Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Numeri 7

De gaven van de twaalf stamleiders bij de inwijding van het altaar

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 12 minuten
De wagens voor de Levieten
Op de dag dat Mozes klaar was met het opzetten van de tabernakel, zalfde en heiligde hij hem.
Dat deed hij ook met alle voorwerpen, met het altaar en met alles wat daarbij hoorde.
Toen brachten de leiders van Israël hun gaven.
Zij waren de hoofden van de families en stonden aan het hoofd van de getelde stammen.
Zij brachten hun gave voor de HEERE: zes overdekte wagens en twaalf runderen.
Dat was een wagen voor elke twee leiders en een rund voor elke leider.
Zij zetten die neer bij de tabernakel.
En de HEERE zei tegen Mozes:
Neem ze van hen aan, want ze zijn bedoeld voor het werk aan de ontmoetingstent.
Geef ze aan de Levieten, ieder naar wat zijn taak vraagt.

Mozes nam de wagens en de runderen aan en gaf ze aan de Levieten.
Aan de zonen van Gerson gaf hij twee wagens en vier runderen, naar wat hun werk vroeg.
Aan de zonen van Merari gaf hij vier wagens en acht runderen, naar wat hun werk vroeg.
Zij stonden onder leiding van Ithamar, de zoon van de priester Aäron.
Aan de zonen van Kehath gaf hij niets.
Zij hadden de zorg voor de heilige voorwerpen, en die droegen zij op hun schouders.
De inwijding van het altaar
De leiders brachten ook hun gaven voor de inwijding van het altaar, op de dag dat het gezalfd werd.
Zij zetten hun gaven neer voor het altaar.
De HEERE zei tegen Mozes: Laat elke leider op zijn eigen dag zijn gave brengen voor de inwijding van het altaar.
De eerste dag: Juda
Op de eerste dag bracht Nahesson, de zoon van Amminadab, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Juda.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Nahesson, de zoon van Amminadab.
De tweede dag: Issaschar
Op de tweede dag bracht Nethaneël, de zoon van Zuar, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Issaschar.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Nethaneël, de zoon van Zuar.
De derde dag: Zebulon
Op de derde dag bracht Eliab, de zoon van Helon, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Zebulon.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Eliab, de zoon van Helon.
De vierde dag: Ruben
Op de vierde dag bracht Elizur, de zoon van Sedeür, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Ruben.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Elizur, de zoon van Sedeür.
De vijfde dag: Simeon
Op de vijfde dag bracht Selumiël, de zoon van Zurisaddai, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Simeon.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Selumiël, de zoon van Zurisaddai.
De zesde dag: Gad
Op de zesde dag bracht Eljasaf, de zoon van Dehuël, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Gad.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Eljasaf, de zoon van Dehuël.
De zevende dag: Efraïm
Op de zevende dag bracht Elisama, de zoon van Ammihud, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Efraïm.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Elisama, de zoon van Ammihud.
De achtste dag: Manasse
Op de achtste dag bracht Gamaliël, de zoon van Pedazur, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Manasse.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Gamaliël, de zoon van Pedazur.
De negende dag: Benjamin
Op de negende dag bracht Abidan, de zoon van Gideoni, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Benjamin.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Abidan, de zoon van Gideoni.
De tiende dag: Dan
Op de tiende dag bracht Ahiëzer, de zoon van Ammisaddai, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Dan.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Ahiëzer, de zoon van Ammisaddai.
De elfde dag: Aser
Op de elfde dag bracht Pagiël, de zoon van Ochran, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Aser.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Pagiël, de zoon van Ochran.
De twaalfde dag: Nafthali
Op de twaalfde dag bracht Ahira, de zoon van Enan, zijn gave.
Hij was de leider van de stam Nafthali.
Hij gaf een zilveren schaal van ongeveer 1,4 kilo en een zilveren sprengbekken van ongeveer 770 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Beide waren gevuld met fijn meel, aangemaakt met olie, voor het graanoffer.
Ook gaf hij een gouden schaal van ongeveer 110 gram, gevuld met reukwerk.
Voor het brandoffer gaf hij een jonge stier, een ram en een lam van een jaar oud.
Voor het zondoffer gaf hij een geitenbok.
En voor het dankoffer gaf hij twee runderen, vijf rammen, vijf bokken en vijf lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave van Ahira, de zoon van Enan.
Alles bij elkaar
Dit was de gave van de leiders van Israël bij de inwijding van het altaar, op de dag dat het gezalfd werd.
Samen brachten zij twaalf zilveren schalen, twaalf zilveren sprengbekkens en twaalf gouden schalen.
Elke zilveren schaal woog ongeveer 1,4 kilo en elk sprengbekken ongeveer 770 gram.
Al het zilver van deze voorwerpen woog samen ongeveer 26 kilo, volgens de heiligdomsstandaard.
De twaalf gouden schalen waren gevuld met reukwerk.
Elke schaal woog ongeveer 110 gram, volgens de heiligdomsstandaard.
Samen woog het goud ongeveer 1,3 kilo.
Voor het brandoffer waren er in totaal twaalf stieren, twaalf rammen en twaalf lammeren van een jaar oud, met het graanoffer dat daarbij hoorde.
Voor het zondoffer waren er twaalf geitenbokken.
Voor het dankoffer waren er in totaal vierentwintig stieren, zestig rammen, zestig bokken en zestig lammeren van een jaar oud.
Dit was de gave voor de inwijding van het altaar, nadat het gezalfd was.
De stem boven het verzoendeksel
Als Mozes de ontmoetingstent binnenging om met Hem te spreken, hoorde hij de stem die tot hem sprak.
Die kwam van boven het verzoendeksel op de ark van het verbond, tussen de twee cherubs vandaan.
Zo sprak Hij met hem.

Download hoofdstuk als tekstbestand