Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Psalmen 42
Zoals een hert naar water verlangt
Mijn ziel dorst naar God
Een lied om van te leren, voor de koorleider, van de zonen van Korach.
Zoals een hert schreeuwt naar stromend water, zo schreeuwt mijn ziel naar U, o God.
Mijn ziel heeft dorst naar God, naar de levende God.
Wanneer mag ik komen en voor Gods gezicht verschijnen?
Wanneer mag ik komen en voor Gods gezicht verschijnen?
Mijn tranen zijn mijn brood, dag en nacht.
Want de hele dag zeggen ze tegen mij: Waar is je God?
Want de hele dag zeggen ze tegen mij: Waar is je God?
Hieraan denk ik, en ik stort mijn hart uit.
Want vroeger liep ik in de stoet mee naar het huis van God, met gejuich en dankliederen, tussen de feestvierende menigte.
Want vroeger liep ik in de stoet mee naar het huis van God, met gejuich en dankliederen, tussen de feestvierende menigte.
Waarom ben je zo bedroefd, mijn ziel?
Waarom ben je onrustig in mij?
Hoop op God.
Ik zal Hem weer prijzen, want Hij redt mij.
Waarom ben je onrustig in mij?
Hoop op God.
Ik zal Hem weer prijzen, want Hij redt mij.
Al Uw golven gingen over mij heen
Mijn God, mijn ziel is bedroefd in mij.
Daarom denk ik aan U vanuit het land van de Jordaan, bij de Hermon, bij de kleine berg.
Daarom denk ik aan U vanuit het land van de Jordaan, bij de Hermon, bij de kleine berg.
De ene diepte roept naar de andere bij het gebulder van Uw watervallen.
Al Uw golven en baren gingen over mij heen.
Al Uw golven en baren gingen over mij heen.
Overdag zal de HEERE Zijn trouw gebieden.
Bij nacht is Zijn lied bij mij, een gebed tot de God van mijn leven.
Bij nacht is Zijn lied bij mij, een gebed tot de God van mijn leven.
Ik zal tegen God zeggen: Mijn rots, waarom vergeet U mij?
Waarom moet ik in het zwart rondgaan, terwijl mijn vijand mij verdrukt?
Waarom moet ik in het zwart rondgaan, terwijl mijn vijand mij verdrukt?
Het is alsof mijn botten worden verbrijzeld als mijn tegenstanders mij honen.
De hele dag zeggen ze tegen mij: Waar is je God?
De hele dag zeggen ze tegen mij: Waar is je God?
Waarom ben je zo bedroefd, mijn ziel?
Waarom ben je onrustig in mij?
Hoop op God.
Ik zal Hem weer prijzen.
Hij is mijn redding en mijn God.
Waarom ben je onrustig in mij?
Hoop op God.
Ik zal Hem weer prijzen.
Hij is mijn redding en mijn God.