Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Numeri 9

Het pascha in de woestijn, en de wolk boven de tabernakel

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Het pascha op de vastgestelde tijd
De HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinaï.
Het was de eerste maand van het tweede jaar nadat zij uit Egypte waren vertrokken.
Hij zei:
De Israëlieten moeten het pascha vieren op de vastgestelde tijd.
Vier het op de veertiende dag van deze maand, tegen het vallen van de avond, op de vastgestelde tijd.
Volg daarbij alle voorschriften en regels die erbij horen.

Mozes zei tegen de Israëlieten dat zij het pascha moesten vieren.
Zij vierden het op de veertiende dag van de eerste maand, tegen het vallen van de avond, in de woestijn van Sinaï.
De Israëlieten deden alles wat de HEERE Mozes had opgedragen.
Wie onrein is of ver weg
Er waren mannen die onrein waren geworden door een dode, en daardoor konden zij het pascha die dag niet vieren.
Daarom kwamen zij die dag bij Mozes en Aäron.
Zij zeiden tegen hem: Wij zijn onrein geworden door een dode.
Waarom zouden wij dan tekort komen en de gave voor de HEERE niet mogen brengen op de vastgestelde tijd, samen met de andere Israëlieten?

Mozes zei tegen hen: Wacht hier, dan hoor ik wat de HEERE over jullie beveelt.
Toen zei de HEERE tegen Mozes:
Zeg tegen de Israëlieten: Iemand van jullie of van jullie nakomelingen kan onrein zijn door een dode, of ver weg op reis.
Toch mag hij het pascha voor de HEERE vieren.

Zij vieren het dan in de tweede maand, op de veertiende dag, tegen het vallen van de avond.
Zij eten het met ongezuurd brood en bittere kruiden.

Zij mogen er niets van overlaten tot de morgen en zij mogen er geen bot van breken.
Zij vieren het volgens alle voorschriften van het pascha.

Maar wie rein is en niet op reis, en toch nalaat het pascha te vieren, wordt uit zijn volk verwijderd.
Hij heeft de gave voor de HEERE niet gebracht op de vastgestelde tijd en draagt de gevolgen van zijn zonde.

Woont er een vreemdeling bij jullie die het pascha voor de HEERE wil vieren, dan mag dat.
Hij houdt zich aan de voorschriften en de gewoonte ervan.
Voor jullie geldt één regel, voor de vreemdeling en voor wie in het land geboren is.

De wolk boven de tabernakel
Op de dag dat de tabernakel werd opgezet, bedekte de wolk hem, de tent van de getuigenis.
In de avond was er boven de tabernakel iets dat op vuur leek, tot de morgen toe.
Zo ging het steeds: overdag bedekte de wolk hem en in de nacht leek het op vuur.
Zodra de wolk zich van de tent verhief, braken de Israëlieten op.
En waar de wolk neerdaalde, sloegen zij hun kamp op.
Op bevel van de HEERE braken de Israëlieten op en op bevel van de HEERE sloegen zij hun kamp op.
Zolang de wolk boven de tabernakel bleef, bleven zij liggen.
Bleef de wolk vele dagen boven de tabernakel, dan hielden de Israëlieten zich aan wat de HEERE vroeg en trokken zij niet verder.
Soms bleef de wolk maar een paar dagen boven de tabernakel.
Ook dan sloegen zij op bevel van de HEERE hun kamp op en braken zij op bevel van de HEERE weer op.
Soms bleef de wolk van de avond tot de morgen en verhief zij zich in de ochtend; dan trokken zij verder.
Of zij verhief zich overdag of in de nacht, en dan trokken zij ook verder.
Bleef de wolk twee dagen boven de tabernakel, of een maand, of nog langer, dan bleven de Israëlieten liggen en trokken niet verder.
Zodra zij zich verhief, gingen zij op weg.
Op bevel van de HEERE sloegen zij hun kamp op en op bevel van de HEERE braken zij op.
Zij hielden zich aan wat de HEERE vroeg, zoals Hij het door Mozes had gezegd.

Download hoofdstuk als tekstbestand