Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Jona 1

Jona vlucht naar Tarsis

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Een storm op zee
Het woord van de HEERE kwam tot Jona, de zoon van Amitthai.
Sta op en ga naar de grote stad Ninevé.
Waarschuw haar, want hun kwaad is tot mij opgestegen.

Maar Jona stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van de HEERE.
Hij ging naar Jafo en vond daar een schip dat naar Tarsis ging.
Hij betaalde de overtocht en ging aan boord om met hen mee te varen naar Tarsis, weg van de HEERE.
Maar de HEERE wierp een sterke wind op de zee.
Er kwam een zware storm op zee en het schip dreigde te breken.
Toen werden de zeelui bang.
Ieder riep tot zijn eigen god.
Zij gooiden de lading in zee om het schip lichter te maken.
Maar Jona was in het ruim gegaan.
Hij lag daar en sliep diep.
De kapitein kwam bij hem en zei tegen hem: Wat doe jij, slaapkop?
Sta op en roep tot je God.
Misschien denkt die God aan ons, zodat wij niet vergaan.

Toen zeiden zij tegen elkaar: Kom, laten wij loten werpen, zodat wij weten door wiens schuld dit onheil ons overkomt.
Zij wierpen het lot en het lot viel op Jona.

Toen zeiden zij tegen hem: Vertel ons door wiens schuld dit onheil ons overkomt.
Wat is je werk en waar kom je vandaan?
Wat is je land en uit welk volk kom je?

Hij zei tegen hen: Ik ben een Hebreeër.
Ik heb ontzag voor de HEERE, de God van de hemel, die de zee en het land gemaakt heeft.

Toen werden die mannen heel bang.
Zij zeiden tegen hem: Waarom heb je dit gedaan?
Want de mannen wisten dat hij op de vlucht was voor de HEERE; hij had het hun verteld.

Overboord
Zij zeiden tegen hem: Wat moeten wij met je doen, zodat de zee ons met rust laat?
Want de zee werd steeds wilder.

Hij zei tegen hen: Pak mij op en gooi mij in zee, dan zal de zee jullie met rust laten.
Want ik weet dat deze zware storm door mij over jullie komt.

Maar de mannen roeiden om het schip terug naar het land te brengen.
Het lukte hun niet, want de zee werd steeds wilder tegen hen.
Toen riepen zij tot de HEERE: Ach HEERE, laat ons toch niet vergaan om het leven van deze man.
Leg geen onschuldig bloed op ons.
Want U, HEERE, hebt gedaan wat U wilde.

Zij pakten Jona op en gooiden hem in zee.
Toen bedaarde de woede van de zee.
De mannen kregen groot ontzag voor de HEERE.
Zij brachten de HEERE een offer en deden beloften.
De HEERE liet een grote vis komen om Jona op te slokken.
Jona zat drie dagen en drie nachten in de buik van de vis.

Download hoofdstuk als tekstbestand