Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Psalmen 38
Mijn schuld is mij te zwaar
Uw hand drukt op mij
Een psalm van David, om te blijven gedenken.
HEERE, straf mij niet in Uw woede.
Wijs mij niet terecht in Uw drift.
Wijs mij niet terecht in Uw drift.
Want Uw pijlen zijn in mij gegaan.
Uw hand is zwaar op mij neergekomen.
Uw hand is zwaar op mij neergekomen.
Door Uw toorn is er niets gezonds aan mijn lichaam.
Door mijn zonde is er geen rust in mijn botten.
Door mijn zonde is er geen rust in mijn botten.
Mijn schulden groeien mij boven het hoofd.
Als een zware last zijn ze mij te zwaar.
Als een zware last zijn ze mij te zwaar.
Mijn wonden stinken en zweren, en dat door mijn eigen dwaasheid.
Ik loop krom, ik ben helemaal gebogen.
De hele dag ga ik in het zwart.
De hele dag ga ik in het zwart.
Mijn lichaam brandt van de koorts.
Er is niets gezonds aan mij.
Er is niets gezonds aan mij.
Ik ben verzwakt en helemaal gebroken.
Ik kreun om de onrust in mijn hart.
Ik kreun om de onrust in mijn hart.
Mijn vrienden blijven op afstand
HEERE, al mijn verlangen ligt voor U open.
Mijn zuchten is niet verborgen voor U.
Mijn zuchten is niet verborgen voor U.
Mijn hart bonkt, mijn kracht is weg.
Zelfs het licht in mijn ogen is verdwenen.
Zelfs het licht in mijn ogen is verdwenen.
Wie van mij hielden en mijn vrienden blijven op afstand van mijn ziekte.
Mijn naaste familie blijft ver weg staan.
Mijn naaste familie blijft ver weg staan.
Wie mij naar het leven staan, spannen strikken.
Wie mij kwaad willen doen, praten over mijn ondergang.
De hele dag verzinnen ze listen.
Wie mij kwaad willen doen, praten over mijn ondergang.
De hele dag verzinnen ze listen.
Maar ik ben als een dove die niets hoort, als een stomme die zijn mond niet opendoet.
Ja, ik ben als iemand die niet hoort, die geen antwoord in zijn mond heeft.
Want op U, HEERE, hoop ik.
U zult antwoorden, HEERE mijn God.
U zult antwoorden, HEERE mijn God.
Want ik dacht: Laat ze toch niet lachen om mij.
Als mijn voet wankelt, doen ze groot tegen mij.
Als mijn voet wankelt, doen ze groot tegen mij.
Verlaat mij niet
Want ik sta op het punt te vallen.
Mijn pijn is altijd bij mij.
Mijn pijn is altijd bij mij.
Ik erken mijn schuld.
Ik zit in de zorgen om mijn zonde.
Ik zit in de zorgen om mijn zonde.
Maar mijn vijanden leven en worden sterk.
Wie mij zonder reden haten, zijn talrijk.
Wie mij zonder reden haten, zijn talrijk.
Wie kwaad voor goed vergelden, staan mij tegen omdat ik het goede najaag.
Verlaat mij niet, HEERE.
Mijn God, blijf niet ver van mij.
Mijn God, blijf niet ver van mij.
Kom mij snel te hulp, HEERE, mijn redding.