Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Psalmen 18

De HEERE is mijn rots

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 6 minuten
Hij hoorde mijn stem
Voor de koorleider.
Een psalm van David, de knecht van de HEERE.
Hij sprak deze woorden tot de HEERE op de dag dat de HEERE hem gered had.
Toen bevrijdde Hij hem uit de hand van al zijn vijanden en van Saul.
Hij zei: Ik heb U lief, HEERE, mijn kracht.
De HEERE is mijn rots, mijn burcht en mijn bevrijder.
Mijn God is mijn rots, bij wie ik schuil.
Hij is mijn schild, de hoorn van mijn redding, mijn veilige hoogte.

Ik riep de HEERE aan, die alle lof verdient, en ik werd gered van mijn vijanden.
Banden van de dood hadden mij omringd.
Stromen van verderf joegen mij angst aan.

Banden van het dodenrijk omringden mij.
Strikken van de dood kwamen op mij af.

In mijn nood riep ik de HEERE aan; ik riep tot mijn God.
Hij hoorde mijn stem vanuit Zijn tempel.
Mijn roep om hulp bereikte Zijn oren.

Toen schudde en beefde de aarde.
De fundamenten van de bergen trilden en schudden, want Hij was woedend.

Rook steeg op uit Zijn neus en verterend vuur kwam uit Zijn mond.
Kolen werden erdoor aangestoken.

Hij boog de hemel en daalde neer.
Donkere wolken waren onder Zijn voeten.

Hij reed op een cherub en vloog.
Ja, Hij zweefde op de vleugels van de wind.

Hij maakte duisternis tot Zijn schuilplaats.
Om Hem heen was Zijn tent: donker water en dikke wolken.

Door de glans voor Hem uit dreven Zijn wolken weg, met hagel en vurige kolen.
De HEERE donderde in de hemel.
De Allerhoogste liet Zijn stem klinken, met hagel en vurige kolen.

Hij schoot Zijn pijlen af en verstrooide hen.
Hij slingerde bliksems en joeg hen op de vlucht.

De beddingen van het water werden zichtbaar.
De fundamenten van de wereld kwamen bloot te liggen, door Uw dreigen, HEERE, door de adem uit Uw neus.

Hij stak Zijn hand uit vanuit de hoogte en greep mij.
Hij trok mij op uit het diepe water.

Hij redde mij van mijn sterke vijand en van wie mij haatten, want zij waren sterker dan ik.
Zij overvielen mij op de dag van mijn ongeluk.
Maar de HEERE was mijn steun.

Hij bracht mij in de vrijheid.
Hij redde mij, want Hij had vreugde in mij.

Met mijn God spring ik over een muur
De HEERE deed mij naar mijn gerechtigheid.
Hij gaf mij terug naar de reinheid van mijn handen.

Want ik heb de wegen van de HEERE gehouden.
Ik ben niet goddeloos van mijn God afgeweken.

Want al Zijn regels hield ik voor ogen.
Zijn wetten deed ik niet van mij weg.

Ik was oprecht tegenover Hem en bewaarde mij voor mijn schuld.
Zo gaf de HEERE mij terug naar mijn gerechtigheid, naar de reinheid van mijn handen voor Zijn ogen.
Tegenover wie trouw is, bent U trouw.
Tegenover wie oprecht is, bent U oprecht.

Tegenover wie zuiver is, bent U zuiver.
Maar tegenover wie krom is, bent U onverzettelijk.

Want U redt het onderdrukte volk.
Maar hoogmoedige ogen vernedert U.

Want U laat mijn lamp schijnen.
De HEERE, mijn God, maakt mijn duisternis licht.

Want met U ren ik op een bende af.
Met mijn God spring ik over een muur.

De weg van God is volmaakt.
Het woord van de HEERE is zuiver.
Hij is een schild voor iedereen die bij Hem schuilt.

Want wie is God, behalve de HEERE?
Wie is een rots, behalve onze God?

Het is God die mij met kracht omgordt en mijn weg volmaakt maakt.
Hij maakt mijn voeten als die van een hinde.
Hij laat mij staan op mijn hoogten.

Hij leert mijn handen om te strijden, zodat mijn armen een bronzen boog kunnen spannen.
U gaf mij het schild van Uw redding.
Uw rechterhand steunde mij.
Uw zorg maakte mij groot.

De HEERE leeft
U maakte ruimte voor mijn stappen.
Mijn enkels zwikten niet.

Ik achtervolgde mijn vijanden en haalde hen in.
Ik keerde niet terug voordat ik hen vernietigd had.

Ik verpletterde hen, zodat zij niet meer konden opstaan.
Zij vielen onder mijn voeten.

Want U omgordde mij met kracht voor de strijd.
U liet wie tegen mij opstonden voor mij buigen.

U liet mijn vijanden voor mij vluchten.
Wie mij haatten, vernietigde ik.

Zij riepen, maar er was geen redder.
Zij riepen tot de HEERE, maar Hij antwoordde hun niet.

Toen vermaalde ik hen als stof voor de wind.
Ik veegde hen weg als modder op straat.

U hebt mij gered uit de twist van het volk.
U stelde mij aan als hoofd van de volken.
Een volk dat ik niet kende, diende mij.

Zodra zij van mij hoorden, gehoorzaamden zij mij.
Vreemden kropen voor mij.

Vreemden verloren de moed en kwamen bevend uit hun burchten.
De HEERE leeft!
Geprezen zij mijn rots!
Verhoogd zij de God die mij redt!

Het is God die mij recht verschaft en volken aan mij onderwerpt.
Hij redt mij van mijn vijanden.
Ja, U tilt mij op boven wie tegen mij opstaan.
U bevrijdt mij van de gewelddadige man.

Daarom zal ik U prijzen onder de volken, HEERE.
Ik zal zingen voor Uw naam.

Hij geeft Zijn koning grote overwinningen.
Hij is trouw aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn nageslacht, voor altijd.

Download hoofdstuk als tekstbestand