van bloed en bedrog halen niet de helft van hun dagen.
Ik echter zal op U vertrouwen.