Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Numeri 6

De nazireeërsgelofte en de priesterlijke zegen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
De nazireeërsgelofte
De HEERE sprak tegen Mozes:
Zeg tegen de Israëlieten: Wanneer een man of vrouw een bijzondere nazireeërsgelofte aflegt, zondert die persoon zich voor de HEERE af.
Zo iemand onthoudt zich van wijn en sterke drank.
Hij drinkt geen wijnazijn, azijn van sterke drank of druivensap.
Ook eet hij geen verse of gedroogde druiven.

Tijdens zijn hele nazireeërschap eet hij niets van de wijnstok, zelfs geen druivenpitten of druivenschillen.
Tijdens zijn hele gelofte mag geen scheermes over zijn hoofd gaan.
Totdat zijn tijd voor de HEERE voorbij is, blijft hij heilig.
Daarom laat hij zijn hoofdhaar groeien.

Tijdens de hele periode waarin hij zich aan de HEERE wijdt, mag hij niet bij een dode komen.
Zelfs bij het overlijden van zijn vader, moeder, broer of zus mag hij zich niet verontreinigen.
Het teken van zijn toewijding aan God rust op zijn hoofd.

Tijdens zijn hele nazireeërschap is hij heilig voor de HEERE.
Onverwachte verontreiniging
Sterft er plotseling iemand vlak bij hem, dan wordt zijn toegewijde hoofd onrein.
Op de zevende dag van zijn reiniging scheert hij zijn hoofd.

Op de achtste dag brengt hij twee tortelduiven of twee jonge duiven naar de priester bij de ingang van de ontmoetingstent.
De priester bereidt één vogel als zondoffer en de andere als brandoffer.
Zo doet hij verzoening voor hem, omdat hij door de dode onrein werd.
Diezelfde dag wijdt de nazireeër zijn hoofd opnieuw.

Hij wijdt opnieuw een volledige periode aan de HEERE en brengt een eenjarig lam als schuldoffer.
De vorige dagen tellen niet mee, omdat zijn nazireeërschap onrein werd.

De gelofte voltooien
Dit is de wet voor een nazireeër wanneer zijn afzonderingstijd voorbij is.
Hij wordt naar de ingang van de ontmoetingstent gebracht.

Daar offert hij drie gave dieren aan de HEERE.
Hij brengt een eenjarig mannelijk lam als brandoffer, een eenjarig ooilam als zondoffer en een ram als dankoffer.

Ook brengt hij een mand met ongezuurde koeken van fijn meel en olie, plus ongezuurde platte broden bestreken met olie.
Daarbij horen de graanoffers en drankoffers.

De priester biedt alles aan voor de HEERE.
Hij bereidt het zondoffer en het brandoffer.

Ook bereidt hij de ram als dankoffer voor de HEERE, samen met de mand ongezuurde koeken.
De priester brengt eveneens het graanoffer en drankoffer.

Bij de ingang van de ontmoetingstent scheert de nazireeër zijn toegewijde hoofd kaal.
Hij legt dit hoofdhaar in het vuur onder het dankoffer.

Na het kaalscheren neemt de priester de gekookte schouder van de ram, één ongezuurde koek en één ongezuurd platbrood.
Hij legt die op de handen van de nazireeër.

De priester beweegt ze als beweegoffer voor de HEERE.
Samen met het borststuk van het beweegoffer en de schouder van het hefoffer zijn ze heilig voor de priester.
Daarna mag de nazireeër weer wijn drinken.

Dit is de wet voor een nazireeër die zo’n offer aan de HEERE heeft beloofd.
Kan hij meer geven, dan komt dat erbij.
Hij moet zijn gelofte uitvoeren volgens de wet van het nazireeërschap.

De priesterlijke zegen
De HEERE sprak opnieuw tegen Mozes:
Zeg tegen Aäron en zijn zonen: Zo moeten jullie de Israëlieten zegenen:
Moge de HEERE u zegenen en beschermen.
Moge de HEERE Zijn aangezicht over u laten stralen en u genadig zijn.
Moge de HEERE Zijn aangezicht naar u toekeren en u vrede geven.
Zo leggen zij mijn naam op de Israëlieten.
Dan zal ik hen zegenen.

Download hoofdstuk als tekstbestand