Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Openbaring 7

De verzegelden en de grote menigte

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Honderdvierenveertigduizend verzegeld
Daarna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde.
Zij hielden de vier winden van de aarde tegen, zodat er geen wind zou waaien over de aarde, over de zee of tegen enige boom.
Toen zag ik een andere engel opkomen van de kant waar de zon opgaat.
Hij had het zegel van de levende God.
Hij riep met luide stem tegen de vier engelen die macht gekregen hadden om de aarde en de zee schade toe te brengen.
Hij zei: Breng de aarde, de zee en de bomen geen schade toe.
Wacht tot wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben.

En ik hoorde het aantal van wie verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend, uit alle stammen van de Israëlieten.
Uit de stam Juda waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Ruben twaalfduizend en uit de stam Gad twaalfduizend.
Uit de stam Aser waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Naftali twaalfduizend en uit de stam Manasse twaalfduizend.
Uit de stam Simeon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Levi twaalfduizend en uit de stam Issaschar twaalfduizend.
Uit de stam Zebulon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Jozef twaalfduizend en uit de stam Benjamin twaalfduizend.
Een menigte die niemand tellen kan
Daarna zag ik een grote menigte die niemand tellen kon, uit elke natie, stam, volk en taal.
Zij stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in lange witte kleren, met palmtakken in hun handen.
Zij riepen met luide stem: De redding komt van onze God, die op de troon zit, en van het Lam.
Alle engelen stonden rondom de troon, rondom de oudsten en de vier wezens.
Zij vielen voor de troon op hun gezicht en aanbaden God.
Zij zeiden: Amen.
De lof, de heerlijkheid, de wijsheid, de dank, de eer, de kracht en de sterkte zijn voor onze God tot in alle eeuwigheid.
Amen.

Toen nam een van de oudsten het woord: Wie zijn deze mensen in de lange witte kleren?
Waar komen zij vandaan?

Ik zei tegen hem: Heere, u weet het.
En hij zei tegen mij: Dit zijn de mensen die uit de grote verdrukking komen.
Zij hebben hun kleren gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam.

Daarom staan zij voor de troon van God en dienen zij Hem dag en nacht in Zijn tempel.
En Hij die op de troon zit, zal bij hen wonen.

Zij zullen geen honger en geen dorst meer hebben.
De zon zal hen niet meer steken en ook geen hitte.

Het Lam midden voor de troon zal hen weiden en hen leiden naar bronnen van levend water.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

Download hoofdstuk als tekstbestand