Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Psalmen 37
Word niet boos om wie kwaad doen
Vertrouw op de HEERE en doe het goede
Een psalm van David.
Word niet boos om wie kwaad doen.
Wees niet jaloers op wie onrecht plegen.
Word niet boos om wie kwaad doen.
Wees niet jaloers op wie onrecht plegen.
Want als gras worden ze snel afgesneden.
Als groen kruid verwelken ze.
Als groen kruid verwelken ze.
Vertrouw op de HEERE en doe het goede.
Blijf in het land wonen en leef in trouw.
Blijf in het land wonen en leef in trouw.
Geniet van de HEERE.
Dan geeft Hij je wat je hart verlangt.
Dan geeft Hij je wat je hart verlangt.
Leg je weg in de handen van de HEERE.
Vertrouw op Hem en Hij zal het doen.
Vertrouw op Hem en Hij zal het doen.
Hij laat je gerechtigheid opkomen als het licht, je recht als de zon op het midden van de dag.
Wees stil bij de HEERE en wacht op Hem.
Word niet boos om wie het goed gaat, om de man die zijn sluwe plannen uitvoert.
Word niet boos om wie het goed gaat, om de man die zijn sluwe plannen uitvoert.
Laat je woede los en laat de drift gaan.
Word niet boos, want dat leidt alleen tot kwaad.
Word niet boos, want dat leidt alleen tot kwaad.
Want wie kwaad doen, verdwijnen.
Maar wie op de HEERE wachten, krijgen het land in bezit.
Maar wie op de HEERE wachten, krijgen het land in bezit.
Nog even, en de slechte mens is er niet meer.
Je kijkt naar zijn plaats, maar hij is weg.
Je kijkt naar zijn plaats, maar hij is weg.
Wie klein zijn krijgen het land in bezit.
Ze zullen genieten van grote vrede.
Ze zullen genieten van grote vrede.
Beter weinig dan veel op de verkeerde manier
De slechte mens beraamt plannen tegen wie rechtvaardig is.
Hij knarst zijn tanden tegen hem.
Hij knarst zijn tanden tegen hem.
De HEERE lacht om hem, want Hij ziet dat zijn dag komt.
De slechte mensen trekken het zwaard en spannen hun boog.
Zo willen ze de arme en behoeftige vellen, wie eerlijk leeft afslachten.
Zo willen ze de arme en behoeftige vellen, wie eerlijk leeft afslachten.
Maar hun zwaard gaat in hun eigen hart.
Hun bogen worden gebroken.
Hun bogen worden gebroken.
Het weinige van wie rechtvaardig is, is beter dan de rijkdom van veel slechte mensen.
Want de armen van de slechte mensen worden gebroken.
Maar de HEERE houdt de rechtvaardigen overeind.
Maar de HEERE houdt de rechtvaardigen overeind.
De HEERE kent de dagen van wie eerlijk zijn.
Hun erfdeel blijft voor altijd.
Hun erfdeel blijft voor altijd.
In slechte tijden staan ze niet beschaamd.
In dagen van honger krijgen ze genoeg.
In dagen van honger krijgen ze genoeg.
Maar de slechte mensen gaan verloren.
De vijanden van de HEERE verdwijnen als de pracht van de weiden.
Als rook gaan ze op.
De vijanden van de HEERE verdwijnen als de pracht van de weiden.
Als rook gaan ze op.
De slechte mens leent en betaalt niet terug.
Maar de rechtvaardige heeft medelijden en geeft.
Maar de rechtvaardige heeft medelijden en geeft.
Wie door Hem gezegend zijn, krijgen het land in bezit.
Wie door Hem vervloekt zijn, verdwijnen.
Wie door Hem vervloekt zijn, verdwijnen.
De HEERE maakt zijn stappen vast
De HEERE maakt de stappen van zo iemand vast.
Hij houdt van zijn weg.
Hij houdt van zijn weg.
Als hij valt, blijft hij niet liggen.
Want de HEERE houdt zijn hand vast.
Want de HEERE houdt zijn hand vast.
Ik ben jong geweest en ik ben oud geworden.
Nooit zag ik een rechtvaardige in de steek gelaten, of zijn kinderen bedelen om brood.
Nooit zag ik een rechtvaardige in de steek gelaten, of zijn kinderen bedelen om brood.
De hele dag heeft hij medelijden en leent hij uit.
Zijn kinderen worden tot zegen.
Zijn kinderen worden tot zegen.
Ga het kwaad uit de weg en doe het goede.
Dan blijf je voor altijd wonen.
Dan blijf je voor altijd wonen.
Want de HEERE houdt van recht.
Hij laat Zijn vrienden niet los.
Voor altijd worden zij bewaard.
Maar de kinderen van de slechten verdwijnen.
Hij laat Zijn vrienden niet los.
Voor altijd worden zij bewaard.
Maar de kinderen van de slechten verdwijnen.
De rechtvaardigen krijgen het land in bezit.
Ze zullen er voor altijd wonen.
Ze zullen er voor altijd wonen.
De mond van wie rechtvaardig is spreekt wijsheid.
Zijn tong zegt wat recht is.
Zijn tong zegt wat recht is.
De wet van zijn God zit in zijn hart.
Zijn stappen glijden niet uit.
Zijn stappen glijden niet uit.
Het einde van de vrome is vrede
De slechte mens loert op wie rechtvaardig is en zoekt hem te doden.
Maar de HEERE laat hem niet in zijn macht.
Hij laat hem niet veroordelen als hij terechtstaat.
Hij laat hem niet veroordelen als hij terechtstaat.
Wacht op de HEERE en blijf op Zijn weg.
Dan zal Hij je verhogen en krijg je het land in bezit.
Je zult zien hoe de slechte mensen verdwijnen.
Dan zal Hij je verhogen en krijg je het land in bezit.
Je zult zien hoe de slechte mensen verdwijnen.
Ik heb een wrede en slechte man gezien.
Hij breidde zich uit als een boom in eigen grond.
Hij breidde zich uit als een boom in eigen grond.
Maar hij ging voorbij en kijk, hij was er niet meer.
Ik zocht hem, maar hij was niet te vinden.
Ik zocht hem, maar hij was niet te vinden.
Let op de vrome en kijk naar wie eerlijk is.
Want het einde van zo iemand is vrede.
Want het einde van zo iemand is vrede.
Maar wie overtreden, worden samen verdelgd.
Het einde van de slechte mensen is de ondergang.
Het einde van de slechte mensen is de ondergang.
De redding van de rechtvaardigen komt van de HEERE.
Hij is hun burcht in tijden van nood.
Hij is hun burcht in tijden van nood.
De HEERE helpt hen en bevrijdt hen.
Hij bevrijdt hen van de slechte mensen en redt hen, want zij schuilen bij Hem.
Hij bevrijdt hen van de slechte mensen en redt hen, want zij schuilen bij Hem.