Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Obadja 1

Het visioen van Obadja

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
De trots van Edom
Het visioen van Obadja.
Dit zegt de Heere HEERE over Edom: Wij hebben een bericht van de HEERE gehoord.
Er is een gezant naar de volken gestuurd: sta op, laten wij tegen hen ten strijde trekken.

Kijk, ik heb je klein gemaakt onder de volken.
Je wordt diep veracht.

De trots van je hart heeft je bedrogen.
Jij woont in de kloven van de rotsen, hoog in je woning.
Je zegt in je hart: wie zou mij op de grond kunnen gooien?

Al vloog je zo hoog als een arend en bouwde je je nest tussen de sterren: toch haal ik je daar naar beneden.
Zo zegt de HEERE.

Als er dieven bij je gekomen waren, of rovers in de nacht, zouden zij dan niet gestolen hebben tot zij genoeg hadden?
Hoe erg ben jij verwoest!
Als er druivenplukkers bij je gekomen waren, zouden zij dan geen nalezing hebben overgelaten?

Hoe grondig is Ezau doorzocht en zijn verborgen schatten opgespoord!
Al je bondgenoten hebben je tot aan de grens gebracht.
Je vrienden hebben je bedrogen en overweldigd.
Wie jouw brood aten, zetten een val voor je.
Hij heeft er niets van gemerkt.

Zal ik op die dag niet de wijzen uit Edom laten verdwijnen, zegt de HEERE, en het inzicht uit het bergland van Ezau?
Je helden zullen bang zijn, Theman.
Zo wordt iedereen uit het bergland van Ezau door moord uitgeroeid.

Het geweld tegen je broer Jakob
Om het geweld tegen je broer Jakob zul je met schaamte bedekt worden.
Je zult voor altijd uitgeroeid worden.

Je stond erbij op de dag dat vreemden zijn leger wegvoerden.
Buitenlanders kwamen zijn poorten binnen en wierpen het lot over Jeruzalem.
Toen was jij net als een van hen.

Je had niet moeten toekijken op de dag van je broer, de dag van zijn ongeluk.
Je had niet blij moeten zijn over de mensen van Juda op de dag van hun ondergang.
Je had niet zo hoog moeten opgeven op de dag van hun nood.

Je had de poort van mijn volk niet moeten binnengaan op de dag van hun onheil.
Jij had niet naar zijn ellende moeten kijken op die dag.
Je had je handen niet moeten uitstrekken naar zijn bezit op de dag van zijn onheil.

Je had niet op de kruising moeten staan om zijn vluchtelingen af te snijden.
Je had wie van hem overbleef niet moeten uitleveren op de dag van de nood.

Want de dag van de HEERE is nabij voor alle volken.
Zoals jij gedaan hebt, zal met jou gedaan worden.
Je daad zal op je eigen hoofd terugkomen.

Want zoals jullie gedronken hebben op mijn heilige berg, zo zullen alle volken steeds drinken.
Ja, zij zullen drinken en slikken en het zal zijn alsof zij nooit bestaan hebben.

Op de berg Sion zal redding zijn
Maar op de berg Sion zal redding zijn en die berg zal heilig zijn.
Het huis van Jakob zal zijn bezit weer in bezit nemen.

Het huis van Jakob zal een vuur zijn en het huis van Jozef een vlam.
Het huis van Ezau zal stoppels zijn.
Zij zullen tegen hen ontbranden en hen verteren.
Van het huis van Ezau zal niemand overblijven, want de HEERE heeft het gesproken.

De mensen uit het zuiden zullen het bergland van Ezau in bezit nemen en de mensen uit de laagte het land van de Filistijnen.
Ja, zij zullen het gebied van Efraïm en het gebied van Samaria in bezit nemen, en Benjamin zal Gilead krijgen.

De ballingen uit dit leger van de Israëlieten zullen het land van de Kanaänieten tot aan Zarfath in bezit nemen.
De ballingen uit Jeruzalem die in Sefarad zijn, zullen de steden van het zuiden in bezit nemen.

Redders zullen de berg Sion opgaan om het bergland van Ezau te oordelen.
En het koninkrijk zal van de HEERE zijn.

Download hoofdstuk als tekstbestand